zondag 7 oktober 2007

Arnon Grunberg - Tirza



Een van de boekgrrls zegt in de samenvatting op de site:
"Het 3e deel is behoorlijk hallucinerend. Ik begon steeds sneller te lezen omdat ik wilde dat het voorbij zou zijn.Niet uit verveling, maar omdat ik het bijna onverdraaglijk vond. Enfin is het een goed boek? Ja, dit is een uitzonderlijk goed boek. Heb ik er van genoten? Nee, daarom begin ik altijd weer zo aarzelend aan een boek van Grunberg. Als ik het boek dicht sla voel ik me intens verdrietig. Met knikkende knieen stap ik uit. Ik kijk nog eens naar het hoofd op de achterflap. Ik hoop oprecht dat Grunberg alleen maar gefascineerd is door de afgronden die hij altijd maar weer beschrijft. En dat hij er niet zo nu en dan in wegglijdt. Gelukkig gaat mij dat niets aan. Een gezellig avondje uit en ik ben alweer helemaal blij. Dit is een beetje een persoonlijk verslag, maar bij Grunberg kan ik moeilijk anders. Zijn er nog meer grrls die een haat/liefde verhouding hebben met Grunberg? En/of hem wat meer met het verstand kunnen lezen? Ik hoor het graag!"

Heel herkenbaar, dat achtbaan gevoel. Ook ik werd volkomen meegesleurd door het verhaal en kon het boek niet wegleggen. Ondanks het nare gevoel dat ik kreeg van de hoofdpersoon en zijn vrouw. En ook dat nare gevoel dat je aan de boeken van Grunberg overhoudt beschrijft deze grrl zeer treffend. Voor mij de reden om heel lang te aarzelen of ik Tirza uberhaupt wel wilde lezen. Maar goed, ik ben toch blij dat ik het gedaan heb, want, zoals een andere grrl schrijft:

"Hoe langer ik erover nadenk hoe grandioser ik dit boek vind. Het zit zo prachtig gecomponeerd in elkaar. Hij strooit zo prachtig met karaktertrekken, spanning zonder goedkope suspense, uitgesponnen niksheid zonder saai te worden. Een heel bijzonder boek."

Het einde vond ik trouwens wel heel voorspelbaar, die hele toestand in dat huisje zag ik al eindeloos lang van tevoren aankomen. De manier waarop AG dit beschrijft daarentegen is dan weer wel heel bijzonder. En de switch van de vaderlijke aandacht van Tirza naar het Afrikaanse meiske was natuurlijk een prachtige voorbode.

Ja, een mooi maar naar boek.

Ik heb een heleboek ezelsoortjes gemaakt. Hierbij een paar:
"Hij rukte zich los uit de betovering die de wc-pot op hem had uitgeoefend." (p.57)

"Een moeilijk meisje. Moeilijk eters zijn moeilijke mensen. Hofmeester houdt van mensen die alles eten, vooral alles wat hij bereid heeft. Er moet worden gegeten. Mensen die niet kunnen praten, moeten eten. Zelfs mensen die niet kunnen leven, moeten eten." (p. 191) Nogal wiedes dat Tirza anorectisch is geworden!

(over Tolstoj): "Prachtig vond hij het, de man die zijn eigen familie ongelukkig maakt, die zijn e igen vrouw gek maakt, die zijn eigen talent opgeeft om het geluk van de mensen na te jagen." (p. 210) Ziet Hofmeester zich als een soort personage van Tolstoj?

"Hij drijft mensen graag in het nauw. Omdat hij bang voor hen is. Omdat hij zich geen raad met hen weet. Ook zijn kinderen heeft hij vroeger in het nauw gedreven. Verbaal, uitsluitend verbaal, om hen te sterken. Om hun woordenschat uit te breiden, om hun de kunst van het argumenteren bij te brengen." (p. 293) Ja ja, geloof je het zelf? Pure macht!

