Posts tonen met het label ***. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ***. Alle posts tonen

zondag 14 september 2014

Kader Abdolah - Dawoed


Als ik ga wandelen, dan probeer ik zo weinig mogelijk bagage mee te nemen, en dus neem ik dan ook vaak een zo klein mogelijk boekje mee voor onderweg naar het beginpunt of voor de terugreis naar huis. Zo las ik onlangs Dawoed van Kader Abdolah, dat als Literair Juweeltje is uitgegeven. Het is een uittreksel uit De droom van Dawoed.

Het verhaal is geschreven vanuit het perspectief van de gestorven ik-persoon, die samen met nog vier andere gestorvenen verhalen van hun nog levende vriend Dawoed aanhoort, die een bezoek aan Zuid-Afrika brengt. Kennelijk vertelt hij zo goed, dat de vrienden er als het ware echt bij zijn.

Een mooi boekje, maar wel erg uitgekleed om het te laten passen in de Juweeltjes-serie. Jammer, want ik heb daardoor het gevoel dat ik wel erg weinig van het origineel heb meegekregen. En het is net te weinig prikkelend om me naar het origineel te doen grijpen.

maandag 1 september 2014

J.M. Coetzee - Summertime


In Summertime laat Coetzee een jonge Engelsman middels dagboekfragmenten en interviews een biografie van hemzelf schrijven. Een biografie die zich toespitst op Coetzees jaren als beginnend schrijver.

Wel een aardige vorm om je (fictionele) autobiografie in te gieten, al zet Coetzee zich wel wat al te nadrukkelijk neer als onaangenaam mens.

donderdag 28 augustus 2014

Tom Lanoye - Gelukkige slaven


Wat een verhaal! Twee mannen met dezelfde naam beginnen het verhaal elk op een verschillend continent en zullen elkaar ontmoeten op weer een ander continent. Dit is geen verklapper :-)
De eerste Tony Hanssen is met de vrouw van een rijke magnaat aan de boemel in Argentinië. En dan legt zij opeens het loodje... O jee!! De tweede Tony Hanssen is op neushoornjacht in Zuid-Afrika. Zeer illegaal natuurlijk. En dan is er ineens een andere kaper op de kust... O jee!!
In China ontmoeten zij elkaar weer nadat de ene Tony Hanssen, doordat hij voor de ander wordt aangezien, een flinke aframmeling heeft moeten incasseren, doorheeft dat er iemand anders met dezelfde naam in de buurt moet rondlopen. Als hij die zoekt en vindt, bekijken ze elk die ander die dezelfde naam draagt met minachting: wat een meelijwekkende figuur. Ze besluiten, elk op grond van totaal eigenbelang, een bondje te maken. Maar of hen dat niet verder van huis brengt?

Beklemmend verhaal, en tegelijkertijd zo vlot geschreven dat je het slecht weg kan leggen. En toch niet meer dan drie sterren waard ('goed boek') omdat het niet zal beklijven. Terwijl er genoeg humorvolle of schrijnende scenes in naar voren komen. Misschien komt het doordat beide Tony's zo vreselijk onaangenaam zijn, dat je je niet kunt verliezen in het boek. Niet kunt? Niet wilt!

Een paar citaten:
Die verscheurdheid was het enige wat hem irriteerde aan zijn job. Aan het bancaire uniform - een das en merkkledij - had hij zich ogenschijnlijk gedwee onderworpen. Inwendig, en daar ging het per slot om, was hij zichzelf blijven zien als een soort rebel. Een latente anarchist. Hoe vurig hij bij de buitenwacht zijn corporatistische trots ook mocht verdedigen, hij belette hem niet om zich innerlijk een missing link te blijven voelen. Een autonoom scharnier tussen het gewone volk waaruit hij stamde en het Herrenvolk van de haute finance waartoe hij nooit zou worden toegelaten. En waartoe hij nooit zou willen behoren to begin with.

's Werelds grootste gokpaleis, The Venetian, vormde een stad in de stad. Je hoefde voor en na het spelen nergens anders heen, dankzij de talrijke winkelpromenades, restaurantes, evenementhallen, bruidssuites, vergaderzalen, massagesalons, tandartspraktijken, correctieve-chirurgiekabinetten, sportclubs en minigolfbanen. De inkomhal alleen al overschaduwde die van het grootste palazzo in het echte Venetie. Er bestond ter wereld maar één gebouw met meer vloeroppervlakte. De bloemenveiling in Aalsmeer.

Seks was in het beste geval een bijproduct van affectie, meestal was het kinderspel en tijdsverlies. Echte liefde kende een veel hogere inzet. Verlangen, vertrouwen. De kameraadschap tussen man en vrouw, en hun onverbrekelijke band.

We vinden Tony Hanssen terug op een ander continent, in het holst van een winter die men in het land van zijn herkomst zou bestempelen als een veelbelovende lente of een genadige herfst.

Haar lange oorbellen leken gemaakt van platina en smaragd, maar haar bedroefde ogen fonkelden als geslepen antraciet.

vrijdag 15 augustus 2014

Julio Cortázar - Rayuela: een hinkelspel


Voor het eerst in jaren las ik een boek met een potlood in de hand, om aantekeningen te maken in de kantlijn. Het leek wel studeren! Ik las namelijk de Spaanse "Ulysses": Rayuela, van Julio Cortázar, uit 1973, dat onlangs in een nieuwe vertaling verscheen.

Het boek is opgedeeld in twee delen: in het eerste deel, dat de eerste 56 hoofdstukken beslaat, vertelt Cortázar een vrij rechttoe, rechtaan verhaal. Het tweede deel verzorgt commentaar op en verdieping van dat verhaal, geeft inzicht in de geschriften van Morelli en bevat vele citaten. Als je ervoor kiest het hele boek te lezen spring je steeds heen en weer tussen het eerste deel en het tweede deel. Vandaar de titel: een hinkelspel.

