zaterdag 24 augustus 2002

Naomi Wolf - Valse verwachting



Gekregen van vriendin W, met dank daarvoor! Over zwangerschap en bevallen in de States, over hoe je geacht wordt je te voelen als je zwanger bent, hoe men tegen zwangere vrouwen aankijkt, hoe je relatie kan veranderen als je moeder wordt. Behoorlijk Amerikaans, maar toch wel interessant.

Het boek is in drieën gedeeld: deel 1 gaat over zwangerschap, deel 2 over bevallen en deel 3 (ja, ja, natuurlijk logisch) over de tijd na de bevalling. Wolf hangt een theorie aan die mij niet zo bevalt (leuke term in dit geval ;-)), dat vrouwen welbewust een veel te positief beeld wordt voorgeschoteld over zwangerschap, bevalling en moederschap. Sommige dingen herken ik wel (met name over verandering van de relatie met je partner), maar ik denk dat het Nederlandse systeem van verloskundige hulp eerlijkere informatie geeft. Hoewel ook ik bestookt ben met van die roze-wolk informatie, hoor, dus helemaal ongelijk heeft ze niet.

Ik heb er heel veel ezelsoortjes in gemaakt, een paar passages typ ik hier wel even over. Opvallend is dat ik vooral in het derde deel (over verandering van vrouw tot moeder tov de omgeving) veel herkende en dus ook veel ge-ezelsoord heb.

- Ik geloof dat de mythe over het gemak en de vanzelfsprekendheid van het moederen - het ideaal van de moeiteloos altijd-maar-gevende moeder - overeind wordt gehouden, opgepoetst en opgehemeld zodat vrouwen wordt belet helder te denken en stevig te onderhandelen over wat ze van hun partners en de maatschappij in het algemeen nodig hebben om goed te moederen zónder dat ze zichzelf erbij hoeven op te offeren. (p.14)

- Veel huwelijken hebben te lijden wanneer jongere vrouwen, grootgebracht in de verwachting van gelijk ouderschap, die gelijkwaardigheid van hun betrouwbaar geachte, moderne partnerschap zien stranden op de rotsen van de bevalling. (p.16)

- :-))) Een artikel in Wall Street Journal (14 juni 2001) beschrijft een nieuwe trend onder verloskundigen die de keizersnee aanbevelen om het sex-appeal van hun patiënten te verhogen - wat de dokters de 'prepartum bruidsvagina' noemen (p. 179)

- Terwijl ik mijn leven langzaam hervatte, kreeg ik de ene harde les na de andere in de scherpe daling van mijn status. (p. 213)

- Om maar iets te noemen: uitgeput als wij waren zagen wij vrouwen de pluspunten van mannen die flexibel werkten om meer voor de kinderen te zorgen; de mannen, hoe dol ze ook op hun kinderen waren, en hoezeer ze zich 's avonds in veel opzichten praktisch met de kinderen bemoeiden, zagen primair de beroepsmatige en economische nadelen van proberen flexibel te werken om meer voor de kinderen te zorgen. (.) Van geen van de paren die we kenden was de man in staat - of bereid - geweest enigerlei verandering in zijn werktijden aan te brengen. De vrouwen om me heen, zag ik, begonnen deze jonge man als een halfgod te behandelen. 'Dan blijft vrijdags thuis,' zeiden ze vol betekenis tegen hun man. Dat Dan zelfs maar zo'n klein stapje had gezet naar het delen van de verantwoordelijkheden thuis, gaf hem voor de vrouwen een aura van begeerlijkheid; hij was een winner. Voor de andere mannen, zo begon tot me door te dringen, betekende het feit dat hij zich kon veroorloven op vrijdag thuis te blijven, dat zijn werk niet zo belangrijk was. Voor de mannen - deze egalitaire, profemnistische mannen - was dan een loser. (p. 228)

- Ze ontplofte. 'Een lijst!'schreeuwde ze. 'Waarom zou ik een lijst maken! Dat is enkel meer werk voor mij! Waarom zou ik een lijst maken!' (p. 239)

