zondag 30 oktober 2005

Bas Haring - Kaas & de evolutietheorie



Als je dit boekje hebt gelezen, weet je prima hoe evolutie in elkaar zit. En voor mij als ingewijde in de materie vond ik het knap hoe simpel Haring de materie weet te maken.

Het boekje behandelt in korte hoofdstukken de invloed van evolutie, zoals vastgelegd in de evolutietheorie van Charles Darwin, op het onstaan maar vooral het overblijven van eigenschappen. In natuur en cultuur (normen en waarden). Met aansprekende, verhelderende voorbeelden.

De titel 'Kaas & de evolutietheorie' slaat op het feit dat kaas (ja, die eetbare materie) per toeval ontdekt werd en is blijven bestaan doordat mensen het lekker vinden, een handige eigenschap van kaas dus. En dat is eigenlijk de lijn die hij naar alles doortrekt: iets ontstaat toevallig en blijft bestaan doordat het voordelen heeft.

Er zit veel herhaling in het boekje. Dat vond ik overigens geen punt. Het is een immers jeugdboek en de materie ingewikkeld dus telkens even teruggaan om de rode lijn vast te kunnen houden is zelfs noodzakelijk denk ik. Voor volwassenen misschien iets teveel herhaling, dat moet ik toegeven, maar niettemin vond ik het niet erg irritant.

Asne Seierstad - De boekhandelaar van Kaboel



In dit boek beschrijft Seierstad een familie in Afganistan, waar ze een poos (4 maanden) bij in huis heeft gewoond, vlak na de val van de Taliban. Ze sprak met de verschillende familieleden, van wie er enkele behoorlijk Engels spreken. In de inleiding schrijft Seierstad dat ze een bijzondere positie in het gezin aannam, een soort van intersexe: ze was de enige in de familie die met de mannen op pad ging en voor wie de strenge gedrags- en kledingvoorschriften voor vrouwen niet golden. Ondanks dat probeert ze zich in die maanden zoveel mogelijk aan den lijve te ondervinden hoe de vrouwen in Afganistan, ook na de 'bevrijding' leven. Ze weet dit op humoristische, meeslepende wijze na te vertellen.

De familie waarin ze terecht is gekomen is die van Soeltan Khan, een relatief rijke boekhandelaar, slimme sjacheraar in ansichtkaarten en illegaal vermenigvuldigde of geimporteerde boeken. Hij is de patriarch van de familie en bestiert met straffe hand de familie en zijn boekhandels.

Hij is de recente woelige perioden in de Afgaanse geschiedenis, met als bij ons de meest bekende het Taliban-regime, relatief ongeschonden doorgekomen. We maken kennis met zijn vrouw, zijn kinderen, diens familieleden, zijn tweede vrouw (een echt oude bok die wel een groen blaadje lust verhaal). Dat is interessant.

Maar eigenlijk is het oneindig veel interessanter de Afgaanse maatschappij op deze manier te leren kennen. Kern van Seierstads relaas is de ongelijkheid tussen Afgaanse mannen en vrouwen. Deze is enorm groot en de vanzelfsprekendheid daarvan eveneens, niemand, man noch vrouw, jong noch oud, zet daar vraagtekens bij. Nee, dat klopt niet. De jongste zus van het gezin probeert zich aan het einde van het boek voorzichtig te ontworstelen aan haar lot. Maar de familie en ook haar eigen opvattingen dwarbomen die pogingen. Daar werd ik eigenlijk wel woest en verdrietig van. En dat terwijl ik de rest van het boek met een wat geamuseerde glimlach tot me nam.