Hinkelen speel je met een steentje dat je met de neus van je schoen vooruit moet schoppen. Benodigdheden: een trottoir, een steentje, een schoen en een mooie krijttekening, liefst in kleur. Bovenin bevindt zich de Hemel, onderaan de Aarde, het is erg moeilijk om het steentje in de Hemel te krijgen, je mikt bijna altijd verkeerd en dan rolt het steentje buiten de tekening.

Het verhaal speelt zich af in het jaar 1960 en gaat over een vriendengroep in Parijs die zich "de slangenclub" noemt. Waarom die zo heet is overigens onduidelijk. Het doel van de Club is in het begin van het boek eveneens onduidelijk. Ze discussiëren eindeloos met elkaar over allerlei schrijvers, dichters, musici, discussiëren nog maar wat meer, zuipen, zuipen nog maar wat meer, draaien plaatjes, zuipen nog maar wat meer, roken en draaien meer plaatjes. Op p. 63 concludeert Horacio Oliveira, de hoofdpersoon van de roman: "Het slot van het liedje zal zijn dat we naar de Bibliotheque Mazarine gaan om aantekeningen te maken over alruin wortels, de halssnoeren bij de Bantoes, of de vergelijkende geschiedenis van de nagelschaartjes."
Ik dacht eerst dat de slangenclub een studentenclubje was, maar op een gegeven kom je erachter dat Oliveira zeker al tweede helft 40 is (hij studeerde rond 1930). Tegelijkertijd koestert hij het niet-volwassen zijn: "het is werkelijkheid dat we na ons veertigste ons ware gelaat in de nek hebben en wanhopig achterom kijken." Cortázar geeft hier een aanwijzing voor in hoofdstuk 117: kinderen kennen het onderscheid niet tussen goed en kwaad (een theorie uit de jaren '20 van de vorige eeuw), waarmee Oliveira alle rottigheid die hij in het boek uithaalt lijkt goed te praten.

De belangrijkste leden van de slangenclub zijn de hoofdpersoon Horacio Oliveira: de 'reinigend offerpriester', oorspronkelijk afkomstig uit Argentinië. Wat zoekt hij precies in Parijs? Wat ontloopt hij? Dan is er La Maga (Lucía): de vriendin van Oliveira, oorspronkelijk afkomstig uit Montevideo. Zij wordt neergezet als een onderontwikkelde en tikje dommige vrouw. Ze blijkt een kindje te hebben dat als bijnaam Rocamadour heeft. Waarom het kindje ergens op het Franse platteland bij een vrouw is en niet bij zijn moeder is onduidelijk. Oliveira geeft overigens pas toe dat hij verliefd op La Maga is, als zij hem al ontglipt is. Ook de andere vrouw uit het gezelschap, Babs, wordt vooral afgeschilderd als dommig. Zie bijvoorbeeld p. 437, waarin zij steeds maar weer "bewonderend aan zijn lippen hing." (van haar vriend Ronald). Ook interessant is Ossip Gregrorovius: de man van wie de afkomst onduidelijk is, die meerdere moeders zegt te hebben in verschillende landen, met zeer uiteenlopende levensverhalen. En dan zijn er nog een paar anderen die minder aan bod komen.

De gedachtenwereld van ene Morelli is erg belangrijk voor de leden van de slangenclub, in hoe ze denken over literatuur: "Provoceren, een tekst ter hand nemen die slordig is, rammelend, onsamenhangend, bewust anti-roman(tisch), (...). Zonder je de grootste effecten die het genre biedt te ontzeggen als de situatie het vereist, maar met in je achterhoofd de raad van Gide, ne jamais profiter de l'élan acquis. Zoals alle door de westerse wereld uitverkoren producten, stelt de roman zich tevreden met een gesloten orde. Lijnrecht daartegenin gaan, ook hier zoeken naar een opening en daartoe iedere systematische opbouw van karakters of situaties categorisch achterwege laten. Methode: ironie, onophoudelijke zelfkritiek, incongruiteit, fantasie ten dienste van niemand."
"Morelli ziet in dat louter esthetisch schrijven een goocheltruc is, bedrog dat uiteindelijk alleen de vrouwtjes-lezer opwekt, de lezer die geen problemen wil, maar oplossingen, of valse problemen van anderen waarbij hij gerieflijk in zijn luie stoel kan zwijmelen, zonder betrokken te raken in het drama dat ook het zijne zou moeten zijn."

Het doel van het loslaten van bekende structuren, in de woorden van Morelli: "Per slot van rekening betekent verrotten een eind maken aan de onzuiverheid van de samenstellende delen en het teruggeven van de rechten aan het chemisch zuivere natrium, magnesium, koolstof. Mijn proza rot syntactisch weg en wint - heel moeizaam - aan eenvoud."

"Als je het boek las, kreeg je af en toe de indruk dat Morelli gehoopt had, dat de opeenstapeling van fragmenten plotseling zou kristalliseren tot een algehele werkelijkheid. (...) een kristallisatie die, zonder de wanorde waarin de hemellichamen van zijn kleine planetenstelsel rondcirkelden ook maar enigszins te wijzigen, een alomtegenwoordig, volledig begrip van hun bestaansredenen mogelijk maakte, (...)."
"De meest voor de hand liggende kwalificatie van deze toon was 'teleurstelling', maar je voelde dat deze teleurstelling in de grond niet toegeschreven moest worden aan de omstandigheden en gebeurtenissen die in het boek beschreven werkden, maar aan de wijze waarop ze beschreven werden, een wijze die - Morelli had het zoveel mogelijk proberen te camoufleren - een beslissend stempel op het vertelde drukte. De uitschakeling van het schijnconflict tussen vorm en inhoud kwam weer aan de orde (...). Wat hij in zijn boek vertelde diende nergens toe, was niets, omdat het slecht verteld was, eenvoudigweg omdát het verteld was." (p. 524)

