dinsdag 15 juli 2014
Niccolo Ammaniti - Ik ben niet bang
Zo'n zinderend hete zomer in het zuiden van Italie. De kleine Michele en zijn dorpsgenootjes laten zich echter door de hitte niet binnenshuis opsluiten maar trekken erop uit. Op een verlaten boerderij vindt Michele in een kuil het aan de muur vastgeketende lijk van een jongetje van zijn leeftijd. Maar dat durft hij aan niemand te vertellen. Bij een tweede bezoek blijkt het jongetje echter nog te leven en Michele ontfermt zich over hem. Zo goed en zo kwaad als je dat kunt, als negenjarige.
Een teder geschreven roman over een klein jongetje dat een vreselijk geheim met zich meedraagt. Een geheim dat groter en zwaarder wordt naarmate het verhaal vordert... Knap hoe Ammaniti erin slaagt het hele gebeuren door de ogen van Michele te laten beleven!
zondag 6 juli 2014
Thomas Lieske - Door de waterspiegel
Het verhaal speelt zich deels af in het na-oorlogse Liechtenstein, in een instituut voor oorlogswezen. De ik-persoon is een zwaar verminkt persoon (door een volksgericht, ik vermoed dat zijn vader een collaborateur was), die aan zijn "instituutsgenoten" vertelt over de liefde tussen de Oostenrijkse jodin Eva en de Nederlandse Sebastian. Ze ontmoeten elkaar na de oorlog, een schitterend beschreven ontmoeting. Jaren later trouwen ze. Dan is hij voor een opdracht van zijn werk in Spanje getuige van een verkrachting, waarbij hij niet durft in te grijpen. Daarvan raakt hij zo van slag dat hij rond gaat zwerven door Europa terwijl Eva in Nederland tevergeefs op hem wacht. Eerst komt hij in Wenen terecht. Daarna brengt een vreemde taxi-rit hem op wonderlijke wijze bij het huis waar hij Eva ooit ontmoette. Zijn toenmalige kamergenoot, "de Hongaar", blijkt daar nog steeds te wonen en ontfermt zich over Sebastian. Hoewel, ontfermen? Dan krijgt het boek ineens een magisch-realistische wending.
Wat een vreemd boek. Verschillende stijlen, verhaallijnen die elkaar kruisen maar toch ook niet. Bij vlagen briljant. Bij vlagen suf. Zo ook het eind: een vreemde mengeling van briljant en suf. Daarom: drie sterren.
zondag 22 juni 2014
Paul Auster - Mr Vertigo
Het verhaal
Het is 1927, Saint Louis. Het straatschoffie Walt ontmoet een intrigerende man op straat die belooft hem te zullen leren vliegen als Walt met hem meegaat. Hoewel Walt daar geen bal van gelooft, is het vooruitzicht van avontuur voor hem voldoende om met deze Master Yehudi mee te gaan.
Ergens op het platteland van Kansas krijgt Walt zijn onderricht. In het huis zijn ook de Indiaanse Mother Sue (Sioux) en de zwarte gehandicapte jonge man Aesop. Tegen hen twee is Master Yehudi aardig, maar tegen Walt is hij hardvochtig. Ongelofelijke gruwelen laat hij Walt ondergaan. En als die weg probeert te lopen, is daar op miraculeuze wijze altijd weer Master Yehudi.
Maar dan opeens kan Walt inderdaad vliegen! Het is direct afgelopen met de gruwelen. Master Yehudi wordt zijn grote beschermer, zeker als de Klu Klux Klan het huis overvallen en Mother Sioux en Aesop omkomen. De eerste optredens van Walt gaan voorspoedig: de mensen weten niet wat ze zien! Voor Walt the wonder boy lijkt een grootse toekomst te weggelegd. Tot hij op een dag geveld wordt door een mysterieuze hoofdpijn die te maken lijkt te hebben met het vliegen. Er is één klein kansje dat hij weer zou kunnen vliegen: als hij zich zou laten castreren. Dat doet hij toch maar niet...
In de zoektocht naar een nieuw doel in zijn leven komt hij via het maffiosen-mileu uiteindelijk in rustiger vaarwater, van waaruit hij zijn memoires optekent die hij aan zijn neef, Daniel Quinn, zal nalaten.