"(...), zou ik kunnen voelen - want je schijnt het te voelen, mededogen, zeggen ze, zij die het weten kunnen - (...)" (p. 388)

donderdag 20 september 2007

Khaled Hosseini - Duizend schitterende zonnen



Een boek dat je bij de strot grijpt en niet meer los laat. Een boek waarbij je boos wordt, dat je ontroert, waar je van snottert, lacht en... nou ja, het hele emotiepalet komt langs. Of kwam althans bij mij langs.

Het verhaal
'Minnares' van een rijke man blijkt zwanger. Dat kan natuurlijk niet en dus wordt zij weggestopt in een hutje op het platteland. De dochter, Mariam, vereert haar vader, tot hij haar akelig in de kou staan als haar moeder zichzelf van het leven berooft als ze een jaar of 15 is en bij hem aanklopt voor hulp. Hij weet zich geen raad met Mariam en huwelijkt haar maar snel uit aan de veel en veel oudere Rasheed, die lekker ver weg in woont. Al snel blijkt dat Mariam geen kinderen kan krijgen, waardoor de liefde van Rasheed bekoelt en hij haar honds behandelt. Alleen beheel bedekt en in zijn gezelschap mag Mariam het huis uit. Als ze zich niet strikt aan zijn geboden houdt, laat hij haar alle hoeken van de kamer zien.
Als jaren later bij een raketaanval het vrij opgevoede buurmeisje Laila haar ouders verliest, neemt Rasheed haar tot zijn tweede vrouw. Bij haar krijgt hij wel kinderen en daarom is ze lang zijn favoriet. Maar ook Laila is niet immuun voor zijn gemep. En dat smeedt een band tussen Mariam en Laila die de opmaat is voor hun verlossing van Rasheed.

En dit dramatische verhaal speelt zich af in het Afganistan, vanaf de jaren '60 van de vorige eeuw tot een paar jaar geleden. Een land dat continu van het ene extreme politieke systeem in het volgende gestort wordt/zich stort. Een land waarin gewapende conflicten aan de orde van de dag zijn.

Aangrijpend. Zeker geen lichte kost. Maar wel prachtig.

dinsdag 18 september 2007

Irena Barbara Kalla & Bożena Czarnecka - Volwassen worden



Komende donderdag wordt een bijzondere bundel op de markt gebracht. De bundel heet 'Volwassen worden - cultuurverschijnsel en literair motief' en bevat een 15-tal bijdragen van Neerlandici over dit thema. De bijdragen zijn voornamelijk door Neerlandici van buiten onze landsgrenzen geschreven, vooral afkomstig uit Centraal Europa. De presentatie van de bundel vindt dan ook in Praag plaats.

De redacteurs hebben ervoor gekozen om de bijdragen in de bundel op alfabetische volgorde van de voornaam te presenteren. Hierdoor is er geen logische inhoudelijke opbouw in de bundel aangebracht. Die alfabetische indeling volg ik daarom ook niet in mijn bespreking.

Toeval bestaat niet! Want waarover ging de eerste bijdrage, van Adam Bzoch (met een omgekeerd dakje op de z, maar die kan ik niet vinden op mijn toetsenbord)? Over de volwassenwording van de verschillende hoofdpersonen in de Ontdekking van de Hemel, het boekgrrlsboek van de maand augustus dat zoveel mailstof heeft doen opwaaien! Achtereenvolgens komen Onno, Max, Ada en Quinten aan bod. Hun volwassenwording of de onmogelijkheid daartoe (Ada ligt immers in coma en Quinten wordt ook niet al te oud) wordt verklaard aan de hand van verschillende literaire grote werken en thema's, zoals Oedipus, Don Juan, Doornroosje, de Blechtrommel, Kafka, de Bildungsroman. Soms is het me iets te anekdotisch, maar zeker is dit een interessante bijdrage als je net de OvdH gelezen hebt.

