vrijdag 16 januari 2009

Merel Roze - De weekenden waren voor haar



Al tijden volg ik het weblog van Merel Roze. Een leuk, vrolijk, luchtig en goed geschreven blog. Merel kondigde daar de verschijning van haar nieuwe roman aan. Wat leuk, dacht ik, die moet ik zeker lezen. Wat een mooie roman! Het heeft door de onderhuidse spanning wel iets weg van de boeken van Renate Dorrestein, waar ik een groot liefhebster van ben.

Het verhaal
De moeder van Maya is gestorven toen Maya 8 jaar was. Daarna heeft haar vader, een bekende tv-persoonlijkheid, haar ruim een jaar in de weekenden ondergebracht bij een pleeggezin op een boerderij buiten de stad. Met het dochtertje in het gezin, Frederieke, wordt Maya al snel dikke vriendinnetjes.

Zoals dat gaat, verliest Maya na deze periode Frederieke uit het oog. Pas als zij gaat trouwen dringt haar vriend aan op hernieuwing van de vriendschap. Verbijsterd is Maya als ze niet met open armen wordt ontvangen: wat is er gebeurd dat zowel de moeder van Frederieke als Frederieke zelf zo ontzettend boos op haar zijn?

Afwisselend wordt het verhaal vanuit de 8-jarige en de 29-jarige Maya verteld. Ontroerende schets van hoe ver ouders en kinderen kunnen gaan in hun (hang naar) liefde van elkaar.

Tip: bekijk vooral ook de trailer die Merel maakte ter promotie van haar boek!

Ildefonso Falcones - De kathedraal van de zee



Eigenlijk had ik dit afgelopen zomervakantie al willen lezen, het leek me namelijk echt een vakantieboek. Toen las ik andere mooie dingen en dus lag het nog steeds op mijn 'Mount To Be Read'. Ik begon er in de kerstvakantie aan, en omdat ik de afgelopen dagen door griep geveld in bed lag en weinig anders kon dan slapen en lezen, las ik deze dikke roman (650 p) toch nog vlot uit.

Het verhaal speelt zich af in het Barcelona (mijn favoriete stad!) van de veertiende eeuw. De periode waarover het zich uitstrekt is zo goed als aansluitend aan dat van Jonkvrouw, dat met name de politieke verwikkelingen 'De kathedraal van de zee' tot een logisch leesvervolg maakten.

Een jonge horige boer, Bernat Estanyol, krijgt op zijn trouwdag onverwacht bezoek van zijn heer. De heer wenst gebruik te maken van zijn recht om de eerste nacht met de jonge bruid Francesca op te eisen. Tot overmaat van ramp dwingt hij Bernat Francesca daarna eveneens te verkrachten om zo een eventueel kind geen aanspraak te laten hebben op bastaardschap.

Lekker, zo'n begin :-\ Eigenlijk wilde ik het wegleggen want een hoofdpersoon die iemand verkracht, daar kan ik niet mee uit de voeten. Maar goed, ik had niets anders voorhanden, dus ik las door.

Bernat vlucht met het kind dat inderdaad een aantal maanden later geboren wordt, Arnau, naar Barcelona, waar je een vrij burger kunt worden als je er een jaar en een dag woont. Dat lukt. Als vrije burgers zijn de problemen voor Bernat en Arnau nog niet automatisch voorbij, want ze zijn zo arm als kerkratten. Bernat ontfermt zich ook nog over een vriendje van Arnau, Joan, die verstoten is door zijn vader wegens ontrouw van zijn moeder.

Arnau wordt als 14-jarige opgenomen in het gilde van de stenensjouwers, de bastaixos. Hij wil dolgraag bijdragen aan de bouw van een nieuwe Mariakerk. Hij is namelijk overtuigd dat zijn moeder dood is (terwijl Francesca in werkelijkheid 'geconfisceerd' is door de heer van Bernat) en dat hij via het Mariabeeldje met haar kan praten. Het stenensjouwen geeft Arnau grote voldoening en afleiding van zijn ontluikende hormonen. Joan daarentegen wordt monnik.

