vrijdag 13 april 2007

Michel Houellebecq - Elementaire deeltjes



Je met tegenzin door een boek ploeteren en dan ineens verrast worden in het allerlaatste hoofdstuk, dat gebeurt me niet vaak. Zo wel met Elementaire deeltjes van de Franse schrijver Michel Houellebecq.

De roman verhaalt over de twee halfbroers, Bruno, de zichzelf in sex verliezende egocentrist en Michel, de zichzelf in het wetenschappelijk onderzoek verliezende egocentrist. In dat egocentrisme zijn ze, zo lijkt Houellebecq te willen betogen, kinderen van hun tijd (de tweede helft van de vorige eeuw). Vervulling van hun eigen, individuele verlangens is dat wat hen drijft. En daarin gaan ze ver, heel ver. Zo ver dat beiden de liefde van hun leven verliezen.

Het boek is een raar mengelmoesje van een schets van het Frankrijk van die jaren en filosofisch geblaat met een biologisch sausje. Maar vooral veel sex, heel veel _zeer_ expliciete en tot in de kleinste details beschreven sex. En dat kostte mij veel moeite. Ik voelde me aangerand, alsof Houellebecq probeerde zich tussen mijn benen te wringen. Naar. Tig keer heb ik op het punt gestaan het boek weg te leggen. Maar omdat er hier pas een grrl zeer lovend was, heb ik toch doorgelezen. En dan ineens het laatste hoofdstuk! Dat zomaar hier te vertellen zou een enorme verklapper zijn, dus ik ga nu verder zo'n

v

e

r

k

l

a

p

p

e

r

Wat een geweldig eind: de egocentrische mens verdrongen door de kloon, in elkaar geknutseld door broer Michel: de mens bij wie verlangens zijn uitgebannen en die dus niet leeft voor de vervulling ervan. En dus niet meer individualistisch geörienteerd, niet meer egocentrisch is. Wat een vondst!

Al met al zou ik dit geen aanbeveling willen noemen, laat dat duidelijk zijn.

Oorspronkelijke titel: Les Particules élémentaires (1998)
Nl. uitgave De Arbeiderspers
22e druk, 2006
Vertaald door Martin de Haan.

dinsdag 20 maart 2007

Geert Mak - De brug



Ik las ook De brug van Geert Mak, het boekenweekgeschenk van dit jaar. En bleef onbevredigd en vol vragen achter: wat wil Mak me nou vertellen met dit boek? Dat alles schijnbaar verandert maar het leven eigenlijk gewoon doorkabbelt? Nou ja, daar had ik dit boekje niet voor hoeven lezen.

Nou was ik nooit in Istanbul, dus wellicht speelt dat mee.

Ik heb één ezelsoortje gemaakt: "De tolerantie van de stad bestond uit wegkijken. De omgang met andere werelden was gespeend van iedere nieuwsgierigheid."

zaterdag 10 maart 2007

Hugo Claus - De geruchten



Dit boek van Hugo Claus is eigenlijk de bundel van twee korte romans (want te dik voor een novelle :-) ): 'De geruchten' en 'onvoltooid verleden'. Ik voel me een beetje raar nu ik het uit heb, dat heb ik wel vaker met de boeken van Claus. Een beetje bezoedeld, een beetje viezig. Deprimerend. En toch heb ik geen spijt dat ik dit gelezen heeft. Het heeft wel wat in gang gezet.

De geruchten speelt zich af halverwege de jaren '60 van de vorige eeuw in een Vlaams dorpje. Het vertelt het verhaal van de familie Catrijsse, die daar een slijterijtje hebben. Er zijn twee volwassen zoons in de familie. Zoon 1, René, is na jaren afwezigheid ineens weer terug. Hij blijkt gedeserteerd te zijn vanuit Congo, waar hij vreselijke gruweldaden heeft gezien en ook zelf begaan. Zoon 2, Noël, is als jochie ongelukkig ten val gekomen en heeft ze sindsdien niet allemaal meer op een rijtje.
Vanaf het moment dat René terugkeert in het dorp vallen er opvallen veel doden. Heeft René daar een hand in?

Bijzondere manier van vertellen: elk hoofdstukje (want de hoofdstukken zijn zelden meer dan een pagina of drie) vertelt een klein stukje van het verhaal vanuit het perspectief van één van de dorpsbewoners. En soms als 'wij'(de bezoekers van de dorpskroeg).

Onvoltooid verleden neemt de lezer twintig jaar verder mee. Noël, de wat zwakzinnige telg uit de geruchten, werkt in een kantoorboekhandel. Hij komt erachter dat een van zijn companen aldaar iets met kinderporno van doen heeft. In zijn manier van reageren zie je dan ineens de familiegelijkenis.