Stijn Vanclooster analyseert een (waarschijnlijk autobiografisch) verhaal van Stijn Streuvels, De witte zandweg, over een jongetje dat een nacht wordt opgesloten op een zolder omdat hij stout is geweest. Door het raam naar buiten kijkend ziet hij mensen lopen op de zandweg die langs de boerderij loopt. Zijn gedachten bij het zien van die weg, en de mensen die erover heen lopen, symb oliseren zijn volwassenwording. Als hij van de zolder af mag, is hij een ander mens, een ‘volwassene’ geworden.

Herbert van Uffelen hangt het thema volwassen worden op aan een theorie van Jung, die stelt dat een mens niet alle en volwassen moet worden, maar ook zelfbewust (het ‘individuatieproces’, het ontwikkelen/ontdekken van het Zelf). Deze zelfbewustwording onderzoekt van Uffelen vervolgens in de Kleine Johannes van Frederik van Eeden, Rachels rokje van Charlotte Mutsaers en Naar Merelbeke van Stefan Hertmans. Van Uffelen komt daarbij tot de conclusie dat in de twee laatste werken het vooral draait om het ervaren van het individuatieproces en in van Eeden om het proces zelf.

Om hetzelfde thema draait het artikel van Jelica Novakovic-Lopusina. Gezocht wordt naar overeenkomsten tussen de adolescente hoofdpersonages uit romans daterend van het Nederland van het begin van de twintigste eeuw (Eva van Carry van Bruggen en Titaantjes/De uitvreter van Nescio) en twee daterend van het Japan van het einde van diezelfde eeuw (Dance dance dance en Sputnik sweetheart van Murakumi). Helaas is de bijdrage flinterdun met als voor de hand liggende conclusie: de overeenkomsten tussen de romans bestaat uit de waarneming dat de adolescentie een moeizame periode is, waar ook ter wereld en in welk tijdsgewricht dan ook. Wereldschokkende conclusie, toch? :-\

Judit Gera gebruikt eveneens het werk van Carry van Bruggen, het korte verhaal “Avondwandeling”, en vergelijkt dat met een ander kort verhaal, “Het meisje” van Margit Kaffka. Of althans, dat kondigt ze aan te gaan doen. Het vreemde is dat het artikel het verhaal van van Bruggen uitgebreid beschrijft, amper ingaand op het leven van van Bruggen, terwijl juist het leven en niet het werk van Kaffka beschreven wordt, waardoor het artikel wat onevenwichtig over komt. De analyse die Gera maakt, is over igens wel weer de moeite waard.

De Bildungsroman in de 19e en 20e eeuw is het onderwerp van Jaap Grave. Aan de hand van Hegel, die de ‘jonge ridders’ doet verworden tot jonge volwassenen die zich bij de bestaande orde der dingen neerleggen, al hun idealen ten spijt. Vitaliteit wordt stilstand, is het beeld dat jongeren hebben van de volwassenheid. Dit blijkt in Bildungsromans uit de 19e en 20e eeuw een vast gegeven.

Het verloren gaan van de jeugdige onschuld vormt ook het thema van de bijdrage van Phil van Schalkwyk. Waar kinderen, blank en zwart, in Zuid-Afrika nog samenspelen op de boerderij (de ‘plaas’), in het ‘kleigat’, zich amper bewust dat zij verschillen, wordt in de werken van Brink, van den Heever en Spies de volwassenwording gesymboliseerd door de bewustwording van dit verschil. Het verlangen terug naar deze onschuldige kindertijd vindt dan zijn weg in romantische beschrijvingen van de jeugd op de ‘plaas’.