- Ik dacht aan hoeveel vrouwen me moedeloos vertelden over hoe hun mannen wachtten tot ze hun iets vroegen - of een lijstje maakten - en hoe demoraliserend dat voor hen was. Ik kon me niet aan de gedachte onttrekken dat er een element van lijdzame agressie school in dit terugkerende thema van aardige mannen, lieve, speelgrage pappa's, een en al initiatief en gemotiveerdheid op het werk, die 'wachtten tot hun werd gevraagd' thuis de saaiere babyklusjes te doen, totdat het vragen tenslotte afnam of ophield. (p. 240)

zondag 9 juni 2002

Rascha Peper - Een Spaans hondje



Ik heb van de week Rascha Peper - Een Spaans hondje uitgelezen. Ik vond het een heel mooi boek. Het verhaal gaat over drie broers (Victor, Felix en Jasper), die aan het begin van het boek hun moeder begraven. Het zijn drie totaal verschillende mannen: Victor, gesjeesd architect, is een sombere, gescheiden man. Felix is een wiskundig genie, met een hele leuke vriendin, maar leidt aan Gilles de la Tourette (als je dat zo schrijft, tenminste :-) ), en Jasper is op het oog een gelukkig getrouwd man, maar blijkt een onverbeterlijke rokkenjager. Victor en Jasper hebben samen een bedrijf dat zandkastelen bouwt en workshops regelt als teambuilding voor bedrijven enzo. Prachtig uitgewerkte karakters. We volgen de drie broers in het jaar na hun moeders begrafenis.

De data die boven de hoofdstukken staan, zouden overigens dit jaar kunnen zijn!! Ik heb even in mijn eeuwige kalender gekeken, het zou 1992 of 1996 kunnen zijn geweest, uitgegeven in 1998... Van welk jaar zijn druktoetstelefoontoestellen met voorkeuzeknopjes? En CDs? volgens mij valt er zO niet achter te komen. Het intrigeert me, dat is duidelijk...

De titel van de roman slaat op het hondje van hun moeder, dat na hun begrafenis min of meer per ongeluk bij Victor blijft.
V

E

R

K

L

A

P

P

E

R

De begrafenis van hun moeder heeft nogal wat invloed op de gemoedstoestand van Victor. Hij wordt steeds somberder, (dag)droomt aan de lopende band over zijn moeder en verdwijnt op een goede dag zomaar in het niets. We komen erachter dat hij al eens eerder diep depressief is opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis.

Jasper is vooral boos op Victor. Hoe kan hij dat de familie nou aandoen? Felix daarentegen wordt in het jaar na Victors verdwijning steeds wanhopiger: wat kan er nou toch gebeurd zijn? Door het toeval (?) vinden Felix en zijn vriendin Pleuntje Victor in Spanje terug, waar hij door te werken aan een kathedraal, loutering zoekt, als alternatief voor een herhaling van de episode in het psychiatrisch ziekenhuis.

Nog een paar citaatjes:
-------------
De alcohol trok een transparant scherm op tussen hem en de rest van het café; hij zag en hoorde alles, maar de woroden en beelden werden gefilterd, hun ondraaglijke directheid was eraf.
-------------
alsof dit iets was wat nu eenmaal kon voorkomen: bloed uit de aarde, een vloek, een straf, een duister noodlot, wie zou het zeggen en wat moest je ertegen doen?
-------------
Waarom stortte de wetenschapp zich trouwens niet op zo'n veer? Was dan niemand benieuwd naar het DNA van engelen?

maandag 20 mei 2002

Is dit recht, mijn lief?



Ik heb net een aardig bundeltje gelezen: Is dit recht, mijn lief? Verhalen en gedichten over mensenrechten, uitgegeven in 1998, ter ere vn het 50-jarig 'bestaan' van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De bundel begint dan ook met het opsommen van die rechten, in 30 artikelen: recht op vrijheid, gelijkheid, waar je ook woont, ongeacht ras, sekse, geloof, etc.

Daarna een reeks verhalen waarin telkens een ander aspect van deze rechten aan bod komt: een gedicht over een ongeboren kind, dat omdat het een meisje is, geaborteerd zal worden (Sujata Bhatt). Een verhaal over vrouwendiscriminatie in Iran: zij moeten na het overlijden van hun man andere mannen tijdelijk huwen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (Nasser Fakhteh).