Aardig is ook de tegenhanger van Morelli gepresenteerd wordt, ene Ceferino Piriz die alles juist in systemen onderbrengt. Hilarisch, daar waar de pogingen van Morelli om structuur van zich af te schudden treurig voelen. Moet hierin ook de referentie naar tuinieren worden gezien in hoofdstuk 134: verschil tussen Engels: mislukkingen vallen weg in het groter geheel vs Frans: elke mislukking valt op
In H82 maakt Morelli een vergelijking tussen schrijven en muziek maken, ritmisch bezig zijn. Wellicht dat er daarom zoveel verwijzingen naar muziek een rol spelen in het verhaal? "De muziek verliest haar melodisch karakter, de schilderkunst verliest haar anekdotisch karakter, de roman verliest zijn beschrijvend karakter." Ook hier wil hij dus dat alle structuur wordt losgelaten. De vraag die zich opdringt is: levert niet de dwang van het persé willen vermijden van elke vorm van structuur een nieuw keurslijf op?

Maar dan gebeurt er iets noodlottigs, iets dat de slangenclub uit elkaar doet spatten. Daarop keert Oliveira terug naar Buenos Aires, waar hij intrekt bij de vrouw die al die tijd op hem gewacht heeft. Hij hernieuwt de vriendschap met zijn vriend Manu (Traveler, de bijnaam ondanks het feit dat hij nooit reisde), met wie hij een haat/liefde-verhouding heeft en die samenwoont met de mooie en slimme Talitha. Zij zorgt voor balans in de relatie tussen Traveler en Oliveira, een rol die ze met toenemend ongemak en ongenoegen vervult; zij dreigt speelbal te worden van de spelletjes die Oliveira met de mensen in zijn omgeving speelt. Talitha is eigenlijk de enige vrouw in het boek die respect afdwingt, zij kan moeiteloos aan de woord- en filosofische discussies meedoen. Talitha en Traveler werken in een circus en bezorgen Oliveira daar een baantje als een manusje van alles. Gedrieën weten ze de directeur van het circus over te halen een krankzinnigengesticht te kopen en de zorg voor de bewoners over te nemen van de bestaande staf. Ze bereiden zich voor op hun nieuwe functie door het lezen van een handboek en het voeren van discussies... In het begin lijkt het nog best goed te gaan en lijken ze te worden geaccepteerd door de bewoners van het gesticht. Totdat Oliveira, in zijn zoektocht naar de verloren gegane liefde voor La Maga, de grip op de werkelijkheid verliest.

Talitha lijkt niet alleen de brug te zijn tussen Traveler en Oliveira, tussen zijn leven in Frankrijk en dat in Argentinië, maar ook tussen leven en dood:
... over de drie dagen dat de geesten van de afgestorvenen naar de hemel zweven en er een brug bestaat tussen de mens en het gat daarboven, een brug van mens tot mens (...). De vier-en-twin-tig-ste-au-gus-tus was een van de drie dagen waarop de aarde zich opende.

La Maga wordt in als Eurydice neergezet, voor wie Oliveira als Orpheus naar de onderwereld afdaalt om haar terug te halen naar het land der levenden. Met andere woorden: Oliveira moet naar de hel (de lijkenkelder van het krankzinnigengesticht) om zijn La Maga weer terug te krijgen.

Het absurde zit hem niet in de dingen op zich, het absurde zit hem in het feit dat de dingen er zijn en dat wij ze als absurd ondergaan.

In het tweede deel lijkt het alsof de schrijver Oliveira neer wil zetten als de non-conformist van Morelli: "Op het vlak van het dagelijks gebeuren wordt het gedrag van mijn non-conformist gekenmerkt door het afwijzen van alles wat riekt naar ingeburgerde ideeën, traditie, kuddegeest gebaseerd op angst en bedrieglijk wederzijdse voordelen hij zou zonder veel moeite Robinson Crusoe kunnen zijn. Hij is geen mensenhater, maar hij aanvaardt van mannen en vrouwen enkel dat deel dat niet gemodelleerd is door de maatschappelijke bovenbouw; zelf zit hij met zijn halve lichaam in de mal en hij weet het, maar dit weten is actief, het is niet de berusting van de mens die in de maat loopt. Met zijn vrije hand slaat hij zich het grootste deel van de dag in het gezicht en op zijn vrije ogenblikken slaat hij ermee in het gezicht van anderen, die het hem drievoudig betaald zetten."

Oliveira komt aan de lopende band in de meest absurde situaties terecht. Zo komt hij bij een concert van ene Berthe Trépat terecht, de uitgerangeerde en wel gekke pianiste die hij na het concert naar huis brengt, en de ontmoeting/de nacht die hij doorbrengt onder de brug langs de Seine met de zwerfster waarover La Maga hem ooit vertelde.
Hij lijkt deze situaties vooral te ondergaan, met een irritatie oproepende passieve houding. Die hij zelf verklaart: "bij een passief karakter hoorde een maximale vrijheid en beschikbaarheid, het luie ontbreken van principes of overtuigingen maakte hem gevoeliger voor de as-conditie van het leven (...)."

Al met al was het best een klus, het lezen van Rayuela. Lange zinnen met veel mij onbekende woorden, terwijl de betekenis van taal, van dialectiek volgens de hoofdpersonen niet onderschat kan worden, ze zich zorgen maken over taalverarming, zelfs een taaltje verzinnen (het Gligisch van La Maga, Oliveira een woordspelletje speelt met de letter H (zie p. 410), "Mooie buitenlandse woorden zijn als oases, pleisterplaatsen.", Talitha, Traveler en Oliveira die een 'wipwapspel' spelen met woorden uit het woordenboek (H41, p 253), de verwijzing naar Esperanto, de vreemde taal in hoofdstuk 69. Rijke taal, maar vaak onbegrijpelijk. Dat is hard werken als lezer.