Ook hier een bijzondere manier van vertellen, radicaal anders dan in de geruchten: het is het verslag van een verhoor. En dus maar één groot hoofdstuk.

Bijzonder, maar door alle gruwelijkheden en de dorpse sfeer een boek dat me, zoals ik boven ook al schreef, gedeprimeerd achter liet.

zaterdag 17 februari 2007

Alison Pearson - I don't know how she does it



Een van de boekgrrls gooide een paar maanden geleden 'I don't know how she does it' van Alison Pearson door mijn brievenbus. Een soortement chicklit over de extreem drukke, werkende moeder (Kate) die zich continu schuldig voelt omdat ze geen perfecte moeder, noch een perfecte werkneemster is. Ze werkt als financieel topadviseur en woont aan de rand van Londen in een net iets te duur huis, met een afschuwelijke schoonmaakster (die het zogenaamd aan haar rug heeft en dus niet kan bukken of kan reiken en dus alleen 'schoonmaakt' op heuphoogte) en een kindermeisje die Kate stiekem veracht, althans, dat vermoedt Kate. Beiden worden ook niet door haar aangesproken of gecorrigeerd want: ze zouden er maar eens mee ophouden! Waar sta je dan, als werkende moeder? Haar partner wil wel wat doen, maar Kate laat het niet toe: ze doet alles overnieuw wat hij niet precies volgens haar perfectionistische standaarden heeft uitgevoerd. Perefect recept voor tenenkrommende taferelen.

In het begin moest ik regelmatig grijnzen om de rare situaties waarin Kate verzeild raakt. Zoals: het midden in de nacht de cakejes uit de supermarkt een beetje pletten, zodat ze er 'homemade' uitzien. Dochterlief moet namelijk iets meenemen voor school en tussen al die andere (perfecte) moeders kan Kate natuurlijk niet aankomen met supermarktcakejes (vindt zij).

Dit grijnseffect duurde overigens maar kort. Ik had de hele tijd de neiging roepen: 'laat je niet zo opnaaien!' En: 'zorg voor balans!' En: 'je kunt niet allebei perfect doen, maak een keus!' En als Kate dan aan het eind van het boek de keus maakt, is dat nou net nIet de keus die ik had gehoopt dat ze zou maken: ze stopt met werken en verhuist naar een dorp in Noord-Engeland om daar zich tussen alle andere stay-at-home moms kapot te gaan vervelen. En al haar vriendinnen die zich in soortgelijke omstandigheden bevinden, gooien ook allemaal de handdoek in de ring. Is dat nou wat wij werkende moeders willen horen: eerst buffelen en je schuldig voelen en je dan uiteindelijk toch het ouderwetse rollenpatroon (hij werkt, zij zit thuis bij de kinderen) schikken?

Als een soortement naschrift komt Kate toch weer in actie in het nieuwe dorp waar ze gaat wonen. Het bloed kruipt waar het niet gaan kan, zeg maar. Ik bleef achter met het donkerbruin vermoeden dat ze toch weer niet de balans zal weten te bewaren en net zo hard in de valkuilen zal trappen waar ze net min of meer uitgeklauterd was.

Een boekje dat bij mij, na het leuke en vermakelijke begin, toch vooral irritatie opriep. Kennelijk ben ik bang dat er van mij zal worden verwacht dat ook ik de strijd zal opgeven en thuis zal gaan zitten??

First Anchor Books, 2003

dinsdag 13 februari 2007

F. Bordewijk - Karakter



Deze klassieker van Bordewijk verscheen in 1938, ik las de 23e druk, uit 1983.

Het verhaal zal bekend zijn, neem ik aan. Dienstmeisje (Joba Katadreuffe) wordt door haar heer (de alom gehate deurwaarder Dreverhaven) 'verleid' en bezwangerd. Hij biedt aan om te trouwen, zij weigert en vertrekt. Hun zoon Jacob-Willem Katadreuffe groeit op in grote armoede, hoewel zijn moeder zeer spaarzaam en deugdzaam is. Als hij failliet gaat, trekt zijn curator zich zijn lot aan en biedt hem een baantje als kantoorklerk op het advocatenkantoor aan. Al snel wordt hem een tweede faillissement aangezegd. Doordat zijn dossier zich op het kantoor waar Katadreuffe werkt bevindt, komt hij erachter dat zijn vader achter zijn faillissement zit. Dit maakt Katadreuffe woest en vastbesloten zijn vader hem er niet onder te laten krijgen.