Een wat oudere roman van Paul Auster (uit 1994), waar ik enthousiast over ben. Een mooi verhaal en gelukkig komt Daniel Quinn ook langs (joepie!). Alleen mist het de gelaagdheid die wel in bv Travels in the scriptorium, Oracle night of New York Trilogy. En die maken dat voor mij de boeken van Auster nou juist nét dat beetje extra hebben om een vijf-sterrenstatus te kunnen krijgen. Daarom: vier sterren.
zaterdag 14 juni 2014
Donna Tartt - The Goldfinch
Jawel hoor, voor het eerst in ik geloof wel bijna twee jaar ga ik me weer eens wagen aan een echt leesverslag. The Goldfinch (vertaald als Het Puttertje, geloof ik) is Donna Tartts derde roman in twintig jaar (The secret history verscheen in 1992 en The little friend in 2002). Van haar eerste twee romans heb ik genoten dus mijn verwachtingen van dit derde geesteskind van Donna waren hooggespannen. En ik ben niet teleurgesteld!
Het verhaal
Theo Decker is 13 jaar oud als hij als een van de weinigen een explosie in een New Yorks museum overleeft. Zijn moeder, met wie hij in het museum was om een tentoonstelling van oude Hollandse meesters te bezoeken, komt om. Een van de andere bezoekers geeft hem als laatste wens de opdracht een van de meesterwerken te redden, een schilderijtje van een puttertje uit 1654, geschilderd door Carel Frabritius. Het schilderijtje zal zijn leven grondig beïnvloeden.
In de maanden na de ramp woont hij bij een schoolvriendje: iedereen heeft zoveel medelijden met hem en loopt zo op zijn/haar tenen om hem heen dat hij er vreselijk eenzaam van wordt. Heel mooi beschreven is de scene waarin hij in contact komt met een van de andere overlevenden van de explosie, een meisje van zijn eigen leeftijd, Pippa.
Dan duikt op een kwade dag zijn vader op. Die neemt hem mee naar Las Vegas, waar hij als professionele gokker zijn dagen in het casino slijt. Theo wordt er aan zijn lot overgelaten. Hij vult zijn dagen met drank en drugs, samen met zijn vriend Boris, een semi-illegaal.
Nadat zijn vader om het leven komt, loopt Theo weg bij de vriendin van zijn vader. Hij gaat terug naar New York, waar hij liefdevol opgenomen wordt bij de verzorger van Pippa, de antiquair/restaurateur Hobie. In de jaren erna komt hij bij Hobie in de leer. Die kennis gebruikt hij echter om klanten op te lichten. Als dat aan het licht dreigt te komen, neemt Boris hem mee naar Amsterdam, waar het verhaal tot een zinderend eind zou kunnen komen.
Ware het niet dat Donna Tartt er een soortement happily-ever-after-einde aan breit. Jammer, want voor de rest is dit weer een fabuleuze roman. Tenminste, als je van uitgesponnen verhalen houdt, zoals ik :-)
Ergo: vier sterren, omdat ik geen viereneenhalve ster geven kan :-)
woensdag 4 juni 2014
John Williams - Butcher's Crossing
Ik had bij de start van Butcher's Crossing best hoge verwachtingen omdat een boekgrrl zei dat ze het veel beter vond dan Stoner, waar ik van genoten heb door de verstilde sfeer en het fatalisme dat eruit sprak. Heel bijzonder.
Oprecht teleurgesteld was ik dan ook toen Butcher's Crossing een soort Western bleek te zijn, weliswaar minstens zo fatalistisch als Butcher's Crossing, maar dan niet in die mooie verstilde zin.
Het verhaal speelt zich af in het Amerika van rond 1870. De hoofdpersoon, Will Andrews zet zijn studie aan Harvard opzij om het Echte Leven te gaan beleven. Hij reist naar het dorpje Butcher's Crossing (een "hotel", een hoerenkast, een paar huisjes en tentjes) en klampt daar een bizonhuidenhandelaar aan: met hem wil hij op bizonjacht. Deze man zegt dat er bijna geen bizons meer zijn en verwijst hem door naar Miller, een door de wol geverfde jager. Die weet Will over te halen om een expeditie te financieren naar een afgelegen vallei waar volgens hem nog een grote kudde bizons zou leven. Will investeert zijn halve vermogen in de expeditie en niet lang daarna vertrekken ze met nog twee andere mannen richting de vallei. Die wonder boven wonder blijkt te bestaan en, een nog groter wonder, inderdaad nog vol met bizons zit. Een grootschalige slachtpartij volgt. Tot het viertal door het weer overvallen wordt en in de vallei de winter moet zien door te komen...