De bijdrage van Adrienn Dióssi behandelt het thema van de om waarheidsgetrouw je (jeugd)herinneringen te beschrijven: al vertellend ben je continu bezig je eigen geschiedenis te herschrijven en daarmee het beeld dat je van jezelf hebt. Dit wordt narratieve identiteit genoemd. Dióssi bekijkt aan de hand van deze theorie werk van twee schrijvers: de Hongaar Esterházy en de Vlaming Hertmans, schrijvers die ik wel van naam ken maar waar ik nooit iets van las. Door haar bijdrage kreeg ik enorm veel zin boeken van beide schrijvers te gaan lezen.

Jammer genoeg is er geen verbinding aangebracht met de bijdrage van de Zuid-Afrikaan Andries Visagie. Hij beschrijft een tweetal autobiografische boeken met daarin verweven fictionele elementen van twee vrouwen die in hun jonge jeugd seksueel misbruikt zijn en de sterk negatieve invloed die dat heeft gehad op hun (met name seksuele) volwassenwording (Helen Brain en Elb ie Löttie). Het gevoel van schuld (‘ik heb dit aan mezelf te wijten’) en de onderdrukking/verhulling van hun lichamelijke ontwikkeling is in beide levens aanwezig. De boeken zijn vooral geschreven als therapie. Om met hun verleden af te kunnen gaan rekenen. Dat Visagie aan deze misbruikverwerkingsboeken de term seksuele autobiografieën geeft, vind ik een jammerlijke miskleun. Daarbij denk ik aan Anja Meulenbelt, die de ontdekking van haar eigen seksualiteit beschrijft. En niet aan boeken waarin de verwerking van misbruik, dat dan in dit geval seksueel van aard is, centraal staat.

Bozena Czarnecka bespreekt de invloed van een andere extreme jeugdervaring: de snelkookpan-manier van volwassenwording onder concentratiekamp-omstandigheden. Zij doet dit aan de hand van Kinderjaren van Jona Oberski (over een jong jongetje), Onbepaald door het lot van Imre Kertész (over een tienerjongen) en Is dit een mens van Primo Levi (over een jonge man van begin twintig). In een prettige schrijfstijl beschrijft Czarnecka de thematiek van volwassenwording onder kampomstandigheden. Jammer genoeg blijft het daar bij: deze bijdrage is vooral beschrijvend, slechts één pagina is gereserveerd aan een synthese: wat hebben de drie boeken gemeen en wat kan hieruit geconcludeerd worden over volwassen worden onder extreme omstandigheden zoals die in concentratiekampen hebben bestaan. Die synthese was iets te dun, mij bracht het weinig nieuws. Opvallend vond ik dat aan het feit dat het drie boeken zijn over (jonge) mannen, geen aandacht werd besteed. Had deze snelkookpan-volwassenwording ook plaatsgevonden als het (jonge) vrouwen waren geweest? Een tweede invalshoek waarin die vergelijking zou zijn gemaakt, zou deze bijdrage aanzienlijk kunnen hebben versterkt en minder beschrijvend, meer analyserend van aard hebben kunnen maken.

Dit genderaspect komt nadrukkelijk wel aan de orde in de bijdrage van A. Agnes Sneller. Zij vergelijkt de (lees)dagboeken van twee opgroeiende meisjes: Virginia Woolf en Anne Frank. Beiden hielden zowel een dagboek als een leesdagboek bij. Virginia Woolf vertelt daarin wel wat ze leest, maar niet wat ze ervan vindt; de teleurstelling van Sneller hierover is bijna voelbaar. Anne Frank daarentegen noteert in haar 'mooie-zinnen-boek' citaten uit de door haar gelezen werken, soms voorzien van commentaar. Daardoor is veel beter bekend wat de werken met haar deden. Ook hoe zij haar opgroeien beïnvloedden en hoe haar opgroeien invloed had op haar meningen. Daarnaast onderzoekt Sneller hoe het beeld dat beide meisjes van hun sekse hadden gevormd/beïnvloed werd door wat ze lazen. Virginia Woolf schrijft daar op 15-jarige leeftijd vrijwel niet daarover, haar 'room of one's own'-gedachte is kennelijk van later. Tegelijkertijd herpositioneert Anne een boek over jonge meisjes naar 'de jeugd van tegenwoordig' en maakt dat werk dus genderneutraal.