Zeker ook omdat er in de slangenclub lange gesprekken gevoerd worden, waarbij de vele namen van dichters, schrijvers, filosofen, musici en muziekstukken het erg lastig maken om in het verhaal te blijven. Zeker als je het hinkelend leest want dan wordt na vrijwel elk hoofdstuk het verhaal onderbroken om te hinkelen naar het tweede deel van het boek. In het begin had ik de neiging om alle onbekende woorden, de genoemde schrijvers/dichters etc op te zoeken en de muziek te gaan beluisteren. Die lust verging me toch wel vrij snel toen er maar geen eind aan kwam. Ik zit blijkbaar niet zo in wie er in de jaren '50/'60 van de vorige eeuw belangrijk waren.

Ook speelt Cortázar met verschillende schrijfstijlen. Zo is er een stream of conciousness-stuk, het hoofdstuk met twee vervlochten verhalen, het optellen en aftellen van de achtereenvolgende alinea's. Dat is een verrijking van het boek, van het experiment dat dit boek overduidelijk is, maar bemoeilijkt het lezen evenzeer.

Tot slot een groot compliment voor de vertaalster, Barber van de Pol, die hier een puik stuk werk heeft afgeleverd! Van de zaken waar de schrijver er zelf voor koos om ze in het Frans, Engels of anderszins te schrijven ligt het voor de hand dat zo te laten, maar wanneer kies je ervoor om iets niet te vertalen naar het Nederlands, maar het in het Spaans te laten staan?

dinsdag 5 augustus 2014

Dave Eggers - The Circle


Een dystopische roman waarin Dave Eggers een wereld schetst van meten is weten, met volledige openheid van doen en laten. Een wereld waarin, omdat er alles wordt vastgelegd, men altijd zijn/haar beste beentje voorzet en criminaliteit dus tot het verleden behoort. Ergo, een ideale wereld!

Het verhaal
De 24-jarige Mae Holland is enorm verguld met haar nieuwe baan: ze gaat bij de klantenservice van een soort mega-Google-Facebook-bedrijf, The Circle, werken. Ze is aan deze prestigieuze baan gekomen via haar kamergenote van de universiteit, Annie, die daar hoog in de hiërarchie staat. Al snel blijkt het werken op de klantenservice meer dan het van 9-5 uur beantwoorden van vragen van klanten. Hilarisch is het correctiegesprek dat ze met haar baas heeft als ze een uitnodiging van een voor haar onbekende medewerker uit een andere afdeling niet geaccepteerd heeft en die zich daardoor buitengewoon gekwetst voelt: van haar wordt verwacht dat ze actief is binnen de gemeenschap die de werknemers van The Circle vormen, en dat ze daarover actief aan de buitenwereld bericht via de verschillende social media-tools van The Circle. Mae wil graag een goede werknemer zijn dus stort ze zich in het gemeenschapsleven van The Circle. Op een bijeenkomst ontmoet ze de buitengewoon aantrekkelijke en mysterieuze Kalden. De ontmoetingen met hem besluit ze voor zichzelf te houden, iets wat natuurlijk geheel tegen de regels is want je wordt als Circler geacht je hele leven in de openbaarheid te gooien. Als Mae op een avond na een ruzie met haar ouders (die ze alleen maar wil helpen in de moeilijke periode die ze hebben doordat de vader van Mae snel voortschrijdende MS heeft, ondankbare wezens dat zij in ruil daarvoor niet hun hele leven op het net willen hebben!) een kajak 'leent' en daarbij door de veiligheidscamera's van collega's betrapt wordt, besluit ze: privacy is theft! Ze wordt voorvechter van volledige openheid en gaat voortaan met een camera op haar borst door het leven. Dat leidt tot enorme populariteit: al snel heeft ze vele honderdduizenden meekijkers over de hele wereld. Maar deze populariteit heeft een belangrijke prijs: haar familie en vrienden die ook wel eens een privé-moment willen hebben haken af. Dat is iets dat Mae niet kan accepteren. Met alle gevolgen van dien.

Dave Eggers schetst met zijn The Circle een huiveringwekkend beeld van een wereld waarin de motto's 'secrets are lies', 'sharing is caring' en 'privacy is theft' de norm worden. Jammer alleen dat hij aan het eind het verhaal over de top maakt, waardoor de boodschap in kracht inboet. In een scène waarin een haai alle levende wezens en ook het niet-levende materiaal in zijn aquarium verslindt, gefascineerd gadegeslagen door de baas van The Circle, wordt de vergelijking tussen de haai en de baas wel wat al te dik erboven op gelegd.

zondag 6 juli 2014

Thomas Lieske - Door de waterspiegel


Het verhaal speelt zich deels af in het na-oorlogse Liechtenstein, in een instituut voor oorlogswezen. De ik-persoon is een zwaar verminkt persoon (door een volksgericht, ik vermoed dat zijn vader een collaborateur was), die aan zijn "instituutsgenoten" vertelt over de liefde tussen de Oostenrijkse jodin Eva en de Nederlandse Sebastian. Ze ontmoeten elkaar na de oorlog, een schitterend beschreven ontmoeting. Jaren later trouwen ze. Dan is hij voor een opdracht van zijn werk in Spanje getuige van een verkrachting, waarbij hij niet durft in te grijpen. Daarvan raakt hij zo van slag dat hij rond gaat zwerven door Europa terwijl Eva in Nederland tevergeefs op hem wacht. Eerst komt hij in Wenen terecht. Daarna brengt een vreemde taxi-rit hem op wonderlijke wijze bij het huis waar hij Eva ooit ontmoette. Zijn toenmalige kamergenoot, "de Hongaar", blijkt daar nog steeds te wonen en ontfermt zich over Sebastian. Hoewel, ontfermen? Dan krijgt het boek ineens een magisch-realistische wending.

