Posts tonen met het label non-fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label non-fictie. Alle posts tonen
zondag 24 juni 2012
Karen Armstrong - A short history of myth
Ik kocht onlangs een cassette met daarin drie deeltjes van de Canongate myths-serie. Het eerste deeltje daarin is een inleiding op de serie, waarin Karen Armstrong een min of meer wetenschappelijke verhandeling houdt over de geschiedenis, de ontwikkeling en de functie van mythes. Mythes daterend uit de prehistorie tot recente mythes. Mythes die dienen om de onbegrijpbare wereld begrijpelijk te maken, om contact tussen het goddelijke en het alledaagse te leggen, om de overgang van kind naar volwassene te begeleiden.
Het was wel even werken voor Elsje! Ik hoop dat het me zal helpen om de rest van de serie een beetje in perspectief te plaatsen, dan is het werken in ieder geval niet voor niets geweest :-)
maandag 17 oktober 2011
Haruki Murakami - Underground

Underground is een van de weinige non-fictie boeken van de door mij zeer bewonderde Japanse schrijver Haruki Murakami. Hier onderzoekt hij de gifgas-aanval op de metro van Tokyo, uitgevoerd door de leden van de sekte Aum Shinrikyo, op 20 maart 1995. Hij doet dat op drie manieren: in het eerste deel van het boek interviewt hij een flink aantal overlevenden van de gifgas-aanval, omdat hij van mening is dat bij de verslaggeving van de ramp de nadruk veel te veel heeft gelegen op de daders en niet op de slachtoffers. Vervolgens onderzoekt hij de angst en afkeer die hij bij zichzelf en zijn landgenoten waarneemt als ze het over deze sekte hebben: heeft de Japanse psyche invloed op het ontstaan van sektes als deze? Tot slot interviewt Murakami een aantal (oud)leden van de sekte om zijn hypothese over de Japanse psyche te toetsen.
Zeer indrukwekkend en persoonlijk geschreven, dit boek. Je moet het wel met kleine hapjes tot je nemen anders gaan de verhalen van de verschillende slachtoffers (en sekteleden) door elkaar lopen. En dat is zonde want dan verlies je het zicht op de individuen die achter al die verhalen schuil gaan en die Murakami juist zo graag tentoon wil spreiden.
Ik las op de Wikipedia dat David Mitchell's Ghostwritten ook op deze gifgasaanval gebaseerd is. Dat moet ik dus maar snel een keer gaan lezen!
maandag 25 juli 2011
Sandra Koolmees - Een van de acht

Sandra Koolmees heeft in "Een van de acht" haar ziektegeschiedenis opgetekend, vanaf de dag dat ze een knobbel in haar borst voelt tot ze een paar jaar later overlijdt. Ze is nog erg jong als ze met borstkanker geconfronteerd wordt, 35 jaar pas.
In het boekje zijn de columns bijeengebracht die ze in die tijd voor Libelle schreef over de ontdekking van de knobbel, de operatie, bestralingen, chemo's, het terugkeren van de energie en hoop, langs de wanhoop als ze opnieuw een knobbel in haar borst vindt en het hele circus opnieuw start, tot in het nawoord waarin ze vertelt dat er uitzaaiingen zijn gevonden.
Het verhaal dat ze te vertellen heeft is akelig herkenbaar, niet in de laatste plaats doordat het zich over dezelfde periode uitstrekt als het hare en vreselijk indrukwekkend, al is de manier waarop ze met haar ziekte om gaat totaal anders. Ze ontkent eerst dat ze ziek is, ze beschrijft op bijna kolderieke manier dat ze het ontbreken van een man in haar leven eigenlijk erger vindt dan dat ze een levensbedreigende ziekte heeft. Want in haar hoofd komt in het begin simpelweg niet op dat ze er dood aan kan gaan, aan de kanker. Ze heeft immers geen kanker, maar een tumor. Die bovendien verwijderd is. Dus waar zou ze zich druk om maken? Ze bereidt zich totaal niet voor op de behandelingen, die haar dan ook rauw op het dak vallen.