Vervolgens een verhaal waarvan ik ook nu weer ondersteboven ben, over het folteren van een vrouw in Egypte (?) omdat ze de 'leider' stom genoemd heeft (Nawal El Saadawi). Wrang is dat de aanklager, die haar woorden herhaalt, óók aangeklaagd wordt, hij zegt het nu immers ook en dus: kop eraf! Daarna een verhaal van Anne Provoost, dat me te erg deed denken aan Sophies Choice, maar dan in Joegoslavië. Dit keer niet uit het oogpunt van de moeder geschreven, maar uit het oogpunt van één van de kinderen.

Ook heel mooi vond ik het verhaal van Saskia van de Graaf, over gevaar voor uitzetting van Chinese illegalen uit Nederland, die uit pure wanhoop hun dochtertje weggeven aan Nederlanders.

Meer over uitzetting in het verhaal van Geert van Istendael: de houding van de Belgische Vreemdelingendienst: het zijn allemaal leugenaars. En wat doe je als een relatie met zo-iemand hebt? Antjie Krog schrijft over de dingen die door de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie over het apartheidsregime naar boven zijn gehaald. Indrukken meer dan een verhaal of een gedicht. Bloedstollend.

Ook het volgende verhaal maakt veel indruk: een verhaal over het leven van een gefolterde man, gevlucht naar Barcelona. De onmogelijkheid om een 'normale' relatie met andere mensen aan te gaan na zo'n ervaring. Ril! Over de onderdrukking van schrijvers in Iran schrijft Kader Abdolah. Het afschuwelijke spel van het regime om van deze mensen robots te maken. Een vertaling van het gedicht Refugee Blues (WH Auden) door Judith Herzberg, over de onwil van landen om joden binnen te laten die uit Nazi-Duitsland vluchtten. De vertaling is overigens niet veel soeps, te veel letterlijk, te weinig dichtend (als u begrijpt wat ik bedoel).

Een verhaal van Bob van Laerhoven over Monrovia (Liberia), waar de rivaliserende milities korte metten maken met alles wat beweegt. Een wel aardig verhaal van Yvonne Keuls waarin zij teruggaat naar 1903, een lezing door een vrouw die drie jaar opgesloten is geweest in een gekkengesticht, alleen omdat ze een buitenechtelijk kind had. De laatste twee verhalen gaan over discriminatie van ouderen (door Hermine de Graaf en Lindsey Collen). Het eerste betreft een verhaal over een dame die door haar kinderen in een bejaardenhuis gestopt denkt te gaan worden, het tweede over het leven van een hoogbejaarde man onder een dictator. Vooral dit laatste sprak me aan, het is een spannend verhaal, want deze man zal, als oudste van het land, op zijn verjaardag live geïnterviewd gaan worden om de loftrompet te steken over het regime. Hoe ver kan hij gaan in het zeggen wat hij werkelijk denkt?

Al met al een aardige bundel, alleen al door de verscheidenheid van de bijdragen (die op 3 na allemaal speciaal voor de bundel geschreven zijn).

donderdag 9 mei 2002

Margriet de Moor - Kreutzersonate



Ik vond het een mooi boek. Er zijn vier fases in de relatie tussen Suzanna Flier en Marius van Vlooten te herkennen: voordat het wat werd (Marius' zelfmoordpoging), toen het wat werd (Bordeaux), hun huwelijksjaren en na de scheiding (?).

Wat me het meest opviel aan het boek waren de stukken over de tweede, derde en vierde fase in hun relatie. Het eerste deel trok me niet zo. Dat verhaal over de 1e vriendin van Marius, haar 'verraad' en zijn zelfmoordpoging. Ach ja, ik dacht toen: dit boek is het niet voor mij.

Maar toen begon het eigenlijk pas echt. Over de tweede fase: 'Maar één ding staast voor mij achteraf vast: de twintig minuten gedurende welke Marius van Vlooten het liefdesmotief opnieuw, maar met eigen, heel moeilijk te sturen krachten, in zijn leven toeliet, zijn de twintig minuten geweest waarin het Schulhoff Kwartet een Kreutzersonate speelde waar de stukken vanaf zijn gevlogen.'