En als je dan eenmaal volwassen bent geworden, verlang je dan terug naar het kindzijn of kijk je met ‘weemoed’ terug op je kindertijd? Het feit dat er tegenwoordig steeds meer proza en poëzie voor zowel jeugdigen als volwassenen wordt geschreven, de zgn. ‘overbruggings’- of ‘cross-over’ werken, en hoe die beide groepen lezers op een andere manier deze werken beleven maar door ze samen te beleven elkaar kunnen bereiken/begrijpen is het onderwerp van de bijdrage van Irena Barbara Kalla.

Een geheel andere invalshoek biedt de bijdrage van Pawel Zajas. Hij onderzoekt wat de invloed is van de boeken die aan het begin van de 20e eeuw verschenen over het wel en wee van immigranten in Zuid-Afrika, veelal geschreven voor de jeugd, op latere Nederlandse en Poolse emigranten daarnaartoe. Met andere woorden: welke beelden nestelen zich in je hoofd als je als jong ere dit soort boeken leest? Welke honger naar het leven dat daarin beschreven wordt, wordt gewekt? Ik moest gelijk denken aan de boeken van Laura Wilder (Kleine Huis-serie). Die heb ik verslonden als meisje, en o, wat verlangde ik ernaar te leven zoals Laura dat deed.

Als een soort uitsmijter is kinderboekenschrijfster Anne Provoost gevraagd haar visie op waar het heen zou moeten met de kinderliteratuur uiteen te zetten. Zij pleit voor het loslaten van het ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’ en neemt zich voor dit uit te gaan proberen in een verhaal dat ze voor de zevende verjaardag van haar zoontje schrijven zal. Nou, ik wens haar veel geluk bij het geruststellen van het kind nadien…

Probleem met een bundel als deze is dat als je de werken waarover de verschillende bijdragen gaan niet hebt gelezen, je deze vaak niet goed kan duiden. Ik heb daarom een aantal ervan niet besproken. Niet omdat ze slecht waren, maar omdat ik ze niet goed kon duiden omdat ik de 'primaire bronnen' niet ken. En natuurlijk zitten er ook bijdragen tussen die mij persoonlijk niet zoveel doen zoals die van Ewa Dynarowicz over de volwassenwording van de Zuid-Afrikaanse maatschappij na het afschaffen van de apartheid in 1994.

Op het redactiewerk valt het nodige aan te merken. De eerste helft van de inleiding geeft een opsomming van theorieën over volwassenwording zonder kop of staart, zonder keuze waar de schrijvers nou voor gaan: welke theorie hangen zij aan? Geen betoog zeg maar, het leidt allemaal nergens toe. De tweede helft van de inleiding wordt gevormd door een beschrijving van _alle_ bijdragen, waarbij de redacteurs zich blijkbaar ten doel gesteld hadden om aan elk van de bijdragen ten minste één alinea te besteden. Van een hoog ‘en toen, en toen, en toen’-gehalte. Puur broddelwerk.

Maar laat ik vooral nog een compliment geven aan de prachtige ‘prenten’ die tussen de verschillende bijdragen zijn opgenomen. Zij zijn het werk van Agnieszka Borucka-Foks.