Katadreuffe heeft een haat-liefde verhouding met zijn moeder, door hem slechts met 'haar' aangeduid. En daarbovenop de bizarre band met zijn vader, die hem slechts dwars lijkt te zitten. Dreverhaven verklaart zijn houding tegenover Joba dat hoe harder hij Jacob-Willem zal knijpen, hoe sterker die uit de strijd naar voren zal komen. En dat lijkt nog te lukken ook. Maar ten koste van wat?

Door vreselijk hard te werken maakt hij al snel carrière, maar verliest hij ook het meisje waarop hij verliefd is en heeft hij slechts één vriend (de 'commensaal' van zijn moeder, Jan Maan, eveneens een wat zonderlinglinge eenling). Zijn omgeving vermoedt daarom dat hij homosexueel is, ook al wordt dit slechts in zeer bedekte termen genoemd. Zo noemt de huisarts hem 'Antinous, geen Apollo'. Dit had ik even aangekruist, want Antinoüs kende ik niet. Wikipedia meldt hierover: 'Antinoüs, een Griekse jongen van buitengewone schoonheid uit Claudiopolis in Bithynia, de geliefde van de Romeinse keizer Hadrianus.' En over Apollo: 'Apollo wordt dan ook wel eens als de vertegenwoordiger van rationele schoonheid en orde beschouwd'.

Ik genoot van de prachtige taal, van de uitstekend uitgetekende donkere sfeer. De personen blijven wat onuitgewerkt, afgezien van Katadreuffe en Dreverhaven, maar dat is niet hinderlijk, integendeel, dat maakt het verhaal alleen maar sterker. Want in het leven van vader en zoon is verder iedereen om hen heen bijzaak, waarin zij zich niet wezenlijk kunnen interesseren. Het enige dat we eigenlijk van Joba weten is dat ze buitengewoon koppig is, want ze weigert heel haar leven elke vorm van hulp, een eigenschap die ze doorgeeft aan haar zoon. Van Dreverhaven weten we wel meer, zijn leven is zo leeg dat hij steeds raardere dingen moet gaan doen om nog iets te voelen. Zo gaat hij over tot een uitzetting van een gezin in een wijk waar op dat moment rellen zijn, en hoopt hij stiekem dat hij daarbij gewond zal raken. Pfjoe, wat een donker heerschap.

Dit boek is ook verfilmd door Mike van Diem, die hiervoor zeer terecht een Oscar in ontvangst mocht nemen. In de hoofdrollen Fedja van Huet als Katadreuffe en Jan DeCleir als Dreverhaven. Grandioze film en wat mij nu weer opvalt is dat van Diem het boek uitstekend volgt.

dinsdag 23 januari 2007

Philip Roth - Everyman



Op 2 januari begon ik aan Everyman en schreef toen aan de boekgrrls: "Heb Everyman vanmorgen aangeschaft en ben inmiddels halverwege. Ik geniet, eh.. genoot, want nu ben ik midden in de medische verhandeling van alle vaataandoeningen waaraan onze hoofdpersoon geholpen wordt. Hopelijk houdt dat snel op en kan ik weer gaan genieten."

Het gekke is, dat dat wel een beetje is gebleven. De medische verhandelingen, met alle details van de kwaaltjes van deze en gene, konden me maar matig boeien, met name door hun uitgebreidheid. Maar de personen zelf, dus als ze meer dan hun kwalen zijn! Die kluisterden me aan het boek.

Bij de boekgrrls werd al snel de parallellen tussen Elckerlijc en Everyman. Wat opviel was dat in Elckerlijck een man wordt uitgenodigd door de Dood. De man wil pas meegaan als hij gezelschap heeft. Everyman daarentegen kan juist geen maatje vinden. Alle mensen in zijn omgeving zijn òf al dood (zijn ouders), òf te druk (zijn broer), òf inmiddels door hemzelf verlaten (Phoebe), òf hebben hem juist verlaten (zijn laatste vrouw), òf anderen hebben hen nodig (Nancy). Het gekke is dat Roth de situatie uit Elckerlijc eigenlijk omdraait. Zolang de hoofdpersoon in gezelschap is gebeurt hem niets. Hij komt immers elke keer goed door de operaties heen? Die laatste operatie is de situatie anders: hij ondergaat die alleen. En juist dan wacht de dood dan niet langer en slaat toe.