Wat een vreemd boek. Verschillende stijlen, verhaallijnen die elkaar kruisen maar toch ook niet. Bij vlagen briljant. Bij vlagen suf. Zo ook het eind: een vreemde mengeling van briljant en suf. Daarom: drie sterren.

woensdag 4 juni 2014

John Williams - Butcher's Crossing

Ik had bij de start van Butcher's Crossing best hoge verwachtingen omdat een boekgrrl zei dat ze het veel beter vond dan Stoner, waar ik van genoten heb door de verstilde sfeer en het fatalisme dat eruit sprak. Heel bijzonder.

Oprecht teleurgesteld was ik dan ook toen Butcher's Crossing een soort Western bleek te zijn, weliswaar minstens zo fatalistisch als Butcher's Crossing, maar dan niet in die mooie verstilde zin.

Het verhaal speelt zich af in het Amerika van rond 1870. De hoofdpersoon, Will Andrews zet zijn studie aan Harvard opzij om het Echte Leven te gaan beleven. Hij reist naar het dorpje Butcher's Crossing (een "hotel", een hoerenkast, een paar huisjes en tentjes) en klampt daar een bizonhuidenhandelaar aan: met hem wil hij op bizonjacht. Deze man zegt dat er bijna geen bizons meer zijn en verwijst hem door naar Miller, een door de wol geverfde jager. Die weet Will over te halen om een expeditie te financieren naar een afgelegen vallei waar volgens hem nog een grote kudde bizons zou leven. Will investeert zijn halve vermogen in de expeditie en niet lang daarna vertrekken ze met nog twee andere mannen richting de vallei. Die wonder boven wonder blijkt te bestaan en, een nog groter wonder, inderdaad nog vol met bizons zit. Een grootschalige slachtpartij volgt. Tot het viertal door het weer overvallen wordt en in de vallei de winter moet zien door te komen...

John Williams heeft zich duidelijk erg goed ingelezen in het onderwerp. Het boek zou gebruikt kunnen worden als handboek voor "hoe jaag ik een bizon en slacht ik die". Paginalange beschrijvingen die de vaart uit het verhaal zelf halen. Wat jammer is. Want de 'frenzy' (wat is daar de Nederlandse term voor?) die met name Miller bevangt als de jacht eenmaal begonnen is, vond ik wel weer interessant. En ook het einde van de roman vond ik goed in elkaar steken.

Bij het einde was ik trouwens niet aangekomen als ik mijn normale "100 pagina's"-regel zou hebben gevolgd (als een boek me naar 100 pagina's niet kan boeien, leg ik het weg). Het feit dat ik daar voorbij ben gekomen, sterker, dat ik het heb uitgelezen lag aan het feit dat ik op dat moment in Stockholm zat en mijn andere boeken al uit waren. Een geluk bij een ongeluk.

Overigens vroeg ik me af of de tv-serie Deadwood (http://www.imdb.com/title/tt0348914/?ref_=nv_sr_1) misschien op dit boek geinspireerd zou kunnen zijn: de beschrijving van met name de hoteleigenaar (die in Butcher's Crossing mee gaat op expeditie), deed me enorm denken aan E.B Farnum. Hebben meer mensen deze associatie?

Van mij krijgt dit boek 3 van 5 sterren.

woensdag 9 april 2014

Tommy Wieringa - Een mooie jonge vrouw


Het schrijven van een boekenweekgeschenk is geen sinecure: je moet in een paginaatje of 100 een afgerond verhaal neerzetten, dat bovendien een breed publiek zal moeten aanspreken. Dat lukt niet altijd even goed. Bij het boekenweekgeschenk van dit jaar, Een mooie jonge vrouw van Tommy Wieringa, moet de schrijver m.i. te veel concessies doen aan de beperkte omvang. Hierdoor komt ook zijn normaal gesproken uitstekende vertelkunst onder druk te staan waardoor het verhaal wat vlakjes blijft. De liefde van de oudere man voor de jongere vrouw stijgt amper uit boven het niveau "Edward zag haar niet graag met leeftijdgenoten. Het bracht aan het licht wat er gebeurd was in de tijd dat ze samen waren: hij werd niet jonger van haar, zij werd ouder van hem. In gezelschap van leeftijdgenoten nam ze haar ware leeftijd weer aan, licht en sprankelend, terwijl hij op zijn eiland ver in de toekomst achterbleef, grommend in zijn baard". Omdat Tommy Wieringa wel een heel goede schrijver is, krijgt hij van mij toch drie sterren.

zondag 9 maart 2014

Frances Greenslade - Shelter


Canada, ergens in de tweede helft van de jaren '60 van de vorige eeuw. De zusjes Maggie (10) en Jenny (13) wonen met hun ouders in een nogal primitieve camper [check]. Maggie is het lievelingetje van hun vader, ze gaat vaak met hem de bush in waar hij haar leert om schuilhutten te maken, mocht ze ooit de weg kwijtraken en zich tegen het weer of wilde dieren moeten beschermen.
Op een kwade dag echter komt hun vader om het leven. Niet zo lang daarna dumpt hun moeder hen bij een kennis en verdwijnt, om tijdens de zomer geld te kunnen verdienen. De zusjes houden elkaar op de been met 'moeder komt na de zomer terug'. Niet dus. Verbijsterend is dat zij beiden, maar ook de kennis waarbij ze inwonen de situatie min of meer gelaten accepteren. Pas jaren later gaat Maggie alsnog actief op zoek naar haar verdwenen moeder. Ze komt terecht bij Alice, een vriendin van haar moeder, die haar de waarheid zal onthullen.