Pas als de kanker terug komt lijkt haar ziekte voor haar meer te worden dan een tijdelijk ongemak. Vanaf dat moment werd het boek voor mij sterker, de columns kregen minder het karakter van 'kijk mij eens knap, grappig en sterk omgaan met mijn tumor'. Ze kwamen op mij eerlijker over. Vooral ook het eerbetoon na haar overlijden door haar zusje dat achterin is opgenomen is ongelofelijk ontroerend.
"Een van de acht" slaat op het feit dat één op de acht vrouwen in haar leven te maken krijgt met borstkanker. Het boekje is niet literair geschreven, en zeker voor mensen die met borstkanker te maken hebben (gehad) een prettig herkenbaar en makkelijk leesbaar geheel.
maandag 4 april 2011
Eric Siblin - De cellosuites

Eric Siblin, journalist en in die hoedanigheid schrijver van recensies van popconcerten, raakt in het jaar 2000 (het 250e sterfjaar van Bach) min of meer toevallig verzeild bij een concert waarin de Cellosuites van Bach worden uitgevoerd. Hij is diep onder de indruk van deze muziek en besluit er een boek over te schrijven.
Bach schreef de zes suites waarschijnlijk rond 1725. Intrigerend is dat de muziek eeuwenlang verloren leek, tot een jonge Catalaanse cellist in 1890 er bij toeval op stuitte. Deze cellist, Pablo (Pau op z'n Catalaans) Casals, maakte er zijn signatuurwerk van.
Het boek van Siblin is onderverdeeld in zes delen, elk verwijzend naar een van de cellosuites. De delen zelf zijn weer onderverdeeld in hoofdstukken met de titels van de verschillende onderdelen van de suites. Zo is er de prelude, allemande, sarabande, gigue etc. In elke suite zijn de eerste hoofdstukken aan het leven en de werken van Bach gewijd, daarna enkele delen aan Pau Casals en het afsluitende hoofdstuk springt naar de moderne tijd. Daarin maken we kennis met hedendaagse vertolkers en uitvoeringen van het werk van Bach, waaronder uiteraard de cellosuites.
Het boek is een journalistiek geschreven weergave van de levens van de in zijn tijd ondergewaardeerde componist JS Bach en de politiek bevlogen Catalaanse cellist Pau Casals en is tegelijkertijd een verslag van het onderzoek van Siblin bij het schrijven ervan. Onderhoudend geschreven, de passie voor Bach straalt eraf: een aanwinst voor Bach-liefhebbers.
Maar geen vijf sterren omdat Siblin toch ook in de valkuil trapt van veel klassieke muziekliefhebbers: hij doet een oproep om de jeugd van tegenwoordig kennis te laten maken met Bach. Hiervoor moet volgens Siblin de vorm van klassieke muziekconcerten nodig op de schop. Die moeten gemoderniseerd worden, "als we tenminste willen dat jongere muziekliefhebbers ooit Bach samen met Bono, Beck en Björk op hun digitale playlists zullen zetten." (p.60). Drie dingen storen me daarbij: 1. alsof Bach in het soort mainstream-popmuziek dat mijn spruiten luisteren past, 2. alsof als je bepaalde muziek niet op je pak 'm beet 15e waardeert, je 'm dus nooit zult leren waarderen en 3. alsof het erg zou zijn als Bach niet meer beluisterd zou worden. Ja, ik persoonlijk zou het erg vinden, want ik ben dol op Bach, maar kom nou, alsof er niet meer prachtige muziek verloren gaat. En bovendien hoeft verloren niet voor eeuwig te zijn. Zie de vondst van Casals. Ik heb gezegd :-)
donderdag 24 maart 2011
Maxine Harris - Een verlies voor altijd

Ik lees een aantal boeken over het verlies van een ouder op jonge leeftijd. Eerst Hope Edelman, en nu Maxine Harris. De aanpak van beiden is ongeveer gelijk: via een groot aantal interviews proberen ze inzicht te krijgen in wat het verlies van een van of beide ouders doet met een kind. En beiden combineren algemene inzichten, gelardeerd met quotes en wat langer uitgewerkte levensverhalen van enkele geïnterviewden.
Het boek van Harris heeft een wat bredere focus. Want daar waar Edelman kiest voor dochters die hun moeder verliezen, kiest Harris voor mensen die een van of beide ouders verloren. Dus ook zonen. En vaders. Dat is prettig, en wat ik al vermoedde: veel van de zaken die Edelman beschrijft voor dochters die hun moeder verliezen, blijkt ook te gelden voor zonen die hun moeder verliezen of dochters die hun vader verliezen.