John Williams heeft zich duidelijk erg goed ingelezen in het onderwerp. Het boek zou gebruikt kunnen worden als handboek voor "hoe jaag ik een bizon en slacht ik die". Paginalange beschrijvingen die de vaart uit het verhaal zelf halen. Wat jammer is. Want de 'frenzy' (wat is daar de Nederlandse term voor?) die met name Miller bevangt als de jacht eenmaal begonnen is, vond ik wel weer interessant. En ook het einde van de roman vond ik goed in elkaar steken.
Bij het einde was ik trouwens niet aangekomen als ik mijn normale "100 pagina's"-regel zou hebben gevolgd (als een boek me naar 100 pagina's niet kan boeien, leg ik het weg). Het feit dat ik daar voorbij ben gekomen, sterker, dat ik het heb uitgelezen lag aan het feit dat ik op dat moment in Stockholm zat en mijn andere boeken al uit waren. Een geluk bij een ongeluk.
Overigens vroeg ik me af of de tv-serie Deadwood (http://www.imdb.com/title/tt0348914/?ref_=nv_sr_1) misschien op dit boek geinspireerd zou kunnen zijn: de beschrijving van met name de hoteleigenaar (die in Butcher's Crossing mee gaat op expeditie), deed me enorm denken aan E.B Farnum. Hebben meer mensen deze associatie?
Van mij krijgt dit boek 3 van 5 sterren.
Oprecht teleurgesteld was ik dan ook toen Butcher's Crossing een soort Western bleek te zijn, weliswaar minstens zo fatalistisch als Butcher's Crossing, maar dan niet in die mooie verstilde zin.
Het verhaal speelt zich af in het Amerika van rond 1870. De hoofdpersoon, Will Andrews zet zijn studie aan Harvard opzij om het Echte Leven te gaan beleven. Hij reist naar het dorpje Butcher's Crossing (een "hotel", een hoerenkast, een paar huisjes en tentjes) en klampt daar een bizonhuidenhandelaar aan: met hem wil hij op bizonjacht. Deze man zegt dat er bijna geen bizons meer zijn en verwijst hem door naar Miller, een door de wol geverfde jager. Die weet Will over te halen om een expeditie te financieren naar een afgelegen vallei waar volgens hem nog een grote kudde bizons zou leven. Will investeert zijn halve vermogen in de expeditie en niet lang daarna vertrekken ze met nog twee andere mannen richting de vallei. Die wonder boven wonder blijkt te bestaan en, een nog groter wonder, inderdaad nog vol met bizons zit. Een grootschalige slachtpartij volgt. Tot het viertal door het weer overvallen wordt en in de vallei de winter moet zien door te komen...
John Williams heeft zich duidelijk erg goed ingelezen in het onderwerp. Het boek zou gebruikt kunnen worden als handboek voor "hoe jaag ik een bizon en slacht ik die". Paginalange beschrijvingen die de vaart uit het verhaal zelf halen. Wat jammer is. Want de 'frenzy' (wat is daar de Nederlandse term voor?) die met name Miller bevangt als de jacht eenmaal begonnen is, vond ik wel weer interessant. En ook het einde van de roman vond ik goed in elkaar steken.
Bij het einde was ik trouwens niet aangekomen als ik mijn normale "100 pagina's"-regel zou hebben gevolgd (als een boek me naar 100 pagina's niet kan boeien, leg ik het weg). Het feit dat ik daar voorbij ben gekomen, sterker, dat ik het heb uitgelezen lag aan het feit dat ik op dat moment in Stockholm zat en mijn andere boeken al uit waren. Een geluk bij een ongeluk.
Overigens vroeg ik me af of de tv-serie Deadwood (http://www.imdb.com/title/tt0348914/?ref_=nv_sr_1) misschien op dit boek geinspireerd zou kunnen zijn: de beschrijving van met name de hoteleigenaar (die in Butcher's Crossing mee gaat op expeditie), deed me enorm denken aan E.B Farnum. Hebben meer mensen deze associatie?
Van mij krijgt dit boek 3 van 5 sterren.
zaterdag 10 mei 2014
Alice Munro - Dear life
Toen Alice Munro in 2013 de Nobelprijs voor de Literatuur won, bedacht ik me met schaamrood op de kaken dat ik nog nooit eerder iets van haar las. Dat heb ik met Dear Life, een verhalenbundeltje uit 2012, proberen goed te maken.