Mooi boekje, hoewel het eind wel erg ongeloofwaardig is en door de schrijfster onnodig wordt afgeraffeld. Daarom: drie sterren.

zondag 3 maart 2013

John Boyne - The absolutist



Mooie maar ietwat voorspelbare roman van John Boyne, de schrijver van The boy in the striped pyjamas.

Het verhaal speelt zich afwisselend in 1916 en 1919 af. De 17-jarige Tristan Sadler bereidt zich in 1916 voor op de strijd in de Noord-Franse loopgraven. Hij heeft vrijwillig dienst genomen in het Britse leger, nadat hij een jaar eerder na een schandaal op school door zijn vader het huis uitgegooid is. In het trainingskamp leert hij William Bancroft kennen, en de twee worden dikke vrienden. Will stoort zich aan de manier waarop omgegaan wordt met de 'dienstweigeraar' in hun midden, pesterig 'feather man' genoemd. Na een gewelddadig incident aan het front weigert Will nog langer de wapens op te nemen.
Tristan keert na de oorlog getraumatiseerd terug naar Engeland. Een jaar na de oorlog vraagt hij de zus van Will, Marian, om een ontmoeting, zogenaamd om haar de brieven terug te geven die zij naar de in Frankrijk omgekomen Will stuurde. Eigenlijk wil hij vooral ook zijn hart luchten. Marian blijkt een eigenzinnige tante te zijn, die alleen in haar lichaamshouding aan de zachtmoedige Will doet denken. Tristan blijkt het luchten van zijn hart nog niet zo eenvoudig te vinden, want maakt hij daarmee niet meer stuk dan hem lief is?

Door de gekozen structuur: 1919 - 1916 - 1919 - 1916 etc wordt de spanning in het verhaal langzaam maar zeer zeker opgebouwd. Boyne weet dat met vaardige pen te doen. En hij dient keurig het als zinderend bedoelde slot op, dat ik helaas al eindeloos lang zag aankomen. Dus was het eind voor mij eerder een met zo'n pieuwwww leeglopend ballonnetje dan een slot dat met een knal je ingewanden door elkaar weet te schudden.

Als een soort encore gaan we dan nog even naar 1979, als Tristan en Marian elkaar nog een keer ontmoeten. Een ontmoeting waaruit blijkt dat beiden nog steeds dagelijks worstelen met wat er ruim 60 jaar eerder gebeurd is. De oorlog gaat nooit meer uit je...

donderdag 2 augustus 2012

Lucretia Grindle - Villa Triste



Ik had ingetekend op Villa Triste van de Amerikaanse schrijfster Lucretia Grindle. Het werd aangeprezen als het ideale vakantieboek. Nu hangt dat er natuurlijk erg vanaf wat voor boeken je graag tijdens vakantie leest maar dat terzijde :-)

Het verhaal
Het verhaal speelt zich afwisselend af in het Florence van 1943-1945 en het najaar van 2006, waardoor de invloed van het verleden op het heden moet worden aangetoond.
Zomer 1943. De fascisten van Mussolini zijn verdreven, het wachten is op de geallieerden. Denkt men. Want met een uiterste krachtsinspanning weten de fascisten, geholpen door de Duitsers, Florence weer in te nemen. Twee zusjes, Caterina en Isabella Commaccio, staan compleet verschillend in het leven. Waar verpleegster Caterina zich het liefst afzijdig houdt en zich opmaakt voor haar aanstaande bruiloft, heeft Isabella zich bij het verzet aangesloten. Zij is fervent bergsporter en wil op onderduikers weg helpen komen door hen door de bergen heen te loodsen. Om door de barricades om de stad heen te komen, vraagt ze haar zusje te helpen. Zo raken ze verzeild in een voor iedereen levensgevaarlijke situatie.
Zestig jaar later moet inspecteur Pallioti (herhaaldelijk "de knapste politieman van Italië en zelfs Europa genoemd, wie zou die vertolken in een verfilming?) de moord op een toenmalige verzetsheld oplossen. Bij zijn onderzoek stuit hij op het dagboek van Caterina. En langzamerhand blijkt hoe de moord op deze Giovanni Trantemento een "logisch" gevolg is van de gebeurtenissen zoveel jaren eerder.

Al vond het eerste deel, waarin Caterina en Isabella geïntroduceerd worden wel erg lang (want o, o, wat ergerde ik me aan de domme-wichterigheid van Caterina, die vond ik weinig geloofwaardig neergezet!) en uitermate traag, naarmate het boek vordert wordt het tempo van het verhaal voldoende opgevoerd om aangehaakt te blijven. Het wordt nooit een pageturner, maar als lekker lui vakantieboek waarbij het niet erg is om wat weg te soezen in de zomerzon kan het prima dienst doen.

zondag 24 juni 2012

Karen Armstrong - A short history of myth



Ik kocht onlangs een cassette met daarin drie deeltjes van de Canongate myths-serie. Het eerste deeltje daarin is een inleiding op de serie, waarin Karen Armstrong een min of meer wetenschappelijke verhandeling houdt over de geschiedenis, de ontwikkeling en de functie van mythes. Mythes daterend uit de prehistorie tot recente mythes. Mythes die dienen om de onbegrijpbare wereld begrijpelijk te maken, om contact tussen het goddelijke en het alledaagse te leggen, om de overgang van kind naar volwassene te begeleiden.
Het was wel even werken voor Elsje! Ik hoop dat het me zal helpen om de rest van de serie een beetje in perspectief te plaatsen, dan is het werken in ieder geval niet voor niets geweest :-)

zondag 17 juni 2012

Doeschka Meijsing - De kat achterna / Tijger, tijger! / Utopia


In deze verzamelaar drie novelles van de begin dit jaar overleden Doeschka Meijsing: De kat achterna, Tijger, tijger! en Utopia. De eerste bleek ik ooit al eens te hebben gelezen, de andere twee waren nieuw voor me.

