
Nemesis is een prachtig boekje van Roth uit 2010 over thema's als geloof, ongeluk en de schuldgevoel, dat mijns inziens terecht de Man Booker Prize 2011 gewonnen heeft (al weet ik niet wat de concurrentie was :-) )
Polio, oftewel kinderverlamming. Een ziekte waar ik vroeger tegen ingeënt werd, maar die verder erg ver van mijn bed stond. Dat je er dood aan kon gaan, wist ik als kind niet. En dat het verschrikkelijk besmettelijk was evenmin. Het leek mij als kind zoiets als de bof, lastig maar overkomelijk. Na het lezen van Nemesis weet ik beter. Roth begint met een paar gegevens, waardoor de ernst van de situatie gelijk staat als een huis: in 1916 was er een uitbraak van polio waarbij in het noord-oosten van de States meer dan 27.000 mensen ziek werden, en 6.000 stierven. Het vaccin waarmee wij allen zijn ingeent kwam in halverwege de jaren '50 van de vorige eeuw beschikbaar.
Het verhaal
Eugene (Bucky) Cantor is nadat zijn moeder in het kraambed is gestorven opgevoed door zijn grootouders. Zijn grootmoeder is een liefhebbende vrouw, zijn grootvader heeft een Echte Man van hem gemaakt: een man die zijn verantwoordelijkheden kent en die de plichten die daarbij horen zonder mokken vervult.
Het is zomer 1944 en Bucky is inmiddels 23 jaar oud. Terwijl in Europa D-day geweest is en de beste vrienden van Bucky aan het front vechten, is hij aangesteld om als speelplaatsleerkracht de kinderen van de Joodse wijk Weequahic (Newark) met sport en spel de zomer door te krijgen. Bucky had zo graag meegevochten in Europa maar is afgekeurd vanwege zijn slechte ogen. Hierover voelt Bucky zich schuldig, hij is immers als gymleraar lichamelijk meer dan in staat om te vechten?
In de zinderende hitte van de zomerse stad breekt polio uit en grijpt uitzonderlijk hard om zich heen onder de kinderen in de Joodse wijk. Dit maakt dat Bucky zich ook hier schuldig over voelt: hij heeft zijn kinderen niet kunnen beschermen, hij heeft zijn plicht verzaakt.
Alles wat er gebeurt slaat ook een deuk in Bucky's geloof: welke God slaat nu zijn volgelingen op deze vreselijke manier? En als we toch bezig zijn, welke God ontneemt een kind zijn moeder in het kraambed?
Teleurgesteld en ook bang gaat hij in op het aanbod van de leiding van het zomerkamp in de bergen, waar zijn vriendin werkt. Zal de in- en infatsoenlijke Bucky daar aan de polio en aan het allesoverweldigende schuldgevoel kunnen ontsnappen?
Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een van de kinderen die in Newark bij Bucky op de speelplaats kwam in deze zomer, al weet je dat pas later (p. 108 in mijn editie) en lijkt het in het begin meer of er een alwetende verteller aan het woord is. Hij ontmoet Bucky 30 jaar na deze rampzalige zomer en tekent diens hartverscheurende verhaal op dat die hem in hun wekelijkse ontmoetingen vertelt. Juist doordat Roth heeft gekozen voor het perspectief van een betrokkene maar niet de 'ik'-vorm, heeft het verhaal een mooie, warme afstandelijkheid. Mooi ook dat in het eerste deel van het boek Bucky consequent als Mr. Cantor wordt aangeduid; hij wordt pas in het laatste deel, als beide mannen met elkaar bij een kop koffie zijn levensgeschiedenis bespreken, bij zijn koosnaam 'Bucky' genoemd.
"Why was the genuine tenderness of a loving grandmother any less satisfying than the tenderness of a mother? It shouldn't have been, and yet secretly he felt that it was - and secretly felt ashamed for harboring such a thought"
"Mostly Bucky considered himself a gender blank - as in a cartridge that is blank - an abashing self-assessment for a boy who'd come of age in an era of national suffering and strife when men were meant to be undaunted defenders of home and country."
"His conception of God was of an omnipotent being who was a union not of three persons in one Godhead, as in Christianity, but of two - a sick fuck and an evil genius." (een wrekende God dus eigenlijk, oftewel een Nemesis)





