zaterdag 14 januari 2012

Philip Roth - Nemesis



Nemesis is een prachtig boekje van Roth uit 2010 over thema's als geloof, ongeluk en de schuldgevoel, dat mijns inziens terecht de Man Booker Prize 2011 gewonnen heeft (al weet ik niet wat de concurrentie was :-) )

Polio, oftewel kinderverlamming. Een ziekte waar ik vroeger tegen ingeënt werd, maar die verder erg ver van mijn bed stond. Dat je er dood aan kon gaan, wist ik als kind niet. En dat het verschrikkelijk besmettelijk was evenmin. Het leek mij als kind zoiets als de bof, lastig maar overkomelijk. Na het lezen van Nemesis weet ik beter. Roth begint met een paar gegevens, waardoor de ernst van de situatie gelijk staat als een huis: in 1916 was er een uitbraak van polio waarbij in het noord-oosten van de States meer dan 27.000 mensen ziek werden, en 6.000 stierven. Het vaccin waarmee wij allen zijn ingeent kwam in halverwege de jaren '50 van de vorige eeuw beschikbaar.

Het verhaal
Eugene (Bucky) Cantor is nadat zijn moeder in het kraambed is gestorven opgevoed door zijn grootouders. Zijn grootmoeder is een liefhebbende vrouw, zijn grootvader heeft een Echte Man van hem gemaakt: een man die zijn verantwoordelijkheden kent en die de plichten die daarbij horen zonder mokken vervult.
Het is zomer 1944 en Bucky is inmiddels 23 jaar oud. Terwijl in Europa D-day geweest is en de beste vrienden van Bucky aan het front vechten, is hij aangesteld om als speelplaatsleerkracht de kinderen van de Joodse wijk Weequahic (Newark) met sport en spel de zomer door te krijgen. Bucky had zo graag meegevochten in Europa maar is afgekeurd vanwege zijn slechte ogen. Hierover voelt Bucky zich schuldig, hij is immers als gymleraar lichamelijk meer dan in staat om te vechten?
In de zinderende hitte van de zomerse stad breekt polio uit en grijpt uitzonderlijk hard om zich heen onder de kinderen in de Joodse wijk. Dit maakt dat Bucky zich ook hier schuldig over voelt: hij heeft zijn kinderen niet kunnen beschermen, hij heeft zijn plicht verzaakt.
Alles wat er gebeurt slaat ook een deuk in Bucky's geloof: welke God slaat nu zijn volgelingen op deze vreselijke manier? En als we toch bezig zijn, welke God ontneemt een kind zijn moeder in het kraambed?
Teleurgesteld en ook bang gaat hij in op het aanbod van de leiding van het zomerkamp in de bergen, waar zijn vriendin werkt. Zal de in- en infatsoenlijke Bucky daar aan de polio en aan het allesoverweldigende schuldgevoel kunnen ontsnappen?

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van een van de kinderen die in Newark bij Bucky op de speelplaats kwam in deze zomer, al weet je dat pas later (p. 108 in mijn editie) en lijkt het in het begin meer of er een alwetende verteller aan het woord is. Hij ontmoet Bucky 30 jaar na deze rampzalige zomer en tekent diens hartverscheurende verhaal op dat die hem in hun wekelijkse ontmoetingen vertelt. Juist doordat Roth heeft gekozen voor het perspectief van een betrokkene maar niet de 'ik'-vorm, heeft het verhaal een mooie, warme afstandelijkheid. Mooi ook dat in het eerste deel van het boek Bucky consequent als Mr. Cantor wordt aangeduid; hij wordt pas in het laatste deel, als beide mannen met elkaar bij een kop koffie zijn levensgeschiedenis bespreken, bij zijn koosnaam 'Bucky' genoemd.

"Why was the genuine tenderness of a loving grandmother any less satisfying than the tenderness of a mother? It shouldn't have been, and yet secretly he felt that it was - and secretly felt ashamed for harboring such a thought"

"Mostly Bucky considered himself a gender blank - as in a cartridge that is blank - an abashing self-assessment for a boy who'd come of age in an era of national suffering and strife when men were meant to be undaunted defenders of home and country."

"His conception of God was of an omnipotent being who was a union not of three persons in one Godhead, as in Christianity, but of two - a sick fuck and an evil genius." (een wrekende God dus eigenlijk, oftewel een Nemesis)

donderdag 5 januari 2012

Jennifer Egan - A visit from the goon squad



Wat een geweldig slim geconstrueerd boek, vol interessante personages, met een interessant thema: de vergankelijkheid van roem. Elk hoofdstuk is vanuit het perspectief van een ander personage geschreven. Die elk een eigen stijl hebben meegekregen. En bovendien zijn de door hen aangeraakte verhalen niet chronologisch geordend. Je moet als lezer dus zelf puzzelen: vanuit wiens perspectief is dit hoofdstuk geschreven, wanneer speelt het zich af. En al lezende begin je de samenhang tussen alles te ontdekken. Geweldig!