Over het verlies-deel ga ik hier niet veel zeggen, dat lijkt heel veel op Edelman. Wat Harris toevoegt is het concept van 'verlies tegenover afwezigheid'. Als je heel jong bent als je een ouder verliest, weet je niet wat je verloren bent, wat je zult gaan missen. Harris spreekt over de 'afwezige herinnering', het gat in het familiealbum.
Belangrijker vond ik de duidelijke beschrijving van hoe mensen die op jonge leeftijd een ouder verloren zijn om kunnen gaan met liefde en relaties. Altijd die angst voor verlies met je meedragen, beïnvloedt fundamenteel hoe je denkt over deze dingen. Zo ziet zij dat veel van deze mensen relaties heel kort en intens houden, of steeds degene zijn die een eind aan de relatie maken. Een tweede groep begint gewoonweg niet aan relaties, zo beschadigd zijn zij geraakt door het verlies op jonge leeftijd. Tot slot is er een groep die weigert te geloven dat er aan hun liefde een eind kan komen door opnieuw een groot verlies.
Ook besteedt Harris veel aandacht aan ouderschap door mensen die een ouder op jonge leeftijd verloren. De angst dat jouw kind hetzelfde verlies kan treffen als jijzelf hebt geleden, weerhoudt veel van de geïnterviewden ervan om überhaupt aan kinderen te gaan beginnen. Voor diegenen die er wel aan beginnen, is het ontbreken van een rolmodel (hoe moet ik moeder/vader zijn, ik heb geen voorbeeld gehad!) een grote worsteling. En natuurlijk kan het krijgen van kinderen je juist doen verzoenen met je verleden.
Tot slot voegt Maxine Harris een deel toe over herstel van het verlies, waar Edelman hieraan slechts een hoofdstuk wijdde. Jezelf opnieuw definiëren, de pijn van het verlies door middel van rituelen leren verzachten, het lot in eigen handen nemen. Allemaal hoofdstukken die inzicht geven en helpen bij het verwerken van het verlies.
Harris schrijft minder persoonlijk dan Hope Edelman, en daardoor afstandelijker. Ook vind ik dat ze, door in elk hoofdstuk citaten van beroemde schrijvers die een van hun of beide ouders verloren als kind op te nemen, kiest voor stijl boven werkelijkheid. Daarom krijgt dit boek van mij drie sterren.
vrijdag 21 januari 2011
Hope Edelman - Zonder moeder: een boek over dochters

In 1981 verloor Hope Edelman haar moeder aan borstkanker. Ze was toen 17 jaar. Twaalf jaar later tekent ze haar ervaringen op, verrijkt met die van ruim 200 andere vrouwen die op jonge leeftijd hun moeder verloren: moeders die gestorven of vertrokken zijn.
Het eerste deel van het boek heet "Verlies". Hierin beschrijft Edelman het rouwproces van een vrouw die jong haar moeder verliest als een een meer cyclische dan rechte beweging. De verschillende stadia - ontkenning, woede, onderhandelen, desorganisatie en acceptatie - komen steeds opnieuw terug. En hoewel de intensiteit van het rouwen in de tijd minder wordt (zowel in frequentie als intensiteit), blijf je haar missen. Steeds als er een nieuwe levensfase aanbreekt, of door bepaalde gebeurtenissen word je opnieuw geconfronteerd met het verlies. Kinderen blijken hun verdriet in kleine brokjes op te delen, afgewisseld door langere periodes van schijnbare onaangenaamheid. Vaak beginnen kinderen pas geruime tijd na het verlies van hun moeder echt te rouwen (een half jaar of langer).
Edelman bespreekt uitgebreid wat het verliezen van een moeder voor een dochter op verschillende momenten van haar jonge leven betekent. Een kind dat haar moeder verliest als ze een kleuter is krijgt met andere problemen te maken dan een puber die haar moeder verliest. Zo zal een wat ouder kind (maar nog wel voor de pubertijd) praten over het verlies veelal vermijden, terwijl het pubermeisje er graag en veel met haar vriendinnen over zal willen praten (en daarin vervolgens teleurgesteld zal raken omdat die vriendinnen slechts zelden in staat zijn de omvang van het verlies te kunnen bevatten en daarmee onvoldoende steun kunnen bieden).