Arnau leeft een bewogen leven, in een bewogen tijd. En dat weet Falcones meeslepend op te schrijven. Meeslepend, dat absoluut, maar literair, dat niet direct. Het deed me eigenlijk wel wat denken aan Pillars of the earth. Dus: lekker vakantieboek.

zaterdag 10 januari 2009

Marja Vuijsje - Joke Smit


Ik houd helemaal niet van biografieën maar ja, ik kreeg deze van mijn moeder... Toen zag ik dat-ie door Marja Vuijsje geschreven was, dat is een vriendin van een vriendin van mijn moeder en daarom heb ik vroeger nog wel eens met haar te maken gehad. Ik werd meer dan aangenaam verrast moet ik zeggen.

Voor mij, geboortejaar 1969, is Joke Smit iemand die thuis gelezen werd en over wiens ideeën gepraat werd, maar over wie ik toch eigenlijk maar weinig wist. Vuijsje beschrijft haar leven op een prettige en soepele manier. Genuanceerd ook. Joke is jong aan kanker overleden (in 1981), dus veel van de mensen waarmee ze opgegroeid is, waar ze mee gewerkt heeft en waar ze mee geleefd heeft, leven nog en konden door Vuijsje geïnterviewd worden. Dat was trouwens niet de enige goede bron: het laatste jaar van haar leven gebruikte Joke om allemaal bandjes in te spreken met haar levensverhaal. Ook heeft ze jarenlang dagboekaantekeningen gemaakt.

Uit dit alles komt het volgende beeld naar voren: Joke Smit werd in 1933 geboren als eerste kind van een schoolhoofd van een School met de Bijbel en (natuurlijk) een huisvrouw. Een stevig christelijk geheelonthoudersgezin maar tegelijkertijd redelijk progressief want Joke mocht vlak na WOII naar het gymnasium in Utrecht, en daarna Frans studeren. Tijdens haar studie ontmoette ze haar latere echtgenoot, Constant Kool, met wie ze een intellectueel stimulerende relatie had. Ze trouwden en kregen twee kinderen. Joke bleef, tegen de gewoonte van de tijd in, ook na haar huwelijk een zeer actief maatschappelijk leven leiden.

Al snel ging ze zich verbazen over de verschillende behandeling van mannen ven vrouwen. En die verbazing sloeg om in woede, die ze gebruikte om haar meest beroemde artikel 'Het onbehagen van de vrouw' te schrijven, het artikel dat van haar het boegbeeld van de tweede feministische golf heeft gemaakt.

Vuijsje laat zien dat Joke radicaal was in haar ideeën: ze vond dat er op geen enkele wijze onderscheid mocht bestaan tussen mannen en vrouwen, in werk- en privé-zaken. In het verwezenlijken van haar idealen was Joke Smit echter niet radicaal, ze was geen actievoerder, wilde niet op de barricades, maar vond ze dat de boel via de politiek veranderd moest worden, door middel van een 'mars door de instituties'. Juist die lijn zorgde ervoor dat ze in de jaren '70 steeds minder aansluiting had bij de veelheid aan feministische groepen die in die tijd als paddenstoelen uit de grond schoten. Die wilden bijvoorbeeld mannen uitsluiten, terwijl Joke vond dat mannen en vrouwen de sekseongelijkheid samen moesten oplossen.

Naast haar professionele ontwikkeling besteedt Vuijsje ook de nodige aandacht aan Jokes privé-leven. Ze had het nog niet zo gemakkelijk. Een jeugd waarin ze het perfecte oudste kind moest zijn en was. Een huwelijk dat niet goed was en uiteindelijk ook op de klippen liep, aan de lopende band buitenechtelijke relaties die stuk voor stuk ook ongelukkig eindigden, behalve misschien die met de man waarmee ze de laatste paar jaar van haar leven sleet. Een zeer gedreven vrouw met altijd tijd tekort om al die dingen te doen die ze wilde doen. Een warm maar gelijk ook een zeer resultaatgericht iemand, die alleen op kwam draven als ze zaken kon doen. Een zeer intelligente dame.