De kat achterna (1977) is een verhaal over een vrouw die terugkeert naar Nederland na een mislukte relatie met een Canadees. Totaal ontworteld is ze. Dan komt ze bij de tramhalte Eefje tegen, die haar kindertijd getekend heeft. Eerst als concurrent, daarna als hartsvriendin. Tot Eefje ineens het contact verbrak. Wat kan er toch gebeurd zijn? Waar heeft de ik-persoon dat aan verdiend? Al die jaren later worstelt ze er nog steeds mee.

In Tijger, tijger! (1980) heeft de hoofdpersoon een baantje aangenomen waarbij ze orde moet scheppen in de paperassen van (de familie van) een oude dame. Een baantje dat ze heeft aangenomen in een soort hang naar onafhankelijkheid van haar vriendin, de professor, die een aantal maanden naar Berlijn gaat om te doceren. Een snikhete zomer lang zit de hoofdpersoon op de zolder van de oude dame weg te dromen. De "butler" vermoedt dat ze erop uit is om zich in het testament van de oude dame te laten opnemen en gedraagt zich daarom als een soort waakhond. Of vallen er familiegeheimen te beschermen?

In Utopia werkt de ik-persoon aan het samenstellen van een woordenboek. Samen met haar collega Thomas werkt ze al vijf jaar lang aan de letter U, en ik het specifiek aan het woord Utopia. Stapels fiches schuiven ze heen en weer, het werk schiet nooit echt op. Op een dag kondigt Thomas aan dat hij een droomreis wil gaan maken.

Een mooie verzamelbundel van een goede schrijfster. Maar geen schrijfster waar ik heel erg warm voor kan lopen, vrees ik. Het is allemaal zo... zwaar, moeizaam, plakkerig warm. Daar had ik bij Over de liefde ook al zo'n last van.

zondag 10 juni 2012

Kate Atkinson - Behind the scenes at the museum


Bij het opruimen van de auto vond ik onder de bijrijdersstoel het boek terug dat ik van haar leende, waar ik direct in de auto al in begonnen was, en het netjes opgeruimd had toen we uitstapten. En het vervolgens totaal vergeten was. Foei!

Gelukkig verzuurt wat in het vat zit niet.

Het verhaal
Ruby Lennox vertelt haar levensverhaal, vanaf de dag van haar conceptie. Of eigenlijk vertelt ze het verhaal van haar familie, door steeds in "tussendoortjes" uitstapjes naar het verleden te maken: ze gaat terug tot haar overgrootmoeder, de ongelukkige Alice, die jong stierf. Haar kinderen worden door de hardvochtige stiefmoeder met harde hand opgevoed. Elke generatie weer zijn de vrouwen ongelukkig met wat het lot hen toebedeelt: overgrootmoeder Alice, grootmoeder Nell, moeder Bunty.

En toch is Behind the scenes at the museum geen treurig boek, in tegendeel! Met de nodige humor weet Atkinson van alle treurigheid een aangename roman te maken. Wat ingewikkelder dan de Jackson Brodie-serie, je moet je hoofd er goed bijhouden om te zien hoe alles in elkaar grijpt, maar zeker een aanrader!

zaterdag 26 mei 2012

Ernest van der Kwast - Mama Tandoori


Ernest van der Kwast beschrijft in Mama Tandoori het leven met zijn Indiase moeder en Nederlandse vader. Een moeder die dol is op aanbiedingen, die niets weg kan gooien, die altijd een deegroller bij zich heeft om haar woorden letterlijk kracht bij te zetten, die met minstens twintig koffers reist. Een excentrieke moeder, op z'n zachtst gezegd. En ook de Indiase familieleden van zijn moeder zijn bijzondere types, zo ontdekt Ernest bij een bezoek aan India.

Mama Tandoori deed me een beetje denken aan Twee vorstinnen en een vorst van RJ Peskens, waarin ook een jonge schrijver zijn moeder, de buitensporige dingen die ze deed en de relatie tussen zijn ouders met liefde en zonder de schaamte die hij als jongen zeker wel voelde beschrijft. Omdat RJ Peskens veel ouder was, en zijn ouders bovendien beiden overleden waren, zit daar (in mijn herinnering, ik las het meer dan twintig jaar geleden) meer compassie in. Van der Kwast maakt het meer een komedie, soms slapstick-achtig.

Al met al een prima boek over een buitengewone jeugd, ik snap dat het min of meer verplicht leesvoer is voor mijn middelbare school-spruiten.

vrijdag 18 mei 2012

Liz Jensen - The ninth life of Louis Drax



Eerder las ik van Jensen de spannende dystopische roman The Rapture. Nu leende ik, weer van haar, The ninth life of Louis Drax.

Het verhaal
Het boek speelt zich af in Zuid-Frankrijk. Hoofdpersoon is de negenjarige Louis Drax. Het is een jochie dat al sinds zijn jeugd het ene ongeluk na het andere heeft gehad. Tot hij op een noodlottige dag tijdens een familie-uitje in een ravijn valt en in coma raakt. Maar was het wel een ongeluk?
Hij wordt opgenomen in een kliniek voor coma-patienten, waar de behandelend arts, Dr. Dannachet, tot hem door probeert te dringen. Of probeert Louis tot Dr. Dannachet door te dringen?