Vertaald door Diederik Grit

vrijdag 28 oktober 2005

Alwin van Ee - Rood kwik



Het verhaal
De ik-persoon, Ruben Sender, is specialist gevaarlijke stoffen. Als hij bezig is met een opdracht voor een sojafabriek ergens in Utrecht, stuit hij op iets vreemds: één van de medewerkers van de fabriek heeft een rare afspraak in zijn agenda staan. Door deze medewerker te schaduwen komt Ruben op het spoor van een duister zaakje.
Voordat Ruben echter het naadje van de kous hierover heeft uitgevonden heeft de directeur van de fabriek, Charles (uitgesproken als Sjarrel) Lefevre, overigens een vriend van Ruben, nóg een opdracht voor hem: hij moet naar Cuba om daar de aanstaande van Charles te gaan zoeken, van wie die al een tijdje niets heeft vernomen en waarover hij zich dan ook zorgen maakt.

Zo vertrekt Ruben naar Cuba, alwaar hij het hele eiland achter deze vrouw aan reist (en zij telkens net weg is als Ruben arriveert). Maar dat mag de pret niet drukken: Ruben maakt van zijn reis een vakantietrip met gezuip, mooie Cubaanse meiden voor een nachtje plezier, en zo ziet hij nog eens wat van het eiland, dus ach... echt erg vindt hij het niet dat hij de vrouw telkens net niet treft. Maar ja, die rare Italianen die telkens opduiken, hoe kennen die hem toch?

Na zijn Cubaanse avontuur(tjes) stort Ruben zich weer op de eerste zaak, dit maal geholpen door zijn Vlaamse vriend Pat. En dan komt alles bij elkaar.

Rood kwik, het debuut van Alwin van Ee, is een onderhoudend, vlot geschreven misdaadroman. Van Ee hoefde geen moeite te doen mijn aandacht vast te houden. Wel heeft hij hier en daar de neiging het verhaal met iets te veel blabla op te smukken, dat gaat me wel eens tegenstaan. Ik zal onderaan enkele fragmenten opnemen, waaruit dit blijkt. Gelukkig had Rood kwik zoveel vaart dat ik dat punt niet bereikte.

Zeer gedetailleerd beschrijft van Ee de omgeving waar een en ander zich afspeelt. Voor mij als Utrechtse kon ik Ruben daardoor bijna als een detective volgen op zijn tochten door de stad: de wijken, straten en kroegen die hij noemt ken ik. Dat geeft veel herkenning. Ook het Rotterdamse deel van de roman is daardoor herkenbaar (ik ben ook best goed thuis ook in Rotterdam). Ik kan niet zo goed beoordelen of de vele plaatsverwijzingen anderen wellicht zullen irriteren. Ik kan me dat wel voorstellen, want bij de delen over Cuba (waarin van Ee dezelfde mate van detaillering over de verschillende locaties aanbrengt) had ik wel eens het gevoel een reisgids aan het lezen te zijn. Het Cubaanse deel had wat mij betreft dan ook wel wat korter gekund.

Leuk zijn de verwijzingen naar de tijd waarin een en ander zich afspeelt: 2002, niet lang na de vuurwerkramp in Enschede (2000) waarna gevaarlijke stoffen politiek hot werden. Zo is Ruben aan het eind van het boek betrokken bij het onderzoek naar de lekkende giftrein bij station Amersfoort (die trein kan ik me nog goed herinneren!).

Jammer alleen dat hij de werktitel ´Bomba´ (zo las ik op crimezone.nl) gewijzigd heeft in 'Rood kwik'. Het rode kwik speelt namelijk slechts een onduidelijke en kortdurende rol in het boek. Even verwijst van Ee naar rood kwik als zijnde een stof van mogelijk militair belang, maar dat komt verder helemaal niet meer terug. En juist ´Bomba´ is een leuke titel. Dat verwijst naar de benaming van de papaya op Cuba. Papaya is een nogal erotisch getint woord aldaar (althans volgens het boek) en dus noemen de Cubanen deze vrucht fruta bomba (en je begrijpt dat dit woord natuurlijk inmiddels dezelfde lading heeft als papaya...). Ook wordt een keer de uitdrukking 'Passarlo bomba' gebruikt, dat zoiets zou betekenen als het geweldig naar je zin hebben. En dat klopt goed met de beschrijving van Cuba zoals gegeven door van Ee.