Vervolgens gaat Edelman in op de verschillende manieren waarop meisje hun moeder kunt verliezen en welke gevolgen elk van die manieren hebben op hun ontwikkeling. Achtereenvolgens komen het lange ziekbed (waarbij gevoelens van angst, woede en hulpeloosheid bij het zichtbaar naderend afscheid hand in hand gaan met het vooraf treuren), de plotselinge dood (waarbij letterlijk alle zekerheden in één klap verdwijnen) en het vertrek van de moeder (de situatie waarin moeder en dochter al dan niet vrijwillig maar wel definitief van elkaar worden gescheiden) aan bod.
Daarna bespreekt Edelman de invloed van (persoonlijkheid)kenmerken op het rouwproces. Zo hebben individuele geaardheid (kun je uit jezelf al beter of minder goed omgaan met verlies?), het vroege hechtingspatroon (in dit geval de mate van hechting met de moeder), het gevoel van machteloosheid dan wel het gevoel dat je kunt handelen naar de dood van je moeder, en de mate waarin je in staat bent en/of gesteld bent te rouwen bepalen voor een groot of je als kind het verlies van je moeder kunt verwerken.
Een interessant fenomeen waaraan Edelman in dit deel van het boek aandacht besteedt, is dat van de negatieve projectie: mensen die op jonge leeftijd een groot verlies voor hun kiezen hebben gekregen, zien de toekomst vaak met de nodige angstvisioenen tegemoet. Ze hebben immers al eens iemand verloren, en zijn daarom vaak extreem angstig om hun eigen veiligheid en gezondheid en die van de mensen om zich heen.
Het tweede deel van het boek behandelt alle gevolgen van het sterven voor het gezin. Volgens Edelman zijn er verschillende manieren waarop de overblijvende ouder met het verlies van (in dit geval omdat het een boek over gestorven moeders gaat) hun vrouw om kan gaan.
1. niets-aan-de-hand-manier: de manier van stilzwijgen en vemijdingsgedrag, geen emoties, vooral doorgaan. Vaak krijgen deze partners heel snel een nieuwe relatie.
2. hulpeloosheid: de overgebleven partner zinkt weg in het grote niets van apathie, wanhoop en somberheid, weet niet hoe een leven te leven zonder zijn (in het boek gaat het alleen over heterostellen) gestorven vrouw. leunt enorm op de kinderen.
3. afstandelijkheid: vaak bemoeide deze ouder zich niet zo met de kinderen, en gaat dat ook niet doen als zijn partner wegvalt.
4. heldhaftig: hierbij voorziet de achterblijvende ouder in zijn eigen (emotionele) behoeftes en in die van zijn kinderen.
Natuurlijk is een kind het beste af bij de laatste categorie vaders.
In hetzelfde hoofdstuk behandelt Edelman ook de komst van een nieuwe partner en het op de loer liggende gevaar op incest tussen de rouwende vader en de hem troostende dochter.
Vervolgens gaat ze in op de positie van de dochter in het gezin: is het een oudste, middelste of jongste kind? Of is zij enig kind? Dat maakt nogal uit in hoe zij zal reageren op het verlies van haar moeder. Waar overigens veel aandacht naar uitgaat, is naar de oudste dochter, die nogal eens een soort mini-moeder wordt (ook als ze nog jonger dan tien is als haar moeder komt te overlijden!).
Uiteraard komt ook het liefdesleven van dochters van jong gestorven moeders aan bod. Hierbij onderscheidt Edelman drie typen dochters: als eerste de angstig-ambivalente dochter die op zoek is naar liefde maar er tegelijk erg bang voor is, ze is immers al eens door iemand van wie ze hield in de steek gelaten. Het tweede type dochter is de ontwijkende dochter, bij wie de angst het verlangen overvleugelt en die dus het liefst helemaal geen relaties aangaat. Het derde dochtertype is het zelfverzekerde type, de dochter die als volwassene in staat is om een evenwichtige liefdesrelatie aan te gaan.