Stijn Vanclooster geeft eigenlijk het beste de waarde van een boek als dit weer: “De werking van literatuur ligt in de tekst zelf, niet in de theorie nadien. Een theorie kan veel wijsheid bevatten, maar ze is altijd te laat. Een theorie kan zich altijd laten illustreren door een literaire tekst, maar niet omgekeerd: literatuur zegt altijd méér, is méér waar. Een theorie kan veelomvattend zijn, maar is altijd eenduidig. Je kunt haar vatten, en ze is daardoor reproduceerbaar. Tegelijk houdt ze ooit op. Een goede literaire tekst gaat voorop en blijft duren nadien: hij geldt vele jaren na zijn ontstaan en blijft zijn uitstraling behouden, ook als een theoretisch paradigma alwaar is ingewisseld voor een nieuw.” En zo is het wachten op een volgend boek met nieuwe theorieën over volwassenwording bij (wellicht) dezelfde literaire teksten.

dinsdag 11 september 2007

Paul Auster - Travels in the sciptorium



Ik ben helemaal van mijn stuk. Ik heb nl. zo'n goed boek gelezen: Travels in the Scriptorium van Paul Auster. Nu moeten die grrls die nooit eerder iets van Auster lazen, dit echt niet direct gaan lezen, want het wemelt er van de verwijzingen naar zijn eerdere boeken. En zonder die kennis denk ik niet dat het verhaal overkomt. Ik las tot nog toe slechts twee andere boeken van Auster: Oracle night en New York Trilogy.

Ook Travels in the Scriptorium is weer nadrukkelijk geconstrueerd, dus als je daar niet van houdt zal dit boek je niet kunnen bekoren. Maar ikzelf? Ja, ik heb weer genoten!

Een oude man bevindt zich in een kamer. Hij heeft geen idee wie hij is, waarom hij in die kamer is, zijn geheugen is blanco. Mr. Blank wordt hij genoemd. Hij weet niet dat hij door een aantal geheime camera's in de gaten wordt gehouden. Wel vermoedt hij dat hij gevangen wordt gehouden, maar het ontbreekt hem aan energie om op onderzoek uit te gaan. De staat van zijn geheugen lijkt het resultaat van een aandoening. Of is het het gevolg van de medicatie die hem wordt toegediend?

Het boek beslaat één dag in zijn leven. In die dag ontmoet hij mensen uit zijn verleden (maar hij herkent ze niet), wordt hem gevraagd een verhaal uit een onafgemaakt manuscript verder af te maken en probeert hij zijn omgeving te begrijpen.
Het is al snel duidelijk dat Mr. Blank een invloedrijk man moet zijn geweest, die vele mensen moet hebben gebruikt (misbruikt?!), zijn 'operatives'.

Ik zag heel snel een aantal personages terug uit eerdere boeken:
- Daniel Quinn, uit de New York trilogy, hier een man die zich voorstelt als zijn advocaat;
- John Trause, de schrijver uit Oracle night, hier de schrijver van het manuscript dat Mr. Blank moet voltooien (een anagram trouwens van Auster !);
- Peter Stillman (jr en sr), eveneens uit de New York Trilogy (naar hen wordt slechts verwezen);
- Sophie Fanshawe en haar man, in the New York Trilogy de hoofdpersonen uit het derde verhaal van de trilogie. Hier is Sophie een van degenen die voor Mr. Blank zorgt.

Jammer genoeg heb ik niet al Austers boeken gelezen anders kon ik waarschijnlijk ook Anna (een van de 'verpleegsters'; op haar is Mr. Blank duidelijk dol) en James P. Flood (hier een ex-politieagent die op zoek is naar de betekenis van een droom van hem in een rapport door Mr Blank, waarvan de laatste zich natuurlijk niets kan herinneren).

Net als in de eerdere romans van Auster die ik las is het centrale thema: wordt iets waar wanneer je het opschrijft? Maar dat ga ik pas uitleggen onder een

V

E

R

K

L

A

P

P

E

R

Aan het eind van het boek wordt Mr. Blank nog een manuscript voorgelegd, geschreven door Fanshawe. Dat blijkt het boek te zijn wat je zojuist gelezen hebt (alweer een bekend thema van Auster: het Droste-effect). Aan het eind wordt de suggestie gewekt dat Mr. Blank eigenlijk een alter ego van Auster is, die gestraft moet worden voor hetgeen hij zijn personages (de 'operatives'!) aan heeft gedaan door over ze te schrijven. In het huis waar hij 'woont' zijn zij allen samen gekomen om die straf ten uitvoer te brengen. En hoe doen ze dat? Door over hem te schrijven...