Wat ik hier ook heel mooi beschreven vond was dat de ik-persoon aan Marius beschrijft hoe Suzanna eruit ziet en dat hij (Marius) telkens maar moet denken aan een schilderij dat hij ooit in Berlijn zag (ik kan me nu niet zo goed meer herinneren of ze datzelfde doek later ook nog samen zien hangen in dat museum met die fontein). Dat hij later beschrijft dat beelden vervagen (ook dat van Suzanna), omdat hij dat niet kan 'verversen'.

Over de derde fase:
V

E

R

K

L

A

P

P

E

R

De subtiele manier waarop ze elkaar pesten: zij door meubels net even IEts te verplaatsen, hij door haar opgesloten te laten in (was het het stookhok?). Prachtig beschreven. Dat dat uitmondt in een moordpoging zie je van veraf aankomen, maar vond ik in ieder geval wel heel spannend: nadat ze in het tweede deel al bijna te pletter gevallen was, zou dit een mooi 'ronde' verhaallijn zijn geweest. Heel mooi vond ik hier ook de passage die begint op p. 91, als hij verduisteringsgordijnen heeft laten ophangen omdat zij 'gezegd had dat ze 's nachts eigenlijk alleen echt lekker, echt diep kon slapen in het pikkedonker'. HIJ merkt het verschil natuurlijk niet, zij is totaal onthand als ze de kamer binnenkomt: 'dat zij op dit ogenblik op de intiemste plek van haar woning als een beschonkene stond te wankelen en tegen de meubels opbotste.'

Over de vierde fase ben ik in verwarring: de ik-persoon leest jaren later haar overlijdensadvertentie. En komt door de namen die daaronder staan tot de conclusie dat Marius en Suzanna weer samen zijn gekomen na de poging tot moord en zelfs, zo fantaseert hij, nog een tweeling hebben gekregen. Die conclusie deel ik niet 123. Voor mijn gevoel (en nu slaat mijn fantasie lekker op hol :-) ) had er ook iets kunnen zijn als: ex-man en zoontje staan eronder en daarnaast haar nieuwe liefde (lesbisch) en hun dochter? Of... nou ja, vul maar in. Ik kan me niet zo goed voorstellen dat ze weer samen zouden zijn gekomen. Namen eronder zeggen niets over de relatie die ze met hen zou kunnen hebben gehad. Ik vroeg me ook af hoe ze aan haar einde was gekomen: toch door een val? Enz. enz. Voldoende open eindjes om lekker over door te kunnen denken.

Eigenaardig dat de naam van de ik-persoon nooit genoemd wordt. Aan de andere kant maakt dat voor het verhaal niets uit, dus waarom een naam verzinnen die er niet toe doet?

maandag 29 april 2002

Mario Vargas Llosa - Het feest van de bok



Net 'Het feest van de Bok' van Mario Vargas Llosa uitgelezen. Het gekke was dat ik dit behoorlijk blind gekocht had, en dacht dat het een feestelijk boek zou zijn. Nou, niets is minder waar! Op de achterkant staat dat het een politieke roman is: 'De Bok' is ook één van de bijnamen geweest van Rafael Leonidas Trujillo. Over 'het feest' moet ik geen uitleg geven, dan zou het een mega-verklapper zijn.

Maar wel iets over het verhaal.
Het boek speelt zich voornamelijk af in 1961, in de Dominicaanse Republiek. Op dat moment is Trujillo al 31 jaar aan de macht, die met harde hand de republiek regeert. In het boek staan de laatste paar weken voordat hij vermoord wordt centraal. In het boek zijn drie verhaallijnen verwoven, die elkaar in de opeenvolgende hoofdstukken telkens afwisselen.