Overigens zijn veel moederloze dochters met name in de pubertijd emotionele 'hamsteraars': ze zijn dwangmatig op zoek naar manieren om de leemte te vullen die het verlies van hun moeder heeft achtergelaten. In roken, seks, shoppen etc. trachten zij een vervangend liefdesobject te vinden.
Waar moet je als moederloze dochter naar toe voor al die gewone dingetjes die je normaal gesproken van je moeder leert? Oftewel: hoe ontwikkel je je identiteit als vrouw als het meest natuurlijke voorbeeld (je moeder) er niet meer is om de kunst van af te kijken? Zeker als er geen andere (door haar geaccepteerde) volwassen vrouw in het leven van deze dochter is om te consulteren. Een stiefmoeder voldoet in vele gevallen niet voor deze dochter, omdat de dochter in haar stiefmoeder een concurrent om de affectie van de vader kan zien, en iemand die ze per definitie moet verachten omdat zij de plaats van haar eigen moeder in denkt te kunnen nemen. En tot slot is natuurlijk niemand zo perfect als de eigen moeder was. Tot de dochter haar eigen moeder kan zien als mens met goede en slechte eigenschappen, en ze in haar stiefmoeder een liefhebbende en verzorgende volwassene kan zien waarmee zij niet hoeft te concurreren, is het stiefmoederschap tot mislukken gedoemd.
Het derde deel van het boek is gewijd aan de toekomst: de dochter als volwassen vrouw. Edelman bespreekt de neiging van dochters van jong gestorven moeders om het leven van hun moeders te willen leven. Om te denken dat ze ook gedoemd zijn om jong te sterven. En natuurlijk: hoe zijn deze moederloze dochters in staat om de moeder te worden die ze zelf niet of slechts gedeeltelijk hebben gehad?
Al met al een leerzaam en goed geschreven boek. Ik heb wel wat kritiekpuntjes. Doordat het boek gericht is op het verliezen van een moeder door een dochter, wordt net gedaan alsof het verliezen van een moeder door een zoon, of van een vader door zoon of dochter met de door Edelman beschreven zaken niets van doen heeft. Dat terwijl in mijn ervaring het verlies van een ouder van de andere sekse minstens zo ingrijpend is. Zo heb ik niet voor niets op de dag dat ik precies even oud was als mijn vader toen hij stierf een blogje over hem geschreven: die mijlpaal zit net zo hard in je achterhoofd. En zo vond ik ook vanuit het perspectief van de dochter die jong haar vader verloor heel wat terug in het boek.
Mijn tweede kritiekpunt is een wat mildere: het boek is wel errug Amerikaans. Soms moet je er even van in je ogen wrijven. Maar goed, Edelman en de door haar geïnterviewde vrouwen zijn allemaal Amerikanen, dus ach...
zaterdag 7 februari 2009
Haruki Murakami - Waarover ik praat als ik over hardlopen praat

Gezien mijn eerdere ervaringen met Murakami was ik erg benieuwd naar zijn jongste pennenvrucht. Dat het non-fictie is, leek me geen bezwaarlijk iets, iemand die zulke wonderschone fictie-teksten kan produceren moet het immers ook lukken om goede non-fictie te schrijven.
En goede non-fictie is het zeker. De zinnen lopen soepel en Murakami vertelt op een vlotte manier dat wat hij te vertellen heeft. En wat dat is? Hardlopen. Hij beschrijft eigenlijk wat hardlopen voor hem betekent. En als hij over hardlopen praat, dan heeft hij het over langeafstandslopen. Halve marathonnen of langer, zeg maar.
In het begin van het boek trekt Murakami regelmatig de vergelijking tussen welke eigenschappen je als romancier nodig hebt die ook bij het hardlopen van pas komen (en vice versa). Interessant! Maar later in het boek gaat het toch vooral om zijn persoonlijke belevenis van het hardlopen en beschrijft Murakami het verloop van een aantal wedstrijden waaraan hij mee heeft gedaan. Vanaf dat moment vond ik het niet zo interessant meer. Want ik ben een lezer en geen loper.