Stiekem grijp ik even de gelegenheid aan om de schrijver te wijzen op een paar foutjes:
1. het feit dat de Hinderwet waarnaar op pagina 8 wordt verwezen al sinds 1980 is vervangen door de Wet milieubeheer.
2. dat het vervangen van alleen de SIM-kaart (p. 193) onvoldoende is om je toestel onvindbaar te maken.

Wat voorbeelden van die irritante blabla:
´..., zei ik, terwij lik zin kreeg om haar schouders lichtjes te masseren, maar ik hield me in. Het viel me op dat ze grappige oortjes had.´
------
´Het soepje was klaar.
"Soep en vrouwen moeten heet zijn", zei Matilde.
------
Ruben kookt en we krijgen en passant het recept:
´Ook al ben ik vrijgezel, ik ben er de man niet naar om met een diepvriespizza genoegen te nemejn. Ik zette een pannetje met rijst op en sneed een stuk kipfilet in reepjes. Terwijl ik de groente sneed ...´
En dat gaat zo een halve pagina door, hetgeen mij gevaarlijk dicht bij afhaken bracht!
-----
Nog zo´n erge:
´"Dus jullie zijn Cidy en Kaat", zei ik tegen de vrouwen. "Samen vormen jullie het Cindy-Kaat."
De grap kwam niet aan.'
:-P
-----

Gelukkig zijn er zat leuke, grappige, mooie passages. Mooi bijvoorbeeld hoe van Ee hier het woord wereldstad gebruikt:
´De regio Rotterdam-Rijnmond stond in die tijd op nummer één in de top-vier van grote steden als het om aantallen moorden ging, een twijfelachtige eer. De onderwereld sijpelde hier door de riolen naar boven. Moorddadig, verpauperd, smerig, onpersoonlijk, in één woord: een wereldstad.´
-----
Van Ee weet het volgende stukje Utrecht waar ik heel vaak langs kom prachtig te beschrijven:
'Evenals De Gagel was Fort Blauwkapel een van de vele herinneringen aan de Hollande Waterlinie, dat krankzinnige project om dit deel van Nederland onder water te zetten voor he geval de Duitsers het land zouden binnenvallen. Nooit gebruikt, één groot zinloos feit, met de Duitsers als lachende derden. Nu was het fort een mooi, parkachtig schiereilandje, met een kerk, sportvelden, een restaurant, een theaterpodium, een paar woningen aan de Kapelweg een een rode TPG-brievenbus. Alles wat een mens nodig had, op een goede slijter na dan.'
-----
Hier moest ik ook wel even om grijnzen. Ruben zoekt contact met een politieagente en vraagt haar:
'"Waar zit je eigenlijk?" Met die bovenregionale rechercheurs wist je nooit in welke regio ze uithingen.
"In de Kroonstraat (...)"
"De Kroonstraat? Nooit van gehoord! In Utrecht?"
"Paardenveld, het hoofdbureau van je eigen stad!"'
[geen Utrechter praat over Kroonstraat, maar over Paardenveld. Net zoals je nooit over Utrechtenaren moet praten, dan verraad je dat je niet uit de stad komt, Utrechters zijn we :-)]
-----
'De tijd van de politieke vluchtelingen was voorbij, tegenwoordig waren het slechts nog de Máxima's en de Máximo's die naar Nederland kwamen.'
-----
'"Ach, identiteit! Dat is toch ook maar een verzamelnaampje? Ik ben wat ik leuk vind. Ik ben wie ik leuk vind. Ik vond Charles zo leuk dat ik zelfs bereid was om een deel van mij op te geven, mijn Cubaanse ik te laten verschrompelen en moiezaam een Europese ik op te trekken. (...) Nu vind ik even niks leuk, niemand leuk. En ben ik niemand. En het gekke is dat me dat nog bevalt ook, voor een tijdje dan."
-----