Sasha is een kleptomane, die als een soort personal assistant werkt voor een platenbaas, Bennie. Bennie heeft het vak ooit geleerd van Lou, in de tijd dat Bennie nog met zijn maten Scotty, Alice, Rhea en Jocelyn rondhangt, die samen de kern vormden van een punkbandje 'The flaming dildos'. Egan laat elk van hen, evenals van een aantal personen om hen heen aan het woord en zo kom je achter hun verleden, hun heden en hun toekomst. Hoe je vanuit de goot op kunt klimmen en hoe hard je daar weer in terug kunt vallen. Prachtig verhaal over (en later van) een PR-agente van de sterren, die uiteindelijk de PR-agente van uitgerangeerde dictators wordt.

Enige minpuntje is dat de delen die zich in de min of meer nabije toekomst (over 15 jaar) afspelen aan de ene kant een maatschappij schetsen die radicaal veranderd is en aan de andere kant deels al ingehaald is door de tijd, in dat ruime jaar tussen publicatie van de roman en het moment waarop ik het las. Schrijven over de toekomst, zeker als je het zo concreet maakt als Egan, blijkt maar weer eens eigenlijk te moeilijk en een linke business. Daarom "slechts" vier sterren.

zondag 1 januari 2012

Tweeduizendelf: een recordjaar



Mehn, in 2011 heb ik maar liefst 80 (tachtig!) boeken gelezen, bijna het dubbele van een gemiddeld jaar daarvoor. En daar zat een aantal prachtexemplaren tussen. Mijn top tien van 2011 (in alfabetische volgorde):

1. Wiesław Myśliwski - Over het doppen van bonen: een verpletterende monoloog van een oude man die als jongetje het uitmoorden van zijn geboortedorp heeft meegemaakt.
2, 3 en 4. Haruki Murakami - 1q84 (boek 1, 2 en 3): en alweer heeft Murakami een bijzonder mooi verhaal weten te construeren!
5. Robert M. Pirsig - Zen en de kunst van het motoronderhoud: de klassieke verhandeling over het begrip 'kwaliteit', verpakt in een prachtig reisverhaal met meerdere facetten: een motortrip door de States, een reis naar het innerlijk van de verteller, een reis naar zijn verleden.
6. Roxana Robinson - Cost: briljant geschreven roman over de gevolgen van een heroineverslaving.
7. Maria Stahlie - Scheerjongen: een ontroerend verhaal over een puberjongen die grootse daden wil verrichten.
8. Scarlett Thomas - Our tragic universe: een geweldige roman waarin het gedachtenexperiment centraal staat
9. Bart Vercauteren - Het graf van de voddenraper: pareltje over de gevolgen van een bombardement.
10. Sandro Veronesi - Kalme chaos: prachtige roman over hoe rouwen je hele wereld in de pauzestand zet.

Daarnaast las ik nog veel meer gewoon heel goede boeken. Bijvoorbeeld (alweer in alfabetische volgorde):

Belinda Bauer - Blacklands
Jonathan Coe - The terrible privacy of Maxwell Sim
Tsitsi Dangarembga - Nervous conditions
Miguel Delibes - De ketter
Emma Donoghue - Room
Dave Eggers - Zeitoun
Nathan Englander - The Ministry of Special Cases
Haruki Murakami - Underground
Yoko Ogawa - De huishoudster en de professor
Gustaaf Peek - Ik was Amerika
Annie Proulx - Postcards
Vikram Seth - An equal music
Eric Siblin - De cellosuites
Ali Smith - Boy meets girl
Kathryn Stockett - The help
Barbara Trapico - The travelling hornplayer
Sandro Veronesi - XY

Ik voel me een gezegend mens, dat ik al deze prachtige lettertjes door mijn handen en ogen heb mogen laten gaan!

Natuurlijk waren er ook teleurstellingen. Zoals The evolution of Jane van Cathleen Schine en De weg naar Santiago de Compostela van Kathryn Harrison. En ook schrijvers die Elsje eerder wel konden bekoren, stelden haar dit jaar teleur. Zo waren er Echt Sexy van Renate Dorrestein, Vaclav van Arthur Japin en Sunset Park van Paul Auster. Gelukkig waren de teleurstellingen in de verre minderheid.