Dus: doe mij maar Murakami als fictieschrijver. Ik ben trouwens niet de enige die tot deze conclusie komt. Pieter Steinz schreef in zijn recensie in de NRC van 23 januari namelijk het volgende:
En dan, bij het herlezen van The Loneliness of the Long-Distance Runner, besef je wat voor boek je eigenlijk het liefst van Haruki Murakami had gelezen. Geen slappe kenschets van zijn eigen leven als loper en schrijver, maar een roman waarin hardlopen een belangrijke bijrol speelt en die verder naadloos past in de rest van zijn oeuvre. Een marathon in Kyoto die uitloopt op een surrealistische odyssee bijvoorbeeld. Of de hopeloze driehoeksverhouding van twee eigenzinnige ultralopers en een even labiel als beeldschoon meisje. Pas dan kan hij, zoals hij het in Waarover ik praat als ik over hardlopen praat formuleert, aan de finish trots op mezelf zijn.
zondag 1 februari 2009
Joris Luyendijk - Het zijn net mensen

Joris Luyendijk geeft in Het zijn net mensen een onthutsend kijkje op de werking van 'de media'. Hij is jarenlang voor verschillende media (kranten, radio, tv) gestationeerd geweest in het Midden-Oosten, waar hij eerst vanuit Egypte, daarna vanuit Libanon en tenslotte vanuit Oost-Jeruzalem verslag deed van de situatie aldaar.
Met voorbeelden en briljant verzonnen parallellen legt hij uit waarom het onmogelijk is om objectief verslag te leggen vanuit een dictatuur, zoals de meeste landen in het Midden-Oosten. Er zijn geen statistieken, opiniepeilingen evenmin. Mensen durven hun mond eigenlijk niet open te doen want wie weet ben je wel van de geheime dienst. En als ze hun mond al open durven te doen dan alleen off the record.
Later mag hij zijn licht laten schijnen over het conflict tussen de Palestijnen en Israeliers. Hier laat Luyendijk zien hoe slim de Israeliers de internationale opinie beinvloeden en hoe slecht de Palestijnen daartoe in staat blijken. Geholpen door het feit dat ook daar een Leider zit die zichzelf in het zadel wil houden, koste wat kost.
Daarnaast ervaart Luyendijk hoe lastig het is om verslag te doen van een situatie zonder dat er een nieuwswaardige aanleiding is. Dat willen tv-programma's in het westen gewoon niet van je hebben. De afnemers van het nieuws zoeken bevestiging van hun bestaande ideeën en denkbeelden, geen beelden daarnaast die die denkbeelden zouden kunnen verstoren.
Ik was al een Luyendijk-fan door zijn geweldige gastheerschap van Zomergasten, en door het lezen van Het zijn net mensen is mijn bewondering er niet minder op geworden. Je moet het maar durven, de geloofwaardigheid van je eigen vak ter discussie stellen.
zaterdag 10 januari 2009
Marja Vuijsje - Joke Smit

Ik houd helemaal niet van biografieën maar ja, ik kreeg deze van mijn moeder... Toen zag ik dat-ie door Marja Vuijsje geschreven was, dat is een vriendin van een vriendin van mijn moeder en daarom heb ik vroeger nog wel eens met haar te maken gehad. Ik werd meer dan aangenaam verrast moet ik zeggen.
Voor mij, geboortejaar 1969, is Joke Smit iemand die thuis gelezen werd en over wiens ideeën gepraat werd, maar over wie ik toch eigenlijk maar weinig wist. Vuijsje beschrijft haar leven op een prettige en soepele manier. Genuanceerd ook. Joke is jong aan kanker overleden (in 1981), dus veel van de mensen waarmee ze opgegroeid is, waar ze mee gewerkt heeft en waar ze mee geleefd heeft, leven nog en konden door Vuijsje geïnterviewd worden. Dat was trouwens niet de enige goede bron: het laatste jaar van haar leven gebruikte Joke om allemaal bandjes in te spreken met haar levensverhaal. Ook heeft ze jarenlang dagboekaantekeningen gemaakt.
Uit dit alles komt het volgende beeld naar voren: Joke Smit werd in 1933 geboren als eerste kind van een schoolhoofd van een School met de Bijbel en (natuurlijk) een huisvrouw. Een stevig christelijk geheelonthoudersgezin maar tegelijkertijd redelijk progressief want Joke mocht vlak na WOII naar het gymnasium in Utrecht, en daarna Frans studeren. Tijdens haar studie ontmoette ze haar latere echtgenoot, Constant Kool, met wie ze een intellectueel stimulerende relatie had. Ze trouwden en kregen twee kinderen. Joke bleef, tegen de gewoonte van de tijd in, ook na haar huwelijk een zeer actief maatschappelijk leven leiden.