donderdag 30 augustus 2007

JK Rowling - Harry Potter and the deathly hallows



Lees NIET verder als je het boek niet uit hebt!

v

e

r

k

l

a

p

p

e

r

Er werd bij de boekgrrls gediscussieerd over het laatste stukje van het boek, de scene in King's Cross Station. Volgens mij is Harry niet op King's Cross maar doet de ruimte waar hij is hem denken aan King's Cross. Ff opzoeken. Ja, ik citeer:
'It looks,' he said slowly, 'like King's Cross station. Except a lot cleaner, and empty, and there are no trains as far as I can see.'
'King's Cross Staion!'Dumbledore was chuckling immoderately. 'Good gracious, really?'
'Well, where do you think we are?' asked Harry, a little defensively.
'My dear boy, I have no idea. This is, as they say, your party.'
Hoog en groot, met een glazen plafond, maar voortkomend uit een mist (alsof alles nog gevormd moest worden). Harry's beeld bij de hemel?

Daarnaast hadden we het over het jammerende ding. Ik concludeer dat dat Voldemort is. Harry en hij zijn allebei naar deze 'tijdelijke' hemel gegaan, want de een kan immers niet leven zonder de ander! En van Voldemort was niet veel meer over, na de vernietiging van bijna alle delen van zijn ziel. Vandaar het whimpering babythingie. Want ook Voldemort lijkt terug te keren tot leven als Harry 'King's Cross' weer verlaat.

Ook draaide de discussie rond het berouw tonen van Voldemort. Ik denk dat Rowling het zichzelf daar ff iets te moeilijk maakt en daardoor de zonde van de inconsistentie begaat:
Harry en Voldemort zijn immers op verschillende manieren met elkaar verbonden:
- via het deel van Voldemorts ziel dat hij in Harry heeft achtergelaten bij de mislukte moordpoging op Harry als baby. Harry als Horcrux. Daardoor kon Harry de gevoelens van Voldemort zo g oed lezen. Briljante vorm. Deze verbinding wordt verbroken als hij Harry nu opnieuw tracht te doden. Die poging mislukt doordat Harry de Ressurection stone bij zich heeft, waardoor Harry (omdat hij zich niet verzet tegen het gedood worden) niet sterft, maar de keuze krijgt om terug te keren. Althans, zo vatte ik het op. Harry is dus daarna weer 'schoon': het deel van Voldemorts ziel is door Voldemort zelf om zeep geholpen, want die had niet de bescherming van de Ressurection Stone.
- maar ook is er andersom een connectie gelegd, van Harry naar Voldemort. En wel via Harry's bloed dat Voldemort in deel vier tapt om weer tot leven te komen. Hierdoor is niet alleen Harry beschermd (Lily's liefde zat in zijn bloed), maar ook Voldemort. Deze verbinding wordt volgens mij nergens verbroken. Hoe kan het dan toch gebeuren dat Voldemort toch dood gaat???

Tot slot moet me van het hart dat ik het einde ronduit vreselijk vond. Zo'n mierzoet stukje over 19 jaar later. Bleh! Daarentegen vond ik het wel weer leuk vond dat de o-zo-correcte Dumbledore 'ontmaskerd' werd als een gewoon machtsbelust mannetje... Rowling is niet bang de zaken eens goed op zijn kop te zetten. Om te laten zien dat niemand honderd procent goed dan wel slecht is. Da's fijn.

woensdag 29 augustus 2007

Nicholas Sparks - The notebook



Meegenomen van de boekgrrls-jubileum-boekenruil op Vlie. Ik las het op de eerste vakantiedag in Zuid-Frankrijk in een paar uurtjes weg.