Tijdens het lezen moest ik steeds aan de woorden van mijn moeder denken die vertelde dat je in de jaren '70 enorm geprest werd om mee te doen aan het grote partnerruilen. Het was abnormaal als je er niet aan meedeed, als je aangaf gelukkig te zijn met je partner. Belachelijk, dat kon echt niet hoor! En dat was maar in Delft. Kun je nagaan hoe het in Amsterdam moet zijn geweest, waar Joke en Constant woonden. Nu bijna onvoorstelbaar. Ook de kinderen van Joke en Constant hadden geen doorsnee leven. Joke zat regelmatig tijden in het buitenland (ze had bv een appartement in Parijs] en zeker toen zij en Constant uit elkaar waren, waren zij dan langere tijd alleen. Want natuurlijk bleven zij bij hun moeder wonen en zagen zij hun vader maar zo af en toe. Nu ook bijna onvoorstelbaar, want Joke en Constant bleven met elkaar omgaan, ze bleven verbonden via de feministische zaak.

Tot slot nog de verwijzing naar een artikeltje van Max Pam over Joke Smit en de biografie van Vuijsje over haar, waar ik door Brasikurtz op geattendeerd werd. Leuk ook om dat erbij te lezen.

woensdag 7 januari 2009

Jean-Claude van Rijckeghem & Pat van Beirs - Jonkvrouw



Deze historische jeugdroman (12+) heeft de Thea Beckmanprijs in 2005 gewonnen, en terecht! Het is namelijk het prachtige en spannend opgetekende verhaal over het leven van Marguerite van Male, dochter van de Graaf en Gravin van Vlaanderen, halverwege de 14e eeuw. Je krijgt een aardig kijkje in de keuken van het leven en de gebruiken halverwege de Middeleeuwen, toepasselijk genoeg (het is nu stervenskoud buiten) de periode van de Kleine IJstijd. Ik nam in de auto het luisterboek tot mij: werkelijk fantastisch voorgelezen door de Vlaamse actrice Hilde Heijnen.

Marguerites bijzondere leven begint al met haar geboorte: ze is een dwarsliggertje dat nog maar net gered kan worden doordat de hulp van de lokale 'heks' ingeroepen wordt. Hoewel haar moeder na haar geboorte bijna elk jaar zwanger is, blijft Marguerite enig kind. Tot groot ongenoegen van haar vader, die _zonen_ wil, ergenamen. Dochters zijn hem niets waard. Van al die miskramen en baby's die doodgaan, samen met het gebrek aan begrip van haar man wordt de moeder van Marguerite, Margareta van Brabant, zeer begrijpelijk gek.

Marguerite blijkt een eigenzinnig kind. Ze speelt liever met jongens dan meisjes, leert liever zwaardvechten dan borduren, gaat schrijlings te paard en is allesbehalve de volgzame dochter die een jonkvrouw in die tijd geacht werd te zijn.

Het boek is eigenlijk één grote aaneenschakeling van confrontaties van twee sterke persoonlijkheden: Marguerite en haar vader. Lukt het haar vader om de wil van Marguerite te breken? Pas in de allerlaatste minuten/bladzijden kom je daarachter. Tegelijkertijd is het een coming-of-age-roman, waarin de gemoedstoestand van een puberend meisje (opstandig naar haar alle mensen met autoriteit in haar omgeving, de ontluikende seksuele gevoelens), mede door de gekozen vorm (het boek is in de ik-vorm geschreven) mooi naar voren komt.

Dat de roman wel erg losjes gebaseerd is op het leven van Margaretha van Male, mag de pret niet drukken, maar had mijns inziens wel duidelijk gemaakt moeten worden in het boek.

zondag 21 december 2008

Ian McEwan - On Chesil Beach



Begin jaren '60 van de vorige eeuw. Florence en Edward zullen hun huwelijksnacht doorbrengen in een hotel. In de loop van het boek wordt aan de hand van terugblikken naar hun jeugd en de begintijd van hun relatie duidelijk waarom dit voor beiden spannend is.

De taal die McEwan gebruikt is weer bijzonder mooi. Hij gebruikt hetzelfde soort sfeerbeelden die in Atonement en Enduring Love een gevoel van naderend onheil oproepen. Je weet: het zal niet goed aflopen met dit jonge paar. Vraag is alleen: hoe?

In het begin had ik dus hoge verwachtingen, maar helaas bleef het verhaal me niet boeien. Ik voelde me met geen van beide personages verbonden, waardoor de spanning die McEwan aan eht begin opriep bij mij al snel inzakte. Ik las On Chesil Beach wel uit, maar met een gevoel van 'wie weet wordt het nog wat'. En dat werd het niet. Jammer.

maandag 8 december 2008

Marlene van Niekerk - Agaat



Hemeltjelief, wat een boek! Niet alleen bijzonder goed geschreven, maar ook wonderlijk goed geconstrueerd, en een meeslepend verhaal over interessante personen in een interessante omgeving in een interessant tijdperk. Need I say more?