Al snel ging ze zich verbazen over de verschillende behandeling van mannen ven vrouwen. En die verbazing sloeg om in woede, die ze gebruikte om haar meest beroemde artikel 'Het onbehagen van de vrouw' te schrijven, het artikel dat van haar het boegbeeld van de tweede feministische golf heeft gemaakt.
Vuijsje laat zien dat Joke radicaal was in haar ideeën: ze vond dat er op geen enkele wijze onderscheid mocht bestaan tussen mannen en vrouwen, in werk- en privé-zaken. In het verwezenlijken van haar idealen was Joke Smit echter niet radicaal, ze was geen actievoerder, wilde niet op de barricades, maar vond ze dat de boel via de politiek veranderd moest worden, door middel van een 'mars door de instituties'. Juist die lijn zorgde ervoor dat ze in de jaren '70 steeds minder aansluiting had bij de veelheid aan feministische groepen die in die tijd als paddenstoelen uit de grond schoten. Die wilden bijvoorbeeld mannen uitsluiten, terwijl Joke vond dat mannen en vrouwen de sekseongelijkheid samen moesten oplossen.
Naast haar professionele ontwikkeling besteedt Vuijsje ook de nodige aandacht aan Jokes privé-leven. Ze had het nog niet zo gemakkelijk. Een jeugd waarin ze het perfecte oudste kind moest zijn en was. Een huwelijk dat niet goed was en uiteindelijk ook op de klippen liep, aan de lopende band buitenechtelijke relaties die stuk voor stuk ook ongelukkig eindigden, behalve misschien die met de man waarmee ze de laatste paar jaar van haar leven sleet. Een zeer gedreven vrouw met altijd tijd tekort om al die dingen te doen die ze wilde doen. Een warm maar gelijk ook een zeer resultaatgericht iemand, die alleen op kwam draven als ze zaken kon doen. Een zeer intelligente dame.
Tijdens het lezen moest ik steeds aan de woorden van mijn moeder denken die vertelde dat je in de jaren '70 enorm geprest werd om mee te doen aan het grote partnerruilen. Het was abnormaal als je er niet aan meedeed, als je aangaf gelukkig te zijn met je partner. Belachelijk, dat kon echt niet hoor! En dat was maar in Delft. Kun je nagaan hoe het in Amsterdam moet zijn geweest, waar Joke en Constant woonden. Nu bijna onvoorstelbaar. Ook de kinderen van Joke en Constant hadden geen doorsnee leven. Joke zat regelmatig tijden in het buitenland (ze had bv een appartement in Parijs] en zeker toen zij en Constant uit elkaar waren, waren zij dan langere tijd alleen. Want natuurlijk bleven zij bij hun moeder wonen en zagen zij hun vader maar zo af en toe. Nu ook bijna onvoorstelbaar, want Joke en Constant bleven met elkaar omgaan, ze bleven verbonden via de feministische zaak.
Tot slot nog de verwijzing naar een artikeltje van Max Pam over Joke Smit en de biografie van Vuijsje over haar, waar ik door Brasikurtz op geattendeerd werd. Leuk ook om dat erbij te lezen.
zaterdag 15 november 2008
Frank Westerman - De graanrepubliek

De laatste week van oktober zat ik voor mijn opleiding een week op het Groninger platteland en dus zocht ik uit mijn boekenkastje met nog te lezen boeken wat toepasselijks uit: De graanrepubliek van Frank Westerman.
In dit journalistieke verslag van de ontwikkelingen van de Groningse landbouw. De opkomst, eind 19e eeuw van de rijke herenboeren op de vruchtbare zeeklei, en daartegenover de sterke positie die de communisten hadden in deze streek, de enorme productieverhogingen van de laatste 50 jaar, dit alles vertelt hij aan de hand van de geschiedenis van een aantal personen. De eminentste onder hen is natuurlijk Sicco Mansholt, boer van origine, minister van Landbouw direct na WO II en Eurocommissaris voor Landbouw eind jaren '50 tot in de jaren '70, maar ook de gewone man/vrouw laat Westerman aan het woord.