Over de schrijver (Dit heb ik van zijn eigen site):
Alwin van Ee (1958) is schrijver, hispanist, vertaler, publicist en organisator. Sinds 2000 is hij secretaris van het Genootschap van Nederlandstalige Misdaadauteurs. Rood kwik (2005), de eerste in een reeks spannende romans met Ruben Sender in de hoofdrol, is zijn thrillerdebuut. Eerder verscheen het korte misdaadverhaal 'Een berg van steen' in Als ik die dom niet had (2004). In het winternummer van het cultureel gastronomisch magazine Bouillon! verschijnt het korte verhaal 'Het venijn zit in de staart', een spannend culinair verhaal. Alwin van Ee schreef artikelen en essays in o.a. het Utrechts Nieuwsblad, Boekblad en Filosofie Magazine. Naast veel non-fictie vertaalde hij thrillers, zoals Havana Erfenis van de Cubaanse auteur José Latour, en een aantal deeltjes van de The X-Files.

Uitgeverij Signature/Utrecht
2005

zondag 16 oktober 2005

Midas Dekkers leest A. Koolhaas



Ik persoonlijk ben dol op Koolhaas, maar gruw van Dekkers. Gelukkig schreef die slechts een inleiding en volgden daarna een aantal prachtverhalen van Koolhaas, zonder verder commentaar.

Twas weer genieten van met name de verhalen over de muizen en de varkens. Het verhaal over de spin kende ik nog niet, het verhaal over de snoek vond ik minder, evenals dat over de olifant. Een prachtige uitsmijter: doodstil eitje. Schitterend!

Het taalgebruik van Koolhaas is natuurlijk hopeloos verouderd maar dat mocht de pret niet drukken!

vrijdag 23 september 2005

Per Olov Enquist - De vijfde winter van de magnetiseur



Moeilijk om wat over dit boek te vertellen, merk ik. Het is zo'n raar maar ook intrigerend boek...

Het verhaal
De 18e eeuwse magnetiseur Friedrich Meisner leeft zijn leven op een cyclische manier: hij komt ergens aan in een nieuwe plaats, start terwijl hij gedoogd wordt door de reguliere medici een kleine praktijk, weet een wondertje te verrichten, wordt groot en belangrijk, laadt zich de afgunst maar soms ook bewondering van de stadsdokters op zijn hals, wordt overmoedig en komt ten val.

We maken een zo'n cyclus mee. Bijzonder hierbij is de manier waarop, namelijk vanuit twee perspectieven: de magenetisur zelf en de arts wiens dochter door Meisner van haar blindheid genezen wordt en die dan vrijwillig de medische 'toezichthouder' tijdens Meisners sessies wordt. Wordt hem zand in de ogen gestrooid, kan hij nog wel objectief blijven (zo zijn de beschuldigingen van de andere artsen in de stad) of is Meisner inderdaad een wonderdoener?

Eigenlijk is het een naargeestig boek met veel kaarslicht, oplichterij, hoop die telkens de grond in geboord wordt, maar toch: je wordt meegesleept en al zie je dat het een charlatan is, sommige 'wonderen' lijken wel echt.

Ik heb het bezoek van de lijfarts nooit gelezen, maar dat schijnt qua sfeer wel overeenkomstigheden te hebben...

woensdag 21 september 2005

DBC Pierre - Vernon God Little



Afgelopen week las ik Vernon God Little van DBC Pierre. Wat een indrukwekkend boek: spannend, schrijnend en hilarisch tegelijk.

Het verhaal: de ik persoon, de 15-jarige Vernon Gregory Little, ontsnapt door 'de roeping der natuur' aan de gruweldaad waarbij zijn vriend Jesus al zijn klasgenoten om het leven brengt. De dorpsgenoten zoeken iemand om hun onbegrip, verdriet en woede op af te reageren en vinden in Vernon een gemakkelijke prooi. Hij was immers de vriend van Jesus? Ze worden hierbij flink aangemoedigd door de paperazzi-journalist Eulalio (Lally) Ledesma, die in Vernon een ideale mogelijkheid ontwaart om zichzelf goed op de kaart te zetten. Vernon kan de spanning niet verdragen en vlucht naar Mexico. Tijdens de klopjacht die volgt verwerft hij nationale faam. De rest vertel ik lekker niet :-)

Waarom vond ik het spannend: je weet aan het begin dat Vernon onschuldig is, maar lukt het hem ook anderen daarvan te overtuigen? Durft hij zijn gene over zijn darmproblemen in de strijd te gooien om zich het leven te redden?