Een oude man schuifelt door een gang op weg naar iemand die huilt. Een vrouw. Is ze stervende? Is ze gehandicapt? Hij begint haar een verhaal voor te lezen. Een erg zoet liefdesverhaal, echt zo zoet dat je je bijna misselijk af wilt wenden. En dat ook nog in zijn geheel is opgenomen in het boek. Maar zet even door, want pas aan het eind begrijp je waarom, als duidelijk wordt wie de man is en aan wie het boek voorgelezen wordt. Dat verklappen is het thema vertellen, zou moeten kunnen, maar toch is het zonde... Het wordt niet voor niets tot het eind toe niet verteld.

Eindconclusie: mooi boekje.

Het is ook verfilmd. Ben wel benieuwd of daarin dezelfde versluierdheid zit.

maandag 27 augustus 2007

Joanne Harris - Chocolat



Een paar jaar geleden kregen we een kerstpakket afgeleverd door onze buren, bij hen afgegeven door een aannemer. De aannemer kenden we niet eens, we hebben nog gebeld, maar geen gehoor. Nou ja, toen hebben we het maar gehouden want: het was een chocoladepakket. Bonbons, chocolademelk met rum en mooie mokken, kerstchocoladehulstblaadjes, mokkaboontjes. Mjammie! En dat alles kon verorberd worden tijdens het lezen van Chocolat van Joanne Harris. _Kon_ zeg ik, want het boek heeft jaren ergens onderop mijn MTBR gelegen. En het had er misschien nog steeds gelezen als ik niet een DVD had geërfd van Marion met de gelijknamige film. Toen ik die afgelopen voorjaar zag, vond ik het tijd om de MTBR eens op zijn kop te zetten. En zo gezegd, zo gedaan. En ik heb er geen spijt van!

Chocolat gaat over Vianne Rocher, die met haar zesjarig dochtertje aankomt in een klein dorp in Zuid-Frankrijk en besluit daar (voorlopig) te blijven om een chocolaterie te beginnen. Het is vastenavond. In de weken daarop volgend nestelt Vianne zich in het dorp en met haar chocola in de harten van de dorpelingen. Maar niet bij alle dorpelingen. De priester en zijn groupies (een aantal diepgelovige dames, of althans, dat zouden ze graag willen doen geloven) van het dorp bekijkt de winkel met de nodige argwaan: hoe kan het nou zo zijn dat zijn schaapjes in de vastentijd bezwijken voor de verlokkingen van chocola? Het wordt er niet beter op als Vianne onderdak geeft aan Joséphine Muscat, die mishandeld werd door haar man, waar het hele dorp van wist, maar niemand wat aan deed. En als er een groep bootbewoners (een soort zigeuners) aanlegt bij het dorp en Vianne met hen bevriend raakt is het helemaal mis. Tot overmaat van 'ramp' kondigt ze ook nog aan op Tweede Paasdag een chocoladefestival te gaan houden. Dat is de druppel die de emmer doet overlopen en de priester besluit dat er wat gedaan _moet_ worden. Wie wint?

Klinkt als een simpel verhaaltje. Maar door er wat bijna magische, sprookjesachtige elementen in te verweven, zoals de geheimzinnige imaginaire knuffel van het dochtertje, de dromen van Vianne, haar zwervende verleden met haar moeder en de hints over een donker geheim van de priester ontstijgt het het niveau 'simpel' zeker. Bovendien is het gewoon heel lekker geschreven. Zo beeldend, dat je de chocola bijna kunt proeven.

En wat doet de film het boek eer aan. Slechts kleine details zijn daarin niet opgenomen. Met Juliette Binoche als Vianne en Johnny Depp als een van de zigeuners. Het eind hebben ze overigens in de film wel sterk veranderd. Niet beter, niet slechter, wel anders.

Een boek voor lekkerbekken.