Op zich best een aardig boek om te lezen, maar de mengeling van verhalende en journalistieke schrijfstijl vond ik niet altijd even prettig, en soms ronduit verwarrend: regelmatig vroeg ik me af of dat wat ik las de geromantiseerde versie, ontsproten aan het brein van Westerman was, of het het relaas van een van de geïnterviewden.
Bovendien neemt Westerman mij te stevig stelling tegen het verlaten van de bescherming van de landbouw en de natuurontwikkeling die daarvoor in de plaats is gekomen, de afgelopen 20 jaar. De nuance die hij eerder in het boek toont, als hij het over de in eerste instantie zegenrijke maar later desastreuze landbouwpolitiek van Mansholt heeft, zet hij in het laatste deel van het boek overboord. Zonde.
maandag 22 september 2008
Jeremy Paxman - The English

Paxman onuitgelezen doorgegeven aan een van mijn boekvriendinnen. Mij kan hij niet boeien met zijn zoektocht naar wat de Engelsen nou zo typisch Engels maakt. Niet dat het slecht is hoor, dat dan ook weer niet. Maar Paxman heeft teveel, veel teveel woorden nodig. Teveel voorbeelden ook. Ina vroeg me of ik het een voorbeeld vond van een 'omgevallen boekenkast'. Nee, zei ik, meer een gevalletje van een 'omgevallen woordenboek'.
zondag 31 augustus 2008
Jan Wolkers en Godfried Bomans - Alleen op een eiland

Anders attendeerde me erop door een klein fragmentje op te nemen op zijn blog: een serie luisterCDs met daarop de uitzendingen uit 1971 van het radio-programma "Alleen op een eiland". In dit radioprogramma deed eerst Godfried Bomans en daarna Jan Wolkers verslag van de ervaringen terwijl ze elk een week moederziel alleen op Rottumerplaat doorbrachten. Waarbij Bomans het zwaar, heel zwaar had en Wolkers genoot. De uitzendingen werden gepresenteerd door Willem Ruis.
Het leuke van de CDs is dat niet alleen de radio-uitzendingen erop staan, maar ook de gesprekken vooraf en nadien, en de 'veiligheidscalls' die verder gemaakt werden om te controleren of Godfried of Jan nog leefden.
De uitzendingen zijn schitterend. Bomans die probeert om opgewekt te klinken terwijl hij zich zwaar klote voelt en Wolkers die zich op het eiland vreselijk opwindt over de politiek en dan buiten de uitzending op de vingers getikt wordt door Ruis ("we zitten in AVRO-zendtijd, Jan, geen polletiek alsjeblieft").
Ook mooi is dat de laatdunkende houding die Wolkers openlijk tentoonspreidt voor Bomans in de allerlaatste uitzending door de Heer uit Haarlem beantwoord wordt met een venijnige verbazing over de natuurmens Wolkers.
"Wel raar," bedacht ik me vlak voor het eind "ik zit hier naar drie dode mannen te luisteren..."
Mark Mieras - Ben ik dat?

Vandaag las ik "Ben ik dat?" van Mark Mieras uit. Deze wetenschapsjournalist schreef een boek over de hersenen, met als ondertitel "Wat hersenononderzoek vertelt over onszelf".
In vier delen beschrijft Mieras de werking van de hersenen. Deze delen gaan over het waarnemen van onze omgeving, over onze emoties en gevoelens, over de ontwikkeling van ons brein en tot slot over onze identiteit/ons zelfbewustzijn. Elk van deze delen bestaat weer uit een aantal korte hoofdstukken, bijna artikelen, over verschillende aspecten van dat onderwerp.
Mieras heeft zich duidelijk breed ingelezen in de recente wetenschappelijke literatuur over hersenonderzoek. Het geheel geeft daarom goed inzicht in de stand van zaken van hersenonderzoek. En Mieras weet het nog zo te vertellen dat ik het als hersenleek prima kan volgen. Sterker, hij schrijft zo boeiend dat ik denk dat het ook voor de niet-biologen onder ons superinteressant is.
Dit is dus een geweldig boek. Ik ga het iedereen onder de neus duwen: "Lees of ik schiet!"
Abonneren op:
Posts (Atom)