En nu maar hopen dat 2012 me weer heel veel lekkers gaat brengen!

zaterdag 31 december 2011

Sandro Veronesi - XY



In XY zijn er twee hoofdpersonen: de priester Don Ermete (Y) en de psychiater Giovanna Gassion (X). Zij raken elk op hun eigen manier betrokken bij een gebeurtenis die plaats vindt in het berggehuchtje San Giuda (Sint Judas, de heilige van de hopeloze gevallen): op een slechte winterochtend worden er net buiten het dorp tien lijken gevonden, die allemaal op een andere manier om het leven blijken te zijn gekomen. DNA van een elfde persoon wordt gevonden, maar zonder dat er van deze persoon een lijk aangetroffen wordt. De politie staat voor een raadsel.

Don Ermete is de priester van de parochie van San Giuda. Omdat hij een van de drie dorpsbewoners is die de vreselijke vondst doen, wordt hij door de politie verdacht. Na een aantal weken dagelijks ondervraagd te zijn, biecht de onderzoeksleider aan hem op dat de politie uit wanhoop alle lijken onthoofd heeft om er een terroristische aanslag van te kunnen maken. Daarna wordt de man vrijgelaten. Terug in het dorp merkt hij dat hij door de rest van de dorpelingen met argwaan bekeken wordt: waar was hij toen ze hem zo nodig hadden? In de dagen daarna valt hem op dat allerlei psychische kwalen van zijn parochianen de kop opsteken. Daarom roept hij de hulp in van dokter Gassion.

Giovanna Gassion heeft het net uitgemaakt met haar vriend en probeert haar leventje weer op te bouwen. Haar ex-vriend kan moeilijk afstand houden en na het bloedbad van San Giuda wordt hij voor Giovanna ook weer interessant, want hij zit in het onderzoeksteam. Zij weet dus al wat er allemaal mis gaat tijdens het onderzoek en voor welke oplossing er is gekozen.
Raadselachtig is voor haar het feit dat een litteken van lang geleden in de nacht van het bloedbad weer is open gegaan. Het kan voor haar niet anders dan dat deze twee zaken samenhangen. Als don Ermete haar vraagt hem te helpen, aarzelt ze dan ook geen moment en verhuist van de ene op de andere dag naar het afgelegen San Giuda.

Dan begint er een 'strijd' tussen geloof en wetenschap: is wat er gebeurde gewoon niet te verklaren en moet je de oorzaak zoeken in het Hogere of moet je net zo lang graven tot je de boel wetenschappelijk kunt verklaren? Als iemand eenmaal uitspreekt dat hij of zij een bepaalde versie gelooft, dan moet je sterk in je schoenen staan om iets anders te durven beweren.

Prachtig boek, met interessante (rare!!) personages, een goed verhaal (al draait het daar dus niet eens zo erg om), en vooral veel open eindjes waarmee je nog heerlijk blijft zitten. Zodat het boek je na afloop nog stevig bezig houdt.

woensdag 28 december 2011

Barbara Trapido - The travelling hornplayer



De gedichtenreeks van Wilhelm Müller 'Seventy-seven poems from the posthumous papers of a travelling hornplayer' vormt de basis voor deze roman van Trapido. Daarnaast heeft Trapido voor de roman de gedichtenserie Die schöne Müllerin gebruikt, waarvan de gedichten door Schubert op muziek gezet zijn.

Het verhaal
Het boek is in twee delen verdeeld, waarin het eerste deel over de levens van de drie hoofdpersonen gaat vóór de dood van Lydia en het tweede deel over hun levens ná de dood van Lydia.

De studente Lydia schrijft een scriptie over de gedichten van Müller. In het eerste hoofdstuk vertelt haar zus Ellen over hun gezamenlijke jeugd, waarin ze samen hun vader probeerden op te vrolijken nadat hun moeder het gezin verlaten had. Tot Lydia op een dag zomaar onder een bus terecht komt. Als titel van het hoofdstuk fungeert dit lied van Schubert.

Het tweede hoofdstuk is geschreven vanuit het perspectief van Jonathan Goldman, de schrijver, die Lydia helpt met haar scriptie. Hij vertelt vooral over zijn huwelijk met Katherine en haar opofferingen om hun zeer dyslectische dochter Stella (The Nuisance Chip, gezellig als je je dochter zo noemt) iets bij te brengen. Opofferingen die haar van een spannende jonge vrouw in een sloof veranderen. Waardoor hij de verleiding om een rustige schrijfplek in Londen te vinden en een relatie te beginnen met Sonia, een provocatieve onderzoekster aan de Universiteit van Londen, niet kan weerstaan. Sonia vindt de brief waarin Lydia vraagt om hulp met haar scriptie en plaagt Jonathan er vreselijk mee: het is overduidelijk de brief van een verliefde puber. Luister ondertussen naar dit lied van Schubert.