In dit bundeltje een aantal korte verhalen waarin Munro min of meer gewone mensen portretteert: de vrouw die met haar dochtertje een treinreis maakt, ontsnappend aan het keurslijf dat haar huwelijk is; een andere vrouw die les gaat geven in een sanatorium en daar een relatie krijgt met de dokter. In een volgend verhaal keert een soldaat terug van het front en blijft onderweg hangen op een boerderij. Het boekje eindigt met een aantal (aldus Munro) autobiografische schetsen.
Stuk voor stuk juweeltjes, met voldoende afronding (dat is vaak een probleem met korte verhalen: er blijft teveel onuitgediept) en ook voldoende open eindjes om zelf lekker over door te kunnen fantaseren. Een plezier om te lezen!
dinsdag 29 april 2014
Michel Faber - Under the skin
Wauw, wat een boek! Je zit gewoonweg te shaken als je het uitgelezen hebt.
Het verhaal: een jonge vrouw, Isserley, schuimt per auto de Schotse wegen af. Ze pikt daar mannen op. Jonge mannen, in de kracht van hun leven. Ze stookt vervolgens de verwarming van de auto zo hoog op en doet dan zoveel kleren uit dat ze de mannen een blik gunt op haar omvangrijke boezem, naast haar ogen het enige echt aantrekkelijke aan haar. Want verder is ze… vreemd. Er zijn grote littekens op haar lichaam te zien, ze moet speciale schoenen dragen en ze is zeer behaard.
Je denkt al snel dat ze uit is op seks en dat ze dat door haar afwijkende uiterlijk alleen kan krijgen door op deze manier mannen op te pikken. Maar je blijkt dan goed op het verkeerde been gezet want ze heeft met de mannen niet veel goeds in de zin. Als ze tevreden is over hun respons op haar lichaam, drukt ze op een knop waardoor de mannen geïnjecteerd worden met een slaapmiddel. Vervolgens neemt ze ze mee naar een boerderij die ergens in het buitengebied gelegen is. Daar draagt ze ze over aan een collega terwijl zijzelf bijkomt van de inspanning.
Wat een vreemd verhaal!
V
E
R
K
L
A
P
P
E
R
Wat blijkt is dat Isserley een alien is die grootschalige chirurgie heeft ondergaan om op de aarde mannen te kunnen lokken, door haar en haar mede-aliens ‘vodsels’ genoemd. De mannen worden op de boerderij verminkt (hun tong wordt verwijderd zodat ze niet meer van die vervelende geluiden kunnen maken en ze worden gecastreerd), vetgemest en vervolgens geslacht. Het vlees wordt als delicatesse geëxporteerd naar de thuisplaneet van Isserley. Vodsels worden door de aliens niet beschouwd als intelligente wezens, maar alleen als potentieel voedsel waar je dus niet omzichtig mee om hoeft te gaan. Een interessant statement tegen de intensieve veehouderij, want wat als bijvoorbeeld varkens de vodsels en wij mensen als Isserley, dus aliens zouden zijn? Wat doen wij varkens aan?
Je snapt, je kunt niet lang tussen de vodsels verkeren, hen bestuderen, met hen praten, zonder ze te gaan waarderen. En dat gebeurt er met Isserley. Ze krijgt steeds meer moeite met haar rol. Niet in de laatste plaats doordat de zoon van de baas van het bedrijf waar Isserley voor werkt fel tegenstander van de vodsel-houderij blijkt te zijn en bij een bezoek probeert de gevangenen te bevrijden. De zoon waarop Isserley vreselijk verliefd is en die een van de weinigen blijkt die zich door haar veranderde uiterlijk niet laat afschrikken. Want veel van de aliens vinden dat Isserley daardoor teveel vodsel-achtig is geworden en dus afschrikwekkend lelijk.
Aan het eind besluit Isserley dat ze niet terug wil naar haar thuisplaneet, maar op aarde wil blijven. Maar dan krijgt ze een auto-ongeluk. Paniek bevangt haar: als een ambulance haar aan zal treffen zijn de rapen natuurlijk gaar. Gelukkig heeft de auto een knop waarmee ze zichzelf en de auto tot gruzelementen kan opblazen…
Naschrift (oktober 2014): onlangs zag ik de film met Scarlett Johansson in de hoofdrol. Een best mooie film, maar hij heeft slechts zijdelings de thematiek van het boek geraakt, als je het mij vraagt. Er is vooral ingezoomd op de vreemdheid van deze vrouw. Maar wat er nou gebeurt en waarom blijft volkomen onduidelijk. Terwijl imo Faber juist een krachtig statement neerzet met Under the skin.
Abonneren op:
Posts (Atom)