Origineel uitgewerkt, dit boek, want je leest steeds hoofdstukken vanuit het perspectief van Louis en dan weer vanuit het perspectief van Dr. Dannachet. De clou zag ik al van verre aankomen maar dat hinderde me absoluut niet. Lekker leesvoer!

zaterdag 7 april 2012

Haruki Murakami - Hear the wind sing


My self-challenge to read everything published by Haruki Murakami is almost at an end. All his work published in Dutch has passed before my eyes so now I am condemned to read things published in English only. Gnoe, my dear friend, kindly bestowed upon me two tiny booklets: Hear the wind sing and Pinball, 1973. Both are rumoured to be found of insufficient quality to be published. By their author, mind you... So I kind of felt a bit erhm... criminal reading the first of the two.

Hear the wind sing is the first of the Rat-stories (Pinball, 1973, A wild sheep chase and Dance dance dance are the other Rat-stories). During a two-week period in August 1970, the protagonist regularly meets his friend The Rat in the bar where they hang out together. The protagonist finds a girl lying unconsciously on the bathroom floor. She turns out to work in a record store. In the meantime, the Rat reads all kinds of classics. Both men start writing...

You can really see that Murakami has been experimenting, trying to find a form of writing that suits him, while writing Hear the wind sing. Elements like difficult and lost loves, food, music and writing are present. No shapely ears find the pages yet, nor paranormal events. But still it is easy to recognize that Hear the wind sing is a Murakami-novel.

zaterdag 31 maart 2012

Tom Lanoye - Heldere hemel


Tom Lanoye schreef dit jaar het boekenweekgeschenk. En het is een leuk boekje geworden. Het start met het moment waarop Andrej boven het Poolse luchtruim zijn MiG-23 verlaat met de schietstoel omdat hij bang is neer te storten. Maar nee, de kist vliegt op eigen kracht verder over Europa. Het is zomer 1989, de koude oorlog is nog niet afgelopen.

Terwijl de koers van het vliegtuig vanuit Brussel, hoofdstad van de NAVO, angstig gevolgd wordt, wordt in een dorpje vlak bij Kortrijk Vera wakker gebeld door haar man. Hij biecht op dat hij een buitenechtelijke relatie heeft en bij haar weg zal gaan. Woest bestelt Vera de slotenmaker. Als alle sloten vervangen zijn en de bel gaat, denkt Vera dat het haar man is. Of haar volwassen zoon, die zo half thuis woont en zijn eigen goddelijke gang gaat. Wie schetst haar verbazing als het de minnares van haar man blijkt te zijn.

Handig ook dat op de cover de naam van de schrijver fonetisch is weergegeven. Weet ik eindelijk ook dat je niet Laanoojuh zegt, maar Laanwaa :-)

vrijdag 30 maart 2012

Terry Pratchett - Making money


Moist von Lipwig, de bad guy gone good uit Going Postal, mag in dit Discworld-deeltje de bank van Ankh-Morpork uit het slop gaan halen. Een bank die geregeerd wordt door de nogal akelige familie Lavish. En waar een hondje de directeur is. Bovendien wordt er van Moist verwacht dat hij de Munt, waar grote verliezen geleden worden (het maken van de munten kost meer dan de munten waard zijn), weer winstgevend maakt. Ga er maar aan staan. En dat doet Moist.

Minder leuk dan Going Postal maar zeker weer een leuke, dit deel van de Discworld-serie!

zaterdag 17 maart 2012

Elif Shafak - Het luizenpaleis



In het begin nogal verwarrende maar allengs mooier wordende roman over de bewoners van een appartementen-complex in Istanbul. Het appartementencomplex verkeert in slechte staat, het stinkt er nogal. Dat komt doordat de buurtbewoners de tuinmuur als vuilnisstortplaats gebruiken en het vuilnis kennelijk slecht wordt opgehaald.

We maken kennis met de smetvrezende Tijen Spic en Span en haar dochtertje Su, de steeds high zijnde student Sidar en zijn enorme hond Gaba, de dameskapperstweeling Cemal en Celal, de grootvader Hadji die op zijn drie kleinkinderen past, de formidabele en ook nog zwangere Meryem met haar angstige zoontje Muhammet, de familie Atesmizacoglu waarvan de moeder pleinvrees heeft, de Russische Nadya die steeds dezelfde slechte soap kijkt omdat de stem van een van de hoofdrolspeelsters die van de vermoedelijke minnares van haar man met nogal losse handjes is, de dronkenlap van een ik-persoon die leraar is en onlangs is gescheiden, De Ultramarijne Minnares die lekkere hapjes kokend op de man die haar onderhoudt wacht, de oude dame die Tante Madame genoemd wordt.

De stank wordt steeds erger en de kakkerlakken komen inmiddels in alle appartementen. De ik-persoon besluit er wat aan te doen en schildert middenin de nacht op de tuinmuur een boodschap die de inleiding is tot een reeks gebeurtenissen waardoor de levens van de verschillende bewoners door elkaar gaan lopen.

De bewoners worstelen allemaal op hun eigen manier met de dood of met de angst ervoor. Angst waarbij geloof en bijgeloof een rol spelen.

In het begin had ik moeite om bij al die verhalen te blijven, waarvan me de rode draad niet duidelijk was. Pas op 3/4 van het boek merkte ik nieuwsgierigheid naar hoe het verder zou gaan, toen de levens van de verschillende personages elkaar gingen raken. Dat vond ikzelf wel wat laat...

Vragen
Waarom die inleiding en uitleiding over waarheid en leugen? Als een soort waarschuwing dat je je niet moet laten meeslepen en denken dat dit allemaal echt gebeurd is?
Waarom dat verhaal over die Russische dementerende dame voor wie het Zuurtjespaleis gebouwd werd? Alleen maar om aan te tonen dat er wel degelijk een heiligengraf onder ligt?
Waarom de titel in het Nederlands luizenpaleis, terwijl er nauwelijks luizen in voorkomen. In het Engels heet het vlooienpaleis, wat helemaal vreemd is, want er komen echt NUL vlooien in voor. Beter was het Het Kakkerlakkenpaleis genoemd!