Schrijnend is het boek omdat de grote woorden 'innocent until proven guilty' in de dorpsgemeenschap duidelijk niet opgaan. Zelfs zijn moeder gelooft niet dat hij er niets mee te maken heeft gehad en werpt zich in plaats van het vechten voor haar zoon liever aan de voeten van Lally (die de diverse dames in het dorp alleen maar het hof maakt om aan informatie te komen). Schrijnend ook dat zij niet komt als Vernon terecht moet staan want 'misschien wordt de nieuwe koelkast vandaag wel geleverd'. En de acceptatie van die reden als heel gewoon door iedereen in het dorp, inclusief Vernon zelf.

Hilarische momenten zijn er ook genoeg, bijvoorbeeld dat bijna iedereen in het dorp Gurie heet, het is echt zo'n incestdorp dus. Ook de manier waarop op een 'Big Brother'-achtige manier het publiek mag kiezen welke terdoodveroordeelde die dag het loodje moet gaan leggen is zo grappig bechreven dat het het gruwelijke van de gedachte omzet in een hardop lachen. En de manier waarop Vernon telkens zijn tweede naam gebruikt om zijn toestand te beschrijven: Vernon Godzilla Little, Vernon Gonzalez Little (in Mexico) etc. is ook erg humoristisch.

Herkenbaar als je wel eens naar van die Amerikaanse programma's over gevangenissen kijkt is de verandering die Vernon doormaakt in de bak: van f..kin' dit en f..kin' dat (het staat voluit in het boek maar Elsje blijft een netjes meisje) naar zich bij alles wat hij zegt afvragen of het niet te grof verwoord is.

Het einde vond ik jammer, dat zal ik meer over vertellen onder een

V

E

R

K

L

A

P

P

E

R

Waarom eindigt het nou niet bij de 'dromen' van Vernon als hij op de tafel ligt, wachtend op de dodelijke injectie van waar men allemaal achter zal komen? Waarom is dat ineens echt en komt hij vrij? En hoe moet het in godsnaam verder met hem en zijn moeder en dat hele dorp??

maandag 19 september 2005

Julia Voznesenskaja - De vrouwendecamerone



Al lang stond op mijn te herlezen lijstje de Vrouwendecamerone van Julia Voznesenskaja. En toen er een paar maanden geleden bij de boekgrrls enthousiast over de 'echte' decamerone werd gemaild, voegde ik de daad bij het woord en herlas het. Stukje bij beetje want het is een heftig boek.

Het beschrijft een kraamafdeling in een Russisch ziekenhuis van halverwege de jaren '80, de Sovietunie was toen nog een. Doordat er een of ander probleem is (dat wordt niet duidelijk) moeten 10 totaal verschillende vrouwen 10 dagen lang in quarantaine. Om de tijd te doden vertellen ze elkaar elke dag verhalen rondom een bepaald thema, zoals 'de eerste liefde', 'gemene loeders', 'wraak' en 'geluk'. Omdat de vrouwen allemaal een totaal andere achtergrond hebben (van politiek ge-engageerd tot juist niet, van zwerfster tot kunstenares) geeft het boek je een mooi kijkje in de keuken van het leven van _de_ Russische vrouw.

De verhalen zijn over het algemeen vreselijk schrijnend maar worden zo 'matter of fact' achtig gebracht dat het nergens zeurderig of over de top wordt. Over de verhalen zelf ga ik verder niets schrijven, want ze zijn maar kort (10 keer 10 verhalen in een boekje van maar 428 blz (Rainbowpocket, 1986).

Elk verhaal begint met een klein inleidinkje, dat vaak grappig is en meestal nodig (om de verschillende vrouwen uit elkaar te kunnen houden).

Het was het herlezen absoluut waard!!