Ok, more dus.

Het verhaal speelt zich af in de tweede helft van de vorige eeuw, in Zuid-Afrika. Of beter gezegd, het speelt zich af in een paar dagen eind 1996, als de hoofdpersoon, de witte Milla, op sterven ligt. Ze raakt langzamerhand steeds verder verlamd en kan vanaf het begin van het boek alleen nog maar door met haar ogen te knipperen communiceren met de buitenwereld. Ze wordt verpleegd door haar trouwe huishoudster, de zwarte Agaat. Milla wil dolgraag nog eens de kaarten zien van de 'plaas' (boerderij) waar ze woont, maar op de een of andere manier lijkt Agaat haar niet te begrijpen. Of misschien niet te willen begrijpen?

Agaat leest aan het sterfbed de dagboeken van Milla voor, beginnend in 1960 toen Milla na jaren huwelijk eindelijk zwanger was van haar eerste kind en Agaat voor het kind kwam zorgen. Al snel blijkt de lichamelijk licht gehandicapte Agaat niet alleen een moeder voor de baby te zijn maar ook het huishouden en daarna het runnen van de plaas van Milla en haar man Jak al snel in de vingers te hebben.

In het laatste deel van het boek komen ook de dagboekpassages vanaf 1953 aan bod, waardoor de bevreemdende verhouding tussen Milla en Agaat meer diepgang krijgt, en steeds beter te begrijpen is.

Naast de dagboekpassages en de 'aftakeling van Milla-scenes', komen er ook delen in het boek voor die in de je-vorm zijn geschreven. Die delen beschrijven hoe Milla Jak ontmoet, hoe ze trouwen, hoe vreselijk hij haar mishandelt en hoe ze desondanks probeert om er maar het beste van te maken. Tot slot zijn er korte cursieve stukjes opgenomen. Gedachten van Milla? Van Agaat? Van beiden? Dat kon ik niet doorgronden.

En door dit alles heen spelen natuurlijk de apartheid, de toenemende politieke isolatie van Zuid-Afrika in de jaren '60-'85 en vooral ook de veranderingen in de verhoudingen tussen wit en zwart (en arm en rijk) in de tweede helft van de vorige eeuw.

Geweldig boek!

JK Rowling - The Tales of Beedle the Bard



Vrijdag uitgekomen en dus had deze hardcore HP-fan het diezelfde dag nog in huis: de nieuwste JK Rowling - The Tales of Beedle the Bard. Een schattig boekje om te zien, op de een of andere manier deed het me een beetje denken aan de boekjes van Beatrix Potter (en niet alleen door de achternaam ;-) )

In The Tales of Beedle the Bard zijn vijf sprookjes opgetekend voor heksen en tovenaars, vertaald vanuit de oude runen door een oude bekende uit de Harry-Potter serie, Hermione Granger (Hermelien Griffel), en voorzien van commentaar door een andere oude bekende, Albus Dumbledore (Albus Perkamentus). En als kers op de pudding voor ons Muggles (Dreuzels) af en toe in voetnoten extra toegelicht door JK Rowling herself. De eerste vier sprookjes vormen de opmaat voor nummer 5: het sprookje over de drie broers, dat zo'n grote rol speelt in het zevende deel van de HP-serie.

Een leuk leesuurtje, maar meer ook niet. De sprookjes zijn zo kort opgeschreven dat je ze in een adem zou kunnen voorlezen. Iemand met het verteltalent van JK Rowling had hier echt veel en veel meer van kunnen maken. Bovendien kwam het feit dat het Hermione is die de sprookjes vertaald heeft verder ook niet terug, ook hier had de auteur meer mee kunnen doen. Alleen over de commentaren van Dumbledore hoor je me niet: die kloppen perfect met de tovenaar die we kennen uit de HP-boeken.

Wat ik niet moet vergeten te noemen zijn de tekeningen. Die zijn van de hand van de auteur: wat een veelzijdig mens, die JKR!