Allereerst maken we kennis met Urania Cabral, de dochter van één van de senatoren van Trujillo. De senator is vlak voor de val van Trujillo uit de gratie geraakt. Urania is als 14-jarige uit de hoofdstad (toen nog) Ciudad Trujillo weggegaan en heeft sindsdien geen contact meer gehad met haar familie. Ze keert na 35 jaar afwezigheid terug naar de Dominicaanse Republiek om haar demente vader, tja, op te zoeken? Ze weet zelf eigenlijk niet zo goed waarom ze nou is terug gegaan. In een lange monoloog die ze aan het ziekenbed van haar vader houdt, horen we de geschiedenis van het Trujillo-tijdperk. Later in het boek is ze bij haar nichten op bezoek en lezen we haar persoonlijke verhaal. Opvallend is dat Urania haar vader haat, en pas aan het einde van het boek wordt duidelijk waarom precies.

De tweede verhaallijn is die van Trujillo zelf. Hij is dan 31 jaar aan de macht, en al 70 jaar oud, maar nog steeds een echte Bok (dat hoef ik niet uit te leggen!). Je weet aan het begin van het boek dat hij op het punt staat vermoord te worden, wat een heel vreemd perspectief aan het boek geeft. Je krijgt inzicht in de verdeel-en-heers politiek die hij gebruikt om stevig in het zadel te blijven. Ook zijn rare gewoontes (met familie, dagelijkse rituelen, politieke vrienden en vijanden, ouder worden, vrouwen) komen aan bod.

De derde verhaallijn is geschreven vanuit de 'terechtstellers', het groepje samenzweerders dat in een auto wacht op Trujillo, om hem te kunnen neerschieten. In feite is dit groepje mannen maar een klein onderdeeltje van een grote groep samenzweerders, in de regering en het leger. In het begin vond ik deze verhaallijn te lang, in elk hoofdstuk wordt van één van hen de geschiedenis behoorlijk diep uitgediept, maar aan het einde van het boek was bleek die uitdieping heel nuttig te zijn geweest (maar had wel iets compacter gekund).

Het verhaal kwam erg langzaam op gang, maar toen het me in zijn greep had, was ik niet meer te stoppen. Thrillerachtig, je weet dat Trujillo om zeep geholpen gaat worden, en daar wacht je vol spanning op, maar aan de andere kant meer een soort historische roman, omdat je aan het begin al weet dat die aanslag lukt en dat de Dominicaanse Republiek daarna een stuk vrijer is.

Het was het eerste boek van Vargas Llosa dat ik las, en ik ben zeker van plan meer van hem te lezen.

zaterdag 6 april 2002

Renate Dorrestein - Het perpetuum mobile van de liefde



In 1988, toen Dorresteins Perpetuum mobile van de liefde net uit was, ben ik naar een voorleesavond van Dorrestein in Vredenburg geweest. Prachtig, direct het boek gelezen. Het was mijn eerste Dorrestein-experience en ik was verkocht!

Mijn eigen exemplaar van PmvdL is nog steeds in de opslag, maar toen ik met Pasen bij mijn moeder was, heb ik het boek Even van mijn moeder geleend. Ik was erg benieuwd of ik het gedateerd zou vinden etc. Nou, nee dus. Wat mij vooral opviel is dat Dorrestein niet mannen in het algemeen de 'schuld' geeft, maar vooral dat ze zegt dat we met z'n allen dat systeem ook in stand houden: 'Volgens Anja Meulenbelt zijn feministes zelfs de laatste romantici op aarde, Lydia: zij wensen te geloven dat mannen tot beter ins taat zijn dan alle bange burgertrutten menen.' Dat dat nog steeds actueel is, bleek deze week toen een collega van mij (een hoger opgeleide vrouw, getrouwd, één kindje) aan mij vroeg 'wat of ik mijn lief in huis LIET DOEN'. Pardon? Daarnaast: sla een willekeurige Opzij maar eens open en het bewijs is geleverd...

Verder valt er ook het nodige te zeggen over de personages van Lydia (de gekke buurvrouw) en Godelieve (de tot model omgetoverde 'lelijkerd'). Wat betreft Lydia, zij staat voor mij model voor het feit dat in veel relaties de man hoger opgeleid is dan de vrouw en als dat niet het geval is, dat de relatie dan vaak stuk loopt: zij mag geen 'hoofd' hebben (want o jee, ze zou het maar eens kunnen gaan gebrUIken!). Ik vond de travestie-act van Godelieve niet storend, maar juist zeer vermakelijk. Zoals Dorrestein het verwoordt: 'de vraag of Godelieve het recht had te doen alsof ze een man was die deed alsof hij een vrouw was'. En de confiscatie door de Johanna's (alleen de nAAm al, past mooi bij de naam Godelieve!), die zich 'bezig houden met het opwaarderen van vrouwelijke waarden. Hun ei van Columbus was dat vrouwen de hoedsters en voedsters van deze wereld zijn.' Ik zie ze al voor me, vreselijke lieden!