Het leven dat hij leidt in het ouderendorp zou het toppunt van heerlijkheid moeten zijn, maar het is vooral een toppunt van eenzaamheid. Zijn vader heeft een jaar of 10 voor zijn dood zich diep in zijn geloof gestort. Maar voor onze man biedt dat geen troost, geen houvast, geen gemeenschap. Integendeel.
"Religion was a lie that he had recognized early in life, and he found all religions offensive, considered their superstitio0us folderol meaningless, childish, couldn't stand the complete unadultness - the baby talk and righteousness and the sheep, the avid believers. No hocus-pocus about death and God or obsolete fantasies of heaven for him. There was only our bodies, born to live and die on terms decided by the bodies that had lived and died before us."
Bijna een geloof tegen het geloof. En zo doet de hoofdpersoon in alles zijn best om er vooral niet bij te horen. Met die vreselijke eenzaamheid als zijn beloning.

Ik weet niet of ik mezelf tot de jongere generatie mag rekenen (ik ben 37), maar ik voelde geen ergernis over de hoofdpersoon (lastig toch dat die geen naam mag hebben, ik zoek telkens naar andere termen om duidelijk te maken over wie ik het heb :-) ), maar vooral mededogen. Maar aan de andere kant moet ik wel toegeven dat ik wellicht toch ook iets van ergernis voelde over het eindeloos tot in de kleinste details beschrijven van alle kwaaltjes en aandoeningen. I couldn´t care less! Is dat iets dat met mijn leeftijd te maken heeft of kunnen al die details me gewoon niet zoveel schelen? Ziek is ziek!

Ik herken het wel, mensen die over weinig anders kunnen praten dan hun kwaaltjes. Dat komt veel voor bij ouderen, maar mijn eerste vriendje, die ernstig ziek werd toen hij 16 was, kon op een gegeven moment ook nergens anders meer over praten. Voor mensen wiens wereldje eigenlijk niet groter is dan hun kwaal, is dat ook het enige gespreksonderwerp. Net als jonge moeders alleen maar over hun baby kunnen praten (sprak zij vanuit ervaring :-) ). Vreselijk irritant voor anderen om hen heen!
Roth beschrijft het op p. 80 als volgt: "All but two were older than he, and though they assembled each week in a mood of comradely good cheer, the conversation invariably turned to matters of sickness and health, their personal biographies having by this time become identical with their medical biographies and the swapping of medical data crowding out nearly everyting else."

Uitgebreid werd gediscussieerd over de perfectie van alle bijfiguren. We kwamen erop uit dat dat eigenlijk allegorieën zijn: die broer, Phoebe en Nancy waren ook wel erg perfect en engelachtig hoor, zoals de Deugd, Geselschap, Familie etc ook betaamt. Dat zou mij ook ergeren :o) En het Deense modelletje was natuurlijk de IJdelheid ten voeten uit.

Ik hoop toch eerlijk dat doodgaan niet per definitie eenzaam is. Natuurlijk doe je het alleen, maar eenzaam? Om een wellicht kromme vergelijking te maken: klaarkomen doe je ook alleen maar in goed gezelschap voelt dat toch zeker niet eenzaam :-))

Al met al, een mooi boek waar ik veel over heb nagedacht.

zondag 21 januari 2007

Tracy Chevalier - The Virgin Blue



Een paar jaar geleden las ik 'Girl with a pearl earring' van dezelfde schrijfster en dat vond ik een prachtig boek. Het verhaal dat Chevalier verzon rondom het schilderij van Vermeer van het meisje met een gigantische parel in haar oor, dat over haar linkerschouder kijkt, is een geweldige roman. Mijn verwachtingen toen ik aan The virgin blue begon, waren dan ook hooggespannen.

Het verhaal is totaal anders van opbouw. Waar 'Pearl Earring' zich louter en alleen in het verleden afspeelde, is 'Virgin Blue' een mix van twee verhalen: het verhaal van de Hugenote Isabelle du Moulin, een vrouw die in het Frankrijk van de 16e leeft en het verhaal van Ella Turner, een Amerikaanse vrouw die aan het eind van de 20e eeuw met haar man verhuist naar Frankrijk en erachter komt dat haar voorouders waarschijnlijk uit Frankrijk komen. Zij besluit naar haar wortels op zoek te gaan en komt zo bij Isabelle uit.

De verhalen wisselen elkaar af, maar raken steeds meer vervlochten, tot ze in elkaar overgaan. Dat is mooi uitgewerkt, ware het niet dat alle, maar dan ook _alle_ losse eindjes afgehecht zijn. Niets meer om zelf over te fantaseren dus als je het boek uithebt. En daarom zijn mijn hooggespannen verwachtingen niet waargemaakt: 'Virgin Blue' is bij lange na niet zo goed als 'Pearl Earring'. Toch heb ik deze roman met veel plezier gelezen.