In het derde hoofdstuk ontmoeten we Stella, de dochter van Jonathan Goldman. Ze is zwaar dyslectisch en daardoor wordt ze als achterlijk beschouwd. Tot ze zichzelf op een bijzondere manier leert lezen. En vooral: tot ze cello leert spelen. Daar blijkt ze in uit te blinken. Ze gaat naar het conservatorium in Edinburgh, waar ze een buitengewoon hartstochtelijke relatie krijgt met de jonge kunstenaar Izzy, een van de huisgenoten van Ellen uit het eerste hoofdstuk. Stella is zijn muze, althans, tot hij een andere muze aan de haak slaat. Als ze daarachter komt, gaat ze naar de Londense flat van haar vader. Daar komt ze erachter dat die haar moeder bedriegt. Ontgoocheld vlucht Stella terug naar Edinburgh, waar Pen, de derde huisgenoot van Ellen, haar opvangt. Pen neemt haar mee naar zijn exorbitant rijke en streng katholieke familie. De titel van het hoofdstuk verwijst naar dit lied van Schubert.

Ook het vierde hoofdstuk draait om Stella. Stella blijkt zwanger van Izzy, en bij de eerste controle krijgt ze ook te horen dat hij haar met HIV besmet heeft. Ondanks het besmettingsgevaar besluit ze om de baby te houden. Pen biedt aan om met haar te trouwen en het kind op te voeden als ware het het zijne. Pen en Stella hebben geen echt huwelijk: Pen is als jongen zwaar misbruikt in het katholieke jongensinternaat waar hij op school zat en is daardoor ernstig gestoord in zijn seksuele ontwikkeling. Stella krijgt een dochtertje. Overigens heeft Stella alle banden met haar ouders en met Izzy verbroken: ze wil en kan hen niet onder ogen komen. De titel verwijst naar dit lied van Schubert.

In het vijfde hoofdstuk keren we terug naar Jonathan (bijpassende muziek van Schubert hier te beluisteren), in het zesde naar Ellen (luister hier naar de muziek van Schubert). En komen we erachter wat er nou precies met Lydia gebeurd is en hoe de verschillende personen aan het gebeuren hebben 'bijgedragen'. In het zevende en laatste hoofdstuk vormt een galadiner het decor voor de reünie van iedereen. Een confrontatie met datgene dat er gebeurd is, en een blik op de toekomst. Bij het laatste deel hoort dit lied van Schubert.

Wat een prachtig boek. In het vierde hoofdstuk begon ik het allemaal wat té dramatisch te vinden. Maar gelukkig weet Trapido een tranentrekker van jewelste (Stella zwanger en HIV-positief) om te buigen naar een mooi en ontroerend einde. Knap hoe ze het loodzware van rouw, wroeging en schuldbesef weet te behandelen zonder dat het één groot tranendal wordt.

Leuk ook hoe de schrijfster de titel terug laat komen: de roman die Jonathan schrijft heet: Have horn, will travel, en de leuke Oostenrijker die Ellen ontmoet die ze van vroeger kent als Hubert, de hoornspeler. Ik heb zojuist de liederen van Schubert opgezocht en beluisterd, dat voegt echt wel wat toe aan de beleving van het boek. Vandaar dat ik er linkjes naartoe heb opgenomen in dit leesverslag.

dinsdag 13 december 2011

Carlos Fuentes - Apollo en de hoeren



Een serie verhalen over verovering: van Zuid-Amerika door de conquistadores, van Spanje door de Romeinen, van het paradijselijke eiland waarop Columbus gestrand is door Japanse projectontwikkelaars geconfisceerd wordt. Mooi!

Wat me trouwens wel verbaast is dat de bundel die origineel El naranjo (de sinaasappelboom) heet, in het Nederlands Apollo en de hoeren heet, voor mij het minst aansprekende verhaal uit de bundel over een man die met een aantal hoertjes de zee op gaat en daar tijdens de seks sterft. De originele titel slaat namelijk op de hele bundel, waarin de sinaasappelboom en zijn vruchten in elk verhaal een (meer of minder) belangrijke rol spelen.

vrijdag 25 november 2011

Rick Riordan - Percy Jackson en de Olympiers - De laatste Olympiër



In 'De laatste Olympier' maken Percy en zijn halfgodvrienden zich op voor de laatste strijd tegen de titanen en hun handlangers. Lekker vlot geschreven en met spectaculaire gevechten in hartje New York, maar voor mij is de sjeu van deze serie er nu wel af. Dat Rick Riordan aan het eind de mogelijkheid open laat dat er nog meer delen volgen, vind ik daarom jammer. Het is mooi geweest.