En dan nog het schuldgevoel waarmee Renate worstelt: 'de vraag of ik, zoals ieder ander die van haar hield en te kort schoot, een passief aandeel in haar dood heb gehad, of dat mijn part, bewust of onbewust, actief van aard is geweest: heb ik mijn zusje expres niet opgevangen toen zij toch viel, omdat ik toen al begreep dat er in een schoenlapperij te weinig talent voorvalt om dat ook nog eens te kunnen delen?' O, dit vind ik toch zo schrijnend. Je niet alleen afvragen of je de zelfmoord had kunnen voorkomen, maar ook of je die niet in de hand hebt gewerkt. Ik kan me voorstellen dat Renate daar jAAAren lang mee bezig is geweest en dat het opschrijven ervan wel een soort schuldbekentenis voor haar moet zijn geweest. Ze schrijft ook dat ze het pas kan loslaten op het moment dat haar derde boek neergesabeld wordt door de recencenten.

De discussies die bij de boekgrrls (en elders) woedden, voorziet ze zelf ook wel: 'Ik kan het nooit laten om de dingen zo op te schrijven dat er altijd wel iemand kwaad om wordt. Soms denk ik dat ik alleen maar schrijf om anderen het gevoel te bezorgen dat ik zelf bijna onafgebroken ervaar: blinde woede.'

En even later: 'ik heb een stem en daar schreeuw ik het mee uit, ik heb een stem van papier, ik schrijf meer dan iemand ooit kan ambiëren te lezen, ik zal niet stikken in mijn opdracht, ik niet, ik hoef mijn woede niet uit gebrek aan kanaal tegen mezelf te richten en daarom aan de pillen te raken of aan het overeten te slaan'

Ik begrijp best dat veel grrls het idee hadden dat ze haar eigen woede jegens de maatschappij, die van vrouwen verlangt dat ze hun kop houden en mooie poppetjes zijn, wel heel erg op haar zusje projecteert. Dat zal allemaal wel. Feit is dat vrijwel alleen vrouwen aan anorexia en/of boulimia lijden en dat dat vooral in landen is waar slank zijn als schoonheidsideaal geldt (Bridget Jones! 'I would be happy if I were thin').

vrijdag 5 april 2002

Herbjorg Wassmo - Huidloze hemel



Ik weet nog dat ik na deel II van de Tora-trilogie meldde, dat ik er helemaal stuk van was. En dat Wassmo het de lezer (mij in dit geval) niet aan kon doen om deel III ook zo akelig te laten eindigen. Maar ja, wie luistert er nu naar mij? Het is prAchtig, maar o, o, wat een ellende. Leest en weent!!

V

E

R

K

L

A

P

P

E

R

Dat ze gek wordt had ik wel verwacht, maar het einde was toch wel heel naar. Het klopte wel, want hoe had ze in hemelsnaam verder kunnen leven nu de enige die ze kon vertrouwen dood was (Tante Rakel)? En toen ze door Simon, terecht, afgewezen werd... of is hij nou toch een keer met haar naar bed geweest? Dat dacht ik even.

Ik heb ooit overigens een artikel gelezen over seksueel misbruikte kinderen en dat die vaak promiscu (zbelling??) gedrag vertonen. Hoe dan ook, errug indrukwekkend. Ik slaap even iets minder goed.

Wat me opvalt nadat ik zo'n boek gelezen heb, is dat ik mannen altijd heel argwanend bekijk, zo van: ben jij nou ook zo'n vieze kinderverkrachter?? Heel paranoide.

Zucht.

Ik heb het zo vreselijk snel gelezen, dat ik niet eens toegekomen ben aan het markeren van mooie/kenmerkende passages. En nu leg